Toespraak Diederik Samsom op Politieke Ledenraad

Door Diederik Samsom op 25 oktober 2014 Delen  

En dus kiezen we niet voor het gemakkelijke verhaal van niks veranderen. Wij kiezen voor het andere verhaal. Omdat we de beste zorg willen bieden aan de ouderen van nu, en de ouderen van later. Omdat we banen veilig willen stellen voor mensen nu, Ć©n voor volgende generaties. Omdat we niet alleen onszelf, maar ook onze kinderen een betaalbare en betrouwbare energievoorziening gunnen. Wie niets verandert heeft nu een makkelijk verhaal, maar staat straks voor zijn kinderen met de mond vol tanden. Wij kiezen voor de samenleving van nu, en die van later. We kiezen voor het lastige verhaal van verandering en verbetering. Met oog voor de onzekerheid die ermee gepaard gaat. Dat is het verhaal van de Partij van de Arbeid. Het verhaal waar ik voor kies. Met alles wat ik in me heb.

Dat zei ik in mijn toespraak op de politieke ledenraad.

Partijgenoten,

Een paar weken geleden stapte ik het Kamergebouw uit, het Plein op. Ik haalde diep adem, zoog de avondlucht op. Opeens hoorde ik van opzij een stem. ‘Hé Samsom’…uit mijn ooghoek zag ik een opgeschoten man, geen typische PvdA stemmer…. ‘Hé, Samsom’…

En opeens, in plaats van me naar hem toe te draaien, merkte dat ik onwillekeurig mijn pas versnelde. Om eerder bij de auto te zijn. Ik had er even geen zin meer in. Achter me hoorde ik hem nog. ‘Hé Samsom’…..

Het overkomt mij ook wel eens. Jullie kozen mij als partijleider vanwege onder andere mijn tomeloze energie en vanwege m’n eeuwige bereidheid om altijd in elke omstandigheid iedereen de PvdA-plannen te vertellen en mijn daden te verantwoorden. Maar ik had er die avond even geen behoefte meer aan en dook liever snel de auto in dan een vermoedelijk lastig gesprek aan te gaan. Velen van jullie zullen het gevoel herkennen.

‘Hé Samsom’…. de jongeman had me alsnog achterhaald en legde zijn hand op mijn schouder. Ik keek om, gedwongen om toch te blijven staan. ‘Je moet die Asscher bedanken van me. Ik was bijna mijn baan kwijt, maar mijn baas belde dat ie me toch in dienst kan houden, vanwege een of ander plan van Asscher.’ De jongen was metselaar, of dakdekker, geloof ik. Ik weet het niet meer. Hij verdween in de avond. Beduusd stapte ik in de auto.

Nee, het is niet altijd eenvoudig. Zo toonden die paar minuten daar op die maandagavond aan. We vinden het allemaal wel eens lastig om weer uit te moeten leggen wat we aan het doen zijn. Het kost kracht om de weg die we zijn ingeslagen, vol te houden.

Maar het is de moeite meer dan waard. Zo toonden precies diezelfde minuten aan. Want zoals die jongen zijn er nog vele tienduizenden. Op het punt hun baan te verliezen. Of al zonder baan.

En ze hebben hun hoop op ons – op de Partij van de Arbeid – gevestigd. Wij zijn de partij die naar hen omkijkt, de partij die de soms harde realiteit van alledag niet schouderophalend aanziet, maar dag na dag knokt om ervoor te zorgen dat het beter wordt, dat dit land er weer bovenop komt. En het laatste wat die mensen nodig hebben – of wat wij zelf nodig hebben – van de Partij van de Arbeid is hangende kopjes, als het even tegenzit. Deze mensen verwachten van ons maar een ding. Strijdbaarheid. En strijdbaarheid is wat we zullen laten zien.

Omdat we niet accepteren dat er 600.000 mensen werkloos zijn, omdat we ons niet neerleggen bij groeiende inkomensverschillen en ook omdat we niet accepteren dat de welvaart van volgende generaties op het spel wordt gezet door klimaatverandering. Wij blijven strijden om die rauwe realiteit te veranderen, om het leven van mensen te verbeteren, om de toekomst van onze kinderen veilig te stellen. Stapje voor stapje. Tegenslagen overwinnend, fouten herstellend, gestaag voortgang boekend. Ook als het moeilijk wordt. Juist als het moeilijk wordt.

Want dát is de Partij van de Arbeid!

Partijgenoten, er is de afgelopen tijd wel eens gezegd dat we een lastig verhaal hebben. Ook hier weer, vandaag, in deze zaal. Jazeker, partijgenoten, dat is ook zo. En dat is maar goed ook. Wij kiezen niet voor het gemakkelijke verhaal. Het gemakkelijke verhaal van niks doen. Omdat je dan niks fout kan doen. Het gemakkelijke verhaal vanaf de zijlijn, omdat je dan anderen de schuld kunt geven. Wij kiezen voor het andere verhaal. Het verhaal van verbeteringen in de zorg, werk en wonen en die klaar maken voor de toekomst. Net nu het economisch moeizaam gaat in Nederland en in Europa. Misschien wel het slechtst denkbare moment om dat te doen. Omdat zekerheid een schaars goed is in deze tijden. Maar we weten ook dat we al teveel goede momenten hebben laten passeren. En dat de enige zekerheid die we overhouden als we niets doen, de zekerheid is dat de verzorgingsstaat die we nu kennen er niet meer is voor onze kinderen.

Twee jaar lang zijn we nu bezig. En we boeken resultaat: we dringen topinkomens en bonussen terug. Er is meer zekerheid voor mensen met flexibele arbeidscontracten, we nemen schoonmakers in vaste dienst bij de overheid en we pakken uitbuiting en schijnconstructies door werkgevers aan. We investeren in duurzame energie. We lieten bijna duizend kinderen en hun broers, zusjes en ouders, hier blijven met een kinderpardon. Zo bewegen we stapje voor stapje richting een betere samenleving. Sterker, rechtvaardiger, zorgzamer, duurzamer.

Een samenleving die voor meer mensen meer te bieden heeft.

Maar het gaat met vallen en opstaan. Veel vallen. Veel opstaan. Daar leer je van. Ik ook. Ik heb de afgelopen twee jaar veel geleerd. In het begin was ik verbaasd. Waarom al die de verwijten over gebroken beloften? We hadden in de campagne van 2012 immers niks beloofd. Dat klopt. Maar ondanks dat, of misschien wel juist daardoor hebben we wel verwachtingen gewekt. Torenhoge verwachtingen. Mensen verwachten veel van de PvdA en van mij. Terecht. Want wat de lijsttrekker in de verkiezingscampagne ook zegt, de PvdA voert altijd campagne met één allesbepalende belofte: dat het beter zal gaan.

En dat gaat het nog altijd niet. Of nog niet genoeg. Aantrekkende macrocijfers blijven abstract als we daar in het dagelijks leven te weinig van terug zien. En de onzekerheid over de zorg en de sociale werkvoorziening blijft opspelen en hebben we als politici nog niet weg kunnen nemen.

Het is voor mij de belangrijkste les van de afgelopen twee jaar. Onze overtuiging dat het beter wordt, botst met de harde realiteit dat het nog niet of slechts mondjesmaat beter gaat. De werkelijkheid van de Haagse koopkrachtplaatjes of beleidsbezweringen hebben weinig betekenis in het dagelijks leven. Aan de keukentafel zitten geen ‘mediane standaard huishoudens’, maar echte gezinnen die stuk voor stuk unieke levens leiden. Met eigen wensen. En eigen twijfels. Ons verhaal over de noodzaak van hervormingen schuurt met de zorgen van mensen over wat dat voor hen of hun dierbaren betekent.

En ja, in onze overtuiging dat we het goede doen, hebben we soms die zorgen en twijfels te weinig willen horen. De valkuil van veel politici. En zeker van mij. We denken dat we het goede doen. Maar de grens tussen ”ik denk dat ik het goede doe’ en ‘ik weet het beter’ is dun. En dan sta je opeens tegenover elkaar. Tegenover mensen die vinden dat je niet luistert. Terwijl je denkt ‘jullie horen niet wat ik zeg’.

Zo groeit de kloof.

Het is aan ons om die kloof te dichten. Want de twijfels, de zorgen en de angsten zijn terecht. En schreeuwen om een antwoord. Van onze bestuurders en onze volksvertegenwoordigers, van de Partij van de Arbeid.

We hebben al gezien dat onzekerheden bijvoorbeeld te groot dreigden te worden voor mantelzorgers die met volle inzet voor hun dementerende partner zorgen. Die hebben het recht op de zekerheid dat er een plek is in het verzorgingshuis als het echt niet meer gaat. Dus paste het kabinet – op aandringen van onze mensen – de plannen aan. En we hebben het gezien bij de zorg voor zwaar gehandicapte kinderen die thuis verzorgd werden. Ook daar nam het kabinet onzekerheid weg door op tijd plannen aan te passen, zodat deze kinderen hun verzorging thuis behouden. We zagen het bij de dreigende ontslagen in de thuishulp. Met 75 miljoen extra zorgden kabinet en gemeenten voor meer dan 14.000 banen. Goed voor de thuishulpen. En goed voor de mensen die op zorg zijn aangewezen.

Dat is de PvdA zoals ze moet zijn: een alerte partij, die ingrijpt als het nodig is, wanneer de onzekerheid te groot dreigt te worden en mensen onbedoeld buiten de boot dreigen te vallen. Dit soort inspanningen kun u daarom blijven verwachten van de Tweede Kamerfractie. En wij verwachten een zelfde alerte houding van het kabinet. Terugschrikken voor verandering is nooit de juiste reflex als het moeilijk wordt, fouten erkennen en herstellen en zo meer zekerheid bieden is dat wel.

Zal die houding alle onzekerheden wegnemen? Nee. De veranderingen die staan te gebeuren zijn daarvoor te omvangrijk en te indringend. Daar mogen we niet voor weglopen.
Ik voel die twijfels, de zorgen en de angsten zelf ook, als ik de politieke bravoure even achter me laat en om me heen kijk…

Ze had een 7 voor Nederlands. En ik ben zo trots als een pauw. Op mijn dochter, die met heel veel oefenen en een onverwoestbaar doorzettingsvermogen inmiddels kan lezen. En rekenen. In de beschermde omgeving van de speciale middelbare school werkt ze verder aan haar vaardigheden.

Maar de gedachte aan hoe het daarna verder moet, grijpt me naar de keel. Want om in deze steeds snellere en hardere maatschappelij mee te kunnen, is lezