De beste start voor ieder kind. Onze voorstellen

Waarom gelijke kansen een grondwettelijke opdracht voor de overheid moeten zijn

De beste start voor ieder kind. Onze voorstellen

Ieder kind heeft recht op onderwijs. Op goed onderwijs, op toegankelijk onderwijs en op onderwijs dat bij jou past. Zodat je het maximale uit je leven kunt halen.

Daarom willen wij gelijke kansen een grondwettelijke opdracht maken voor overheid en gemeenten.

⇓ Vernieuwing artikel 23 ⇓

Ons voorstel

  1. Iedereen heeft recht op onderwijs. Regeling hiervan geschiedt bij of krachtens de wet.
  2. Het onderwijs en gelijke kansen in het onderwijs zijn een voorwerp van de aanhoudende zorg van de regering en de gemeenten. Bij wet worden voorwaarden gesteld aan de kwaliteit van het onderwijs en wordt gewaarborgd dat scholen met maatwerk recht kunnen doen aan individuele verschillen tussen leerlingen.
  3. Het openbaar onderwijs wordt, met eerbiediging van ieders godsdienst of levensovertuiging, bij de wet geregeld.
  4. Leerplichtige kinderen wordt het onderwijs kosteloos aangeboden uit de openbare kas.
  5. De overheid biedt in elke gemeente goed openbaar funderend onderwijs aan in een toereikend aantal openbare scholen. De wet kan echter tevens regels stellen die het mogelijk maken dat openbaar onderwijs gestalte krijgt op een school die zowel openbaar als bijzonder onderwijs aanbiedt
  6. Het onderwijs voldoet aan deugdelijkheidseisen die de lesstof vastleggen en de kwaliteit het onderwijs waarborgen. Regeling hiervan geschiedt bij of krachtens de wet.
  7. Zowel openbaar als bijzonder onderwijs draagt bij aan de democratische vorming van burgers en aan eerbiediging voor de rechten van de mens. Regeling hiervan geschiedt bij of krachtens de wet.
  8. De deugdelijkheidseisen voor het algemeen vormend onderwijs worden zodanig geregeld, dat de deugdelijkheid van het geheel uit de openbare kas bekostigd bijzonder onderwijs en van het openbaar onderwijs even afdoende wordt gewaarborgd.
  9. Scholen die geheel of gedeeltelijk uit de openbare kas worden bekostigd, zijn verplicht om alle leerlingen op gelijke voet te accepteren. Leerlingen en hun ouders respecteren de grondslag van de school.
  10. De regering doet de Staten Generaal jaarlijks verslag van de staat van het onderwijs.

Huidige tekst

  1. Het onderwijs is een voorwerp van de aanhoudende zorg der regering.
  2. Het geven van onderwijs is vrij, behoudens het toezicht van de overheid en, voor wat bij de wet aangewezen vormen van onderwijs betreft, het onderzoek naar de bekwaamheid en de zedelijkheid van hen die onderwijs geven, een en ander bij de wet te regelen.
  3. Het openbaar onderwijs wordt, met eerbiediging van ieders godsdienst of levensovertuiging, bij de wet geregeld.
  4. In elke gemeente en in elk van de openbare lichamen, bedoeld in artikel 132a, wordt van overheidswege voldoend openbaar algemeen vormend lager onderwijs gegeven in een genoegzaam aantal openbare scholen. Volgens bij de wet te stellen regels kan afwijking van deze bepaling worden toegelaten, mits tot het ontvangen van zodanig onderwijs gelegenheid wordt gegeven, al dan niet in een openbare school.
  5. De eisen van deugdelijkheid, aan het geheel of ten dele uit de openbare kas te bekostigen onderwijs te stellen, worden bij de wet geregeld, met inachtneming, voor zover het bijzonder onderwijs betreft, van de vrijheid van richting.
  6. Deze eisen worden voor het algemeen vormend lager onderwijs zodanig geregeld, dat de deugdelijkheid van het geheel uit de openbare kas bekostigd bijzonder onderwijs en van het openbaar onderwijs even afdoende wordt gewaarborgd. Bij die regeling wordt met name de vrijheid van het bijzonder onderwijs betreffende de keuze der leermiddelen en de aanstelling der onderwijzers geëerbiedigd.
  7. Het bijzonder algemeen vormend lager onderwijs, dat aan de bij de wet te stellen voorwaarden voldoet, wordt naar dezelfde maatstaf als het openbaar onderwijs uit de openbare kas bekostigd. De wet stelt de voorwaarden vast, waarop voor het bijzonder algemeen vormend middelbaar en voorbereidend hoger onderwijs bijdragen uit de openbare kas worden verleend.
  8. De regering doet jaarlijks van de staat van het onderwijs verslag aan de Staten-Generaal.

Toelichting van de keuzes

  • Lid 1 van het nieuwe artikel 23 is helder: “Iedereen heeft recht op onderwijs.” Recht op onderwijs waarborgt niet alleen goed onderwijs, maar bijvoorbeeld ook toegankelijk en adaptief (maatwerk) onderwijs. Juist die aspecten van toegang en maatwerk spelen ook een belangrijke rol bij de realisering van kansengelijkheid.
  • De aanhoudende zorg der regering wordt in lid 2 (huidig lid 1) uitgebreid met gelijke kansen. Op suggestie van onderwijsadvocaat mr. Katinka Slump is ook het maatwerk dat scholen moeten kunnen bieden, opgenomen. In 2016 heeft de Kamer het belang van dit maatwerk onderstreept met de motie Rog/Ypma.
  • Lid 3 blijft hetzelfde.
  • Lid 4 bepaalt dat leerplichtig onderwijs kosteloos is. Daarmee verankeren gratis onderwijs steviger in de grondwet. Daarmee biedt dit lid ook kans om ouderbijdragen als segregerende factor in het onderwijs te minimaliseren, waarbij het tegengaan van excessen kan geschieden in lagere wet- en regelgeving.
  • Lid 5 (huidig lid 4) passen we aan zodat openbaar onderwijs ook op een zogenoemde samenwerkingsschool gestalte kan krijgen. Daarnaast past de term ‘funderend onderwijs’ beter bij de huidige tijd dan ‘algemeen vormend lager onderwijs.’
  • Lid 6 (huidig lid 5) benoemt dat de overheid kerndoelen, eindtermen en/of competenties kan vastleggen en het nieuwe lid 7 voegt hieraan op advies  van Zoontjens  de bijdrage toe aan “de democratische vorming van burgers en aan eerbied voor de rechten van de mens”. Sinds 2005 bepaalt de wet al dat het onderwijs mede “is gericht op het bevorderen van actief burgerschap en sociale integratie” (initiatiefwetsvoorstel Hamer, Kraneveldt en Dijsselbloem). Deze belangrijke en breed onderschreven rol van het onderwijs verdient verankering in de grondwet.
  • Lid 8 regelt de gelijke bekostiging van het bijzonder onderwijs, maar verbindt in lid 9 daar aan dat bekostigde scholen verplicht om alle leerlingen op gelijke voet te accepteren. Verschil met huidig lid 7 is tevens dat geen onderscheid meer wordt gemaakt tussen “lager” en “middelbaar” onderwijs.
  • Lid 10 is gelijk aan het oorspronkelijke lid 8.

Laat je emailadres achter en blijf op de hoogte

Delen: