Ons plan voor onderwijs met gelijke kansen voor ieder kind
Verkiezingsprogramma 2021-2025

3. Ons plan voor onderwijs met gelijke kansen voor ieder kind

Goed onderwijs van de beste leraren biedt een basis voor heel je leven.

Goed onderwijs stelt je in staat je talent te ontwikkelen, te ontdekken wie je bent en wat je kan en je dromen waar te maken. Goed samenleven begint met leren met, van en over elkaar. Goed onderwijs maakt het verschil in het leven van mensen. Daarom vindt de PvdA investeringen in goed onderwijs en gelijke kansen essentieel. Goed onderwijs is voor iedereen beschikbaar. De wijk waarin je woont, je achtergrond of wie je ouders zijn mogen nooit bepalend zijn voor wie je later wordt.

Kinderen zijn de toekomst. School biedt hen allemaal een plek om zich optimaal te ontwikkelen. Dat is niet alleen in het belang van onze kinderen, maar in het belang van ons allemaal. Ongelijke kansen leiden ertoe dat veel talent onbenut blijft. Helaas gaat het met het onderwijs in Nederland niet goed. We kampen met een groot lerarentekort. De kwaliteit van ons onderwijs is de laatste jaren schrikbarend afgenomen. Een kwart van de Nederlandse leerlingen heeft te weinig leesvaardigheid om goed mee te kunnen doen in de samenleving. Anno 2020 zijn meer dan twee miljoen mensen in ons welvarende land officieel laaggeletterd. En dat wordt alleen maar erger als we niets doen aan het schreeuwende tekort aan leraren, met name in het basisonderwijs.

Daarnaast zijn verschillen in het onderwijs toegenomen, hardnekkiger geworden. Hoeveel kansen kinderen krijgen verschilt onacceptabel veel van school tot school. Juist de scholen met kinderen die het onderwijs het hardst nodig hebben, hebben de grootste moeite om leraren voor de klas te krijgen. Het zijn scholen waar kinderen vaak zonder ontbijt naar school gaan. Wijk, afkomst, inkomen en opleiding van je ouders worden steeds meer bepalend voor je kansen in het leven terwijl dat niets mag uitmaken.

De achteruitgang van het onderwijs komt niet uit de lucht vallen. De overheidsinvesteringen zijn afgeknepen. Vooral in het basisonderwijs lopen de uitgaven in Nederland ver achter op andere Westerse landen. Dat kan niet en mag niet in een rijk land als Nederland. Alle kinderen hebben recht op een goede start, het recht om mee te doen, het recht op een goede school, een goede leraar en een tweede of zelfs derde of vierde kans. Ons land kan zich niet veroorloven dat talent onbenut blijft. Onderwijsinvesteringen betalen zich altijd dubbel en dwars terug.

Wij investeren daarom fors, met een ambitieuze agenda gericht op beter onderwijs en kansengelijkheid. Vanaf je geboorte tot en met je vervolgopleiding.  Werken in het onderwijs wordt veel aantrekkelijker. Leraren krijgen de beloning en de ondersteuning die ze verdienen. We deinzen er niet voor terug om waar nodig het systeem te veranderen voor meer kansengelijkheid. We gaan voor een gratis voorschool voor iedereen en een uitgesteld selectiemoment voor de middelbare school. En we zorgen dat iedereen zich kan blijven ontwikkelen, ook op latere leeftijd.

Ons plan bevat de volgende punten:

3.1 Fors investeren in onderwijskwaliteit en kansengelijkheid

Iedereen moet de kans krijgen iets van zijn of haar leven te maken.

De wijk waarin je woont, je religie of wie je ouders zijn mogen nooit bepalend zijn voor wie je later wordt. Gelijke kansen zijn essentieel voor een samenleving waarin we omkijken naar elkaar, waarin we kunnen omgaan met verschillen en waarin we weerbaar zijn in een wereld die steeds sneller verandert.

Onze keuzes:

Fors investeren in onderwijs 

Het fundament van ons schoolsysteem is niet op orde. Het onderwijs wordt steeds slechter en de ongelijkheid neemt al jaren toe. Om hierin verandering te brengen investeren we fors in het onderwijs, van voorschool tot en met vervolgonderwijs. Zo bereiken we goed onderwijs, gelijke kansen en een sterke kenniseconomie.

Investeren in onderwijspersoneel

Het lerarentekort is een bedreiging voor het onderwijs. Omdat de tekorten vaak groter zijn op plekken met meer kans op leerachterstanden, zorgen de tekorten voor meer ongelijkheid. Met name in het basisonderwijs zijn de tekorten schrikbarend. Daarom investeren we structureel extra in leraren, schoolleiders en ondersteunend onderwijspersoneel.

We dichten de loonkloof tussen het onderwijspersoneel

Leraren in het basisonderwijs en speciaal onderwijs verdienen minder dan hun collega’s in het voortgezet onderwijs. Dat is gek, want het werk is van evenveel waarde. De loonkloof zorgt voor een groter lerarentekort in het basisonderwijs en speciaal onderwijs. Wij willen dat dit onderwijspersoneel even goed wordt betaald als hun collega’s in het voortgezet onderwijs. Eén wet voor het funderend onderwijs zorgt ervoor dat basisonderwijs, speciaal en voortgezet onderwijs beter op elkaar worden aangesloten.

Meer ontwikkeltijd en kleinere klassen

Een leraar die goed les wil geven moet zich goed kunnen voorbereiden. Daarvoor willen we leraren meer ontwikkeltijd geven. Ook komen er kleinere klassen zodat ieder kind voldoende aandacht krijgt.

Extra investeringen op de plekken waar kinderen het onderwijs het hardste nodig hebben

Voor gelijke kansen is het van belang dat we ongelijk durven te investeren.

De afgelopen jaren zijn de middelen voor het bestrijden van achterstanden met tientallen miljoenen teruggebracht. Wij willen extra investeren op de plekken waar kinderen het onderwijs het hardste nodig hebben, omdat ze minder mee krijgen van thuis. Scholen met veel leerlingen die een grotere kans lopen op achterstand krijgen meer ondersteuning. Leraren op deze scholen verdienen een betere beloning aangezien vaak ook meer van ze wordt gevraagd. Zo zorgen we ervoor dat de beste leraren voor de klassen staan die ze het hardste nodig hebben. Ook de plekken waar er meer schaarste is aan leraren, in bijvoorbeeld steden en in krimpregio’s, krijgen leraren een extra toelage.

Rijksacademie voor leraren

Toekomstige leraren verdienen de beste opleiding. Te veel startende leraren vallen al in de eerste paar jaar uit. Om het aanzien van het vak te vergroten heeft straks elke lerarenopleiding het predicaat uitstekend. We gaan versnippering in het pabo-onderwijs tegen en investeren in betere lerarenopleidingen, onder andere door het oprichten van een rijksacademie voor leraren. Het Rijk betaalt de opleiding tot leraar, mits docenten daarna minstens vijf jaar in het onderwijs werkzaam zijn – vergelijkbaar met defensie en politie. Dit geldt ook voor een lerarenopleiding als tweede studie. Startende docenten krijgen betere begeleiding. Elke leraar houdt het permanente recht om zich bij te scholen.

Investeren in schoolleiders

Goede schoolleiders zorgen voor beter onderwijs. We investeren in het aantrekken, opleiden, belonen en ondersteunen van schoolleiders.

Zij-instroom in het lerarenberoep wordt makkelijker en aantrekkelijker

Het lerarenbegroep moet makkelijker en aantrekkerlijker worden gemaakt. Dat kan door de opleiding beter aan te laten sluiten bij eerder verworven competenties en door het wegnemen van financiële belemmeringen. Er wordt meer tijd vrij gemaakt om startende leraren goed te begeleiden op school.

Extra investeringen in het onderwijs gaan gepaard met hogere verwachtingen van het onderwijs

De kwaliteit van het onderwijs moet omhoog en kinderen moeten meer gelijke kansen krijgen. Schoolbesturen gaan meer doen om het onderwijs op hun scholen te verbeteren, boven de minimumnorm waar de Inspectie haar oordeel voldoende op baseert.

Transparantie over onderwijskwaliteit en de besteding van onderwijsmiddelen

Om te kunnen bijsturen krijgt de Inspectie voor het Onderwijs een sterkere positie. De Inspectie kan straks de besteding van geld door scholen beter beoordelen. Ze kan ook sneller ingrijpen. Binnen het budget voor onderwijs wordt geld bestemd voor o.a. onderwijzend personeel, onderwijsachterstanden en zorgleerlingen beter geoormerkt, zodat het niet aan overbodige overhead wordt uitgegeven. Het oppotten van onderwijsgeld door schoolbesturen in onnodige reserves moet stoppen.

 

Portret: Iris, 47 jaar

“Geef mij als docent weer de ruimte om te doen waar ik goed in ben en waar mijn hart ligt: lesgeven.”

 

Iris, 47 jaar, woont in Kerkrade, Limburg.

 

“Als docent scheikunde sta ik al jaren met heel veel plezier voor de klas. Soms geef ik online les, zoals in de laatste corona-maanden. Ik merk dat 34 leerlingen per klas, live of online, wel heel erg veel is. Zeker als er ook leerlingen in de klas zitten die speciale aandacht nodig hebben. Iets dat - sinds de invoering van passend onderwijs - steeds vaker het geval is.

En ja, die leerlingen hebben wel een ‘rugzak’: de school krijgt voor hen extra geld en dus extra tijd. Maar dat gaat vaak naar coördinatoren, of overleggroepen, en niet naar de mensen die zelf voor de klas staan. Niet naar de professionals die zelf graag veel meer aandacht aan die leerlingen willen geven. Als ze er maar de tijd voor kregen.

Daarnaast zijn er ook te weinig leraren. Niet ieder vak wordt door een bevoegd docent gegeven en hiermee doen we onze leerlingen tekort.

Daarom zeg ik: investeer in kleinere klassen, en houdt rekening met de ‘rugzakjes’ van leerlingen. Houd op met het bedenken van onderwijsvernieuwingen waar geen normale docent aan te pas is gekomen. Laat meer leidinggevenden zelf óók een gedeelte van hun tijd voor de klas staan. En stimuleer een studie aan de lerarenopleidingen. Het is een prachtvak!”

3.2 Vroeg beginnen

Voordat kinderen naar de basisschool gaan, zetten zij al hele belangrijke stappen in hun ontwikkeling.

De start op school is voor een groot deel afhankelijk van de wijze waarop kinderen zich tot hun vierde levensjaar hebben ontwikkeld. Een achterstand op jonge leeftijd wordt vaak een heel leven niet meer ingehaald. Door alle verschillende en versnipperde vormen van onderwijs voor de allerjongsten nemen de verschillen nu toe. Niet langer mag het wel of niet hebben van een werkende ouder bepalen met welke voorsprong of achterstand je begint aan de basisschool. Ieder kind kan zich maximaal ontwikkelen.

Onze keuzes:

Gratis kinderopvang

Alle jonge kinderen (nul tot vier jaar) krijgen gratis toegang tot publiek gefinancierde kinderopvang met goed opgeleide pedagogische medewerkers. Hier kunnen ze de hele dag terecht, ongeacht wat hun ouders doen.

Einde marktwerking kinderopvang

Kinderopvang wordt net als basisscholen een publieke voorziening zonder winstoogmerk. Het geld dat erin gaat is bestemd voor de ontwikkeling van kinderen. Er mag geen winst in de zakken belanden van aandeelhouders van commerciële kinderopvangorganisaties.

Een brede school voor ieder kind

Scholen mogen zelf kinderopvang aanbieden of werken samen met publiek gefinancierde kinderopvangorganisaties. School, kinderopvang, buitenschoolse activiteiten en brede talentontwikkeling vormen samen brede scholen. Door naast onderwijs en kinderopvang ook vrijetijdsbesteding, ontspanning, sport en cultuur te bieden, krijgen alle kinderen de mogelijkheid zich optimaal te ontwikkelen. Bij deze brede scholen kan op termijn ook de onderbouw van het voortgezet onderwijs komen, zodat er ook later wordt geselecteerd.

Einde kinderopvangtoeslag

Met publiek gefinancierde kinderopvang, kan de kinderopvangtoeslag verdwijnen. Kapitaalkrachtige ouders (van kinderen van 4-12 jaar) kan een inkomensafhankelijke eigen bijdrage worden gevraagd voor buitenschoolse opvang.

 

Portret: Aldert, 38 jaar

“Ik hoop op het allerbeste voor mijn dochter”

 

Aldert is 38 jaar en woont in Deventer, Overijssel.

“Afgelopen jaar is onze dochter geboren. Een prachtige gebeurtenis. Dankzij de kraamhulpen hadden wij een fantastische start. Met liefde, geduld en kennis leerden zij ons hoe wij onze kleine dame kunnen verzorgen. Ze waren geweldig.

Maar de stagiair kraamzorg die mee was, vertelde ons dat ze zich zorgen maakte. Als ze straks klaar is met haar opleiding, kan ze niet verhuizen naar een nieuwe woning. Daar gaat ze te weinig voor verdienen, en ze zit met een studieschuld.

Een goede opleiding is helaas veel duurder geworden. Gelukkig kunnen wij maandelijks genoeg opzij leggen, zodat onze dochter later kan studeren wat en waar ze wil. Maar niet elk kind heeft evenveel geluk. Jezelf ontwikkelen, op jonge leeftijd, mag nooit een financiële afweging worden.

Meer investeren in onderwijs en in zorg kost geld. Wij vinden het niet erg om mee te betalen als dat betekent dat de kraamhulp fatsoenlijk kan wonen, jongeren de opleiding kunnen doen die ze willen en kinderopvang veel beter toegankelijk kan worden voor iedereen. Want dan heeft ieder kind een gelijke kans.”

3.3 Ieder kind kan meedoen

Onderwijs stimuleert ieder kind om het mooiste van zijn of haar leven te maken.

Nu doen nog te veel kinderen niet mee. Dat kan en mag niet in een rijk land als Nederland.

 

Onze keuzes:

Aanpak armoede onder kinderen

In Nederland groeit één op de negen kinderen op in armoede. Dat zijn duizenden klassen vol. Vaak hebben ze geen schoolreisje, geen sport, geen muziekles, geen bijlesklas of kunnen ze hun verjaardag niet vieren. Sommige kinderen gaan zonder ontbijt naar school. Dat is onverteerbaar. Daarom doen wij meer tegen armoede onder kinderen. We stellen een maximum aan de – alleen in naam vrijwillige – ouderbijdrage. We geven gemeenten en scholen meer geld voor armoedebestrijding onder kinderen. En we steunen lokale initiatieven, samen met gemeenten, scholen, consultatiebureaus en maatschappelijke partijen als Stichting Leergeld, het Jeugdsport- en cultuurfonds, Stichting Jarige Job en tal van andere lokale initiatieven de strijd met kinderarmoede aan te gaan. Zie hoofdstuk 1.

Meer muziek, cultuur en sport

Op iedere school komt meer ruimte voor muziek, cultuur en sport, door goed opgeleide vakleerkrachten. Ieder kind komt ermee in aanraking. Dit wordt publiek gefinancierd.

Bijles niet afhankelijk van je portemonnee

Dure bijlessen vergroten de ongelijkheid. Alle kinderen die extra onderwijs, huiswerkbegeleiding of coaching in studievaardigheden nodig hebben, moeten dat via school kunnen krijgen. Scholen ontvangen hiervoor extra middelen.

Een plek voor ieder kind

Ieder kind heeft het recht om naar school te gaan. Nederland telt echter vele duizenden “thuiszitters”. Wij willen dat ons onderwijs echt inclusief is en dat er voor elk kind een goede plek is op school. Passend onderwijs, waarbij ieder kind de juiste ondersteuning krijgt, moet het streven blijven, maar gaat nu teveel gepaard met verhoging van de werkdruk in het onderwijs. Om daar iets aan te doen willen we investeren in passend onderwijs en jeugdzorg en de aansluiting tussen onderwijs en jeugdzorg verbeteren. Geld voor zorgleerlingen moet ook echt bij zorgleerlingen terecht komen. We leggen vast welk niveau van basisondersteuning minimaal nodig is om kinderen te begeleiden in hun specifieke behoeften, zoals taal– en rekenachterstanden, gedragsstoornissen, dyslexie, sociaaleconomische omstandigheden en hoogbegaafdheid.

Geen segregatie op school

School is niet alleen een plek waar je leert, maar ook een plek waar je elkaar ontmoet en leert samenleven. Welke boodschap geven we onze kinderen mee als we ze apart naar school laten gaan? De segregatie in ons onderwijs neemt al jaren toe. We zien scholen waar problemen zich opstapelen en scholen waar het tegenovergestelde gebeurt. De categoralisering van ons onderwijs versterkt dit effect. Je afkomst mag niet meer bepalen waar je naar school gaat en tot welk netwerk je toegang krijgt. Schoolbesturen gaan meer doen om segregatie tegen te gaan en gemeenten krijgen de bevoegdheid dit af te dwingen. Sturen op onderwijshuisvesting, een transparant aannamebeleid, extra investeren in scholen met kinderen die de hulp het meest nodig hebben, een maximum aan de ouderbijdrage en brede schoolgemeenschappen kunnen hierbij helpen.

Burgerschap belangrijker maken

Goed onderwijs is veel meer dan alleen maar scholing van cognitieve kennis. De jaren op school vormen ook een periode waarin je je eigen identiteit ontwikkelt in relatie tot anderen. Op school leer je je te ontwikkelen tot wereldburger. Daarom is het noodzakelijk dat het curriculum ook voldoende aandacht schenkt aan wie je bent in relatie tot een ander. Zo worden kinderen weerbaar en voorkom je pestgedrag. Voor het aanpakken van maatschappelijke problemen als racisme, discriminatie en uitsluiting, is het noodzakelijk dat burgerschap belangrijker wordt in het onderwijscurriculum. Burgerschapsonderwijs wordt een belangrijker criterium bij het beoordelen van scholen door de onderwijsinspectie.

Gelijke kansen in de grondwet

Niet alle scholen bieden alle kinderen de kansen die ze verdienen. Sommige scholen keren zich tegen universele waarden als de gelijkheid van man en vrouw, van homo en hetero. Sommige kinderen zitten thuis en worden op geen enkele school toegelaten. Ons ideaal, dat het niet mag uitmaken waar je vandaan komt voor wie je later wordt, komt zo in gevaar. Wij willen het belangrijke artikel 23 van de Grondwet – dat de vrijheid van onderwijs regelt– daarom aanpassen. Niet langer de belangen van de school, maar die van het kind staan daarin centraal. Het nieuwe artikel 23 is duidelijk: ieder kind heeft recht op onderwijs en kan elke school kiezen. Scholen hebben de plicht om kinderen te accepteren. Kinderen mogen niet geweerd worden op basis van hun geloof, zorgbehoefte of inkomen van hun ouders.

3.4 Onderwijs als springkussen, niet als sorteermachine of hindernisbaan

Kinderen ontwikkelen zich op verschillende manieren en in verschillende tempo’s, en beginnen niet allemaal met een gelijke start.

Dat hoeft geen probleem te zijn als je kinderen genoeg tijd en ruimte biedt om zich te ontwikkelen. In Nederland wordt echter heel vroeg geselecteerd voor het type voortgezet onderwijs, in maar liefst zeven verschillende richtingen (van praktijkonderwijs tot vwo). Al op 11-jarige leeftijd kom je zo in een hokje terecht waar ze niet makkelijk meer uitkomen. Daarmee doen we kinderen tekort. Bovendien zorgt het voor heel veel stress bij zowel kinderen als ouders. Kinderen worden op steeds jongere leeftijd naar bijles en toetstraining gestuurd uit angst dat het schooladvies te laag uitpakt. Onderwijs is veel te veel een wedstrijd geworden. Hiermee doen we kinderen geen recht en gaat veel talent verloren.

Onze keuzes:

Het moment dat wordt bepaald welk schoolniveau je aan kan, schuift met twee jaar op.

Pas na de tweede klas van de middelbare school krijgt een leerling een definitief schooladvies. Het uitstellen van het selectiemoment zorgt ervoor dat kinderen meer tijd krijgen zich te ontwikkelen en langer bij elkaar in de klas zitten. Het vraagt wel van leraren dat ze elk kind het onderwijs bieden op het niveau dat het beste bij hem of haar past.

Gedifferentieerd lesgeven op basisschool en in brede brugklassen

Elk kind, van moeilijk lerend tot hoogbegaafd, verdient het onderwijs dat hij of zij nodig heeft. Lerarenopleidingen moeten beter toegerust worden om leraren hierin te scholen. De Inspectie heeft een belangrijke taak om erop toe te zien dat kinderen het onderwijs krijgen dat zij nodig hebben.

Maatwerkdiploma’s

Het onderwijs kijkt straks meer naar wat kinderen wel kunnen in plaats van wat ze niet kunnen. Via een maatwerkdiploma leggen kinderen voor vakken waarin ze goed zijn examens op hoger niveau af. Daarmee komt ook een hogere vervolgopleiding dichterbij. Vervolgopleidingen maken vooraf duidelijk welk vakkenpakket op welk niveau toegang verschaft en verbinden daar geen aanvullende voorwaarden aan.

Een gemiste kans is nooit een laatste kans

Opstromen, doorstromen, diploma’s stapelen en op latere leeftijd de opleiding vervolgen moet makkelijker worden. Ook zomerscholen en extra lestijd op school helpen om opgelopen achterstanden in te halen.

Geen kind zonder startkwalificatie van school

Voor heel veel kinderen verloopt de overgang van het vmbo naar het mbo soepel. Maar voor nog te veel kinderen, met name van vmbo-basis en -kader, is de overgang naar het mbo lastig en bestaat het risico op uitvallen. Als kinderen uitvallen verlaten zij zonder startkwalificatie het onderwijs. Dat is ongewenst. Wij maken het mbo en het vmbo gezamenlijk verantwoordelijk voor een soepele overgang tussen beide soorten onderwijs. Praktijkvoorbeelden laten zien dat dit goed mogelijk is.

Elke leerling verlaat het onderwijs met goede lees-, reken- en schrijfvaardigheden

In het basis- en voortgezet onderwijs komt meer aandacht voor taal en krijgen leerlingen extra ondersteuning als zij dat nodig hebben. Er komen duidelijkere taaleisen voor het onderwijs waarop scholen steviger worden gecontroleerd.

Groot offensief tegen laaggeletterdheid, voor jongeren en volwassenen

Anno 2020 zijn meer dan twee miljoen mensen in ons welvarende land officieel laaggeletterd en een kwart van de vijftienjarigen kan niet voldoende lezen en schrijven. Met een groot offensief tegen laaggeletterdheid zorgen we dat iedereen kan meedoen in een steeds meer digitale informatiesamenleving. Scholen krijgen de middelen om voor een breed aanbod van boeken te zorgen, zodat zij een schoolbibliotheek kunnen inrichten. Ook komen er meer betaalbare en laagdrempelige taallessen voor volwassenen.

Zorgvuldige invoering

Grote veranderingen kosten tijd en moeten zorgvuldig worden voorbereid om ze ook te laten slagen. Wij willen daarvoor de tijd nemen, extra investeren in leraren en met hen kijken naar de best mogelijke invoering van maatregelen.

3.5 Vervolgonderwijs voor iedereen

Iedere jongere verdient het om met voldoende vaardigheden aan het werkende leven te kunnen beginnen.

Nu zien we dat jongeren het zwaar hebben door hoge schulden, door enorme prestatiedruk of door een gebrek aan stageplekken. Dat moet anders. Na school verdien je een goede start, dat gunnen we aan iedere jongere.

Onze keuzes:

Herinvoering van de basisbeurs

Jongeren hebben nu te maken met veel prestatiedruk en onzekerheid. Velen hebben onzeker werk en ook minder kans op een betaalbaar huis. Wij willen voorkomen dat jongeren al aan het begin van hun werkzame leven worden opgezadeld met een hoge schuld. Daarom voeren we de basisbeurs weer in. Dit doen we in combinatie met een progressiever belastingstelsel, met een toptarief van 60 procent voor de hoogste inkomens (zie hoofdstuk 1). Mensen die veel profijt hebben van hun opleiding gaan zo achteraf meer bijdragen in plaats van vooraf schulden maken. Voor de generatie die geen basisbeurs heeft gekregen, komt er compensatie. De extra investeringen in het onderwijs en de uitbreiding van de aanvullende beurs blijven overeind. We willen dat ook kinderen van ouders met een middeninkomen van de aanvullende beurs gebruik kunnen maken, door het afbouwpercentage te verlagen.

Een einde aan de prestatiedruk

Het studentenwelzijn gaat omhoog door een vroege signalering van problemen, meer vertrouwenspersonen en een meer actieve houding van onderwijsinstellingen.

Stagegarantie voor middelbaar en hoger beroepsonderwijs

Te vaak lopen studenten vast in hun studie doordat zij geen stageplaats kunnen vinden. Ook zien we dat racisme en discriminatie te vaak een rol spelen bij het niet kunnen vinden van een stageplek. Elke jongere heeft recht op een goede stageplaats en het mag niet zo zijn dat studies door een tekort aan stageplaatsen niet kunnen worden afgerond. Opleidingen zijn verantwoordelijk voor voldoende stageplaatsen en maken daarover goede afspraken met bedrijven. Er moeten meer stageplaatsen voor mbo-studenten worden aangeboden bij overheidsinstanties en bedrijven waarmee de overheid samenwerkt.

Stagebemiddeling

Een stagebemiddelingspunt zorgt voor een goede match tussen leerlingen en bedrijven. Elke onderwijsinstelling richt een stagebemiddelingspunt in, een brug tussen scholen en bedrijven. Dit houdt goed zicht op de ontwikkelingen op de arbeidsmarkt en in het onderwijs.

Extra geld voor achterstandsleerlingen in het mbo

Mbo-instellingen krijgen meer geld voor leerlingen uit achterstandssituaties. Met bijvoorbeeld extra onderwijsaanbod of zomerscholen tillen zij de leerlingen naar een hoger niveau.

Investeren in beroepsbegeleidende leerweg

Leerbanen bieden nu plek aan ruim 100.000 mbo’ers. Dit zijn belangrijke banen waarin studenten bijvoorbeeld als lasser, monteur of verpleegkundige kunnen leren en werken tegelijk. We investeren extra in deze beroepsbegeleidende leerweg (BBL).

Vakscholen

Goed beroepsonderwijs komt tot stand bij goed contact tussen student en docent. Wij streven daarom naar kleinschalige, prettige en veilige leeromgevingen. En naar werkscholen, vakscholen en bedrijfsscholen waarin de opleiding tot vakman of vakvrouw centraal staat. Het mkb staat om deze mensen te springen.

