7 jaar na Rana Plaza is de medemenselijkheid ver te zoeken

De wereldwijde uitbraak van Covid-19 maakt pijnlijk duidelijk wie er wederom aan het kortste eind trekken.

7 jaar na Rana Plaza is de medemenselijkheid ver te zoeken

Door Kirsten van den Hul op 24 april 2020 Delen  

Vandaag precies zeven jaar geleden kopten wereldwijd kranten over dé ‘wake up call.’ Het was de dag waarop meer dan 1100 textielarbeiders hun leven verloren. Bedolven onder het puin van hun ingestorte textielfabriek en omringt door tienduizenden labels van bekende kledingmerken.

Veel van hen hadden de dag voor de ramp hun leidinggevenden gewezen op scheuren in de muren van het acht verdiepingen tellende pand. Maar niet komen werken, betekende ook geen salaris. Het resultaat: de grootste industriële ramp in de geschiedenis die we hadden kúnnen – moeten – voorkomen.

Het resultaat: de grootste industriële ramp in de geschiedenis die we hadden kúnnen – moeten – voorkomen.

Kledingmerken en overheden buitelden over elkaar heen: dit nooit meer. Er volgde een inzamelingsactie waaruit duizenden slachtoffers en nabestaanden jaren na dato compensatie ontvingen. Er werden programma’s opgetuigd die Bangladesh zouden helpen hun arbeidsinspectie op poten te krijgen. En er kwamen veelbelovende afspraken tussen westerse importerende kledingmerken en de producerende fabrieken. Ze zouden langdurige contracten afsluiten en elkaar helpen, ook als het veiliger maken van fabrieken tot extra kosten zou leiden.

Inmiddels maakt de wereldwijde uitbraak van Covid-19 pijnlijk duidelijk wie er wederom aan het kortste eind trekken. Afgelopen week bleek dat C&A en Bestseller niet meer bereid zijn hun bestellingen af te nemen of zelfs te betalen. Veel door hen bestelde kledingstukken liggen al klaar maar zullen de overtocht naar Europa of de Verenigde Staten waarschijnlijk niet meer maken. En deze merken zijn niet de enige die het laten afweten. Meer dan de helft van de Bengaalse textielleveranciers geeft aan dat het grootste deel van hun productie inmiddels is geannuleerd. Het gevolg: meer dan 1 miljoen textielarbeiders zijn sinds de virusuitbraak hun baan verloren of op onbetaald verlof gestuurd. Onder wie vooral (jonge) vrouwen in kwetsbare posities.

Inmiddels maakt de wereldwijde uitbraak van Covid-19 pijnlijk duidelijk wie er wederom aan het kortste eind trekken.

Het virus heeft de wereld voorlopig nog stevig in zijn greep. Maar laten we dit moment ook aangrijpen om ons te herbezinnen. Hoeveel rampen zijn er nodig voordat we eerlijke handel écht vorm gaan geven? Hoe pijnlijk zichtbaar moet wereldwijde ongelijkheid worden?

Het laf terugtrekken van genoemde bedrijven alsook het aankloppen voor staatssteun van een gigant als Booking.com laten zien dat we het met een moreel beroep alleen niet gaan redden. Het kabinet moet strengere voorwaarden stellen aan steunpakketten. Zoals het betalen voor kleding die al in productie is of zelfs al klaarligt. Bedrijven die het gros van de winst opstrijken in productieketens zouden daarnaast op z’n minst in gesprek moeten met toeleveranciers in minder riante posities over oplossingen. Voor die bedrijven en voor hun werknemers. Bedrijven die beknibbelen op de meest kwetsbaren hoeven wat ons betreft dan ook niet aan te kloppen voor staatssteun. Daarmee vragen we niet het onmogelijke, maar wel het medemenselijke. Alleen zo komen we deze crisis door en kunnen we geloofwaardig stappen zetten richting een eerlijker wereld. Ook, of misschien zelfs juist, na covid-19.

Het kabinet moet strengere voorwaarden stellen aan steunpakketten.

 

Delen:

Doe mee!

Of je nu lid bent, vrijwilliger, of belangstellende: Samen maken we het verschil!

Help mee