Investeren in hoger onderwijs

De bekostiging van het hoger- en wetenschappelijk onderwijs is doordrenkt van rendementsdenken. We halen de perverse volumeprikkels eruit. Publish or perish en het streven om zoveel mogelijk internationale studenten in de collegebanken te proppen gaan ten koste van goed onderwijs. Er wordt fors meer geïnvesteerd in de kwaliteit van het hoger- en wetenschappelijk onderwijs. Daarbij komt er een eerlijke verdeling tussen bèta-techniek, de alfa- en gammastudies en medische wetenschappen. Extra geld voor technische studies mag niet leiden tot minder budget voor studies binnen andere wetenschappelijke domeinen. We willen af van de publicatiedrift en meer geld vrijmaken voor fundamenteel onderzoek.

Meer inspraak

Studenten en jongeren kunnen prima meebeslissen over hun studie en huisvesting. Daarom krijgen ze meer inspraak in het vervolgonderwijs.

Meldpunt voor seksuele intimidatie en discriminatie

Alle onderwijsinstellingen in het vervolgonderwijs krijgen een laagdrempelig en onafhankelijk meldpunt voor seksuele intimidatie en discriminatie.

 

 

3.6 Leren houdt nooit op

Scholing houdt niet op bij je diploma.

Het is niet meer zo dat je met de kennis en vaardigheden die je rond je twintigste levensjaar hebt opgedaan veertig tot vijftig jaar vooruit kunt. Het gaat erom dat je de juiste en meest actuele kennis en vaardigheden hebt die je in de praktijk kunt toepassen. Dat je de kans krijgt en pakt om continu bij te leren of van carrière te switchen. Dat mag niet afhangen van hoe lang je contract al loopt of in welke sector je actief bent.

Onze keuzes:

Iedere werkende krijgt scholingsrecht

De werkgever wordt verplicht te zorgen dat werknemers brede en waardevolle scholing krijgen die zoveel mogelijk gekwalificeerd is (zie hoofdstuk 1).

Openstellen scholen en universiteiten voor volwassenenonderwijs

Onderwijsinstellingen in middelbaar en hoger onderwijs zijn onvoldoende ingericht om mensen ook op latere leeftijd om of bij te scholen. Hoge instellingstarieven werpen voor oudere studenten drempels op. Beroeps- en kennisinstellingen gaan een grotere bijdrage leveren aan een leven lang leren. Daarvoor krijgen ze geld en middelen van de overheid. Op universiteiten en hogescholen, met uitzondering van particuliere instellingen, gaat het wettelijk collegegeld tarief ook gelden voor mensen die al eerder een opleiding hebben afgerond. Naar school gaan is na je dertigste straks net zo makkelijk als daarvoor.

Portret: Sam, 32 jaar

“Verschillen tussen leerlingen worden groter door corona.”

 

Sam, 32 jaar, woont in Heemstede, Noord-Holland.

 

“De docent die ik wil zijn, is een docent waarbij iedere leerling zich welkom en gezien voelt. Waarbij iedere leerling de ruimte voelt om te groeien. Met de één vier je successen, bij de ander bied je een luisterend oor en geef je advies als het nodig is. Een docent, dus, met oog voor de verschillen tussen leerlingen.

De verschillen tussen leerlingen werden nog duidelijker toen de scholen dichtgingen door corona. Heeft een leerling een eigen bureau en laptop? Zijn er ouders of verzorgers die helpen bij het maken van een planning? Heeft een leerling vertrouwen in zichzelf? Sommige leerlingen kwamen er alleen voor te staan. Ik heb me toen weleens machteloos gevoeld.

Ik ben blij en trots dat ik op deze school mag werken. Mijn collega’s en ik werken iedere dag aan een veilige schoolomgeving. Het is onze missie om alle leerlingen persoonlijke aandacht en begeleiding te geven. En dat gun ik ieder kind.”

Delen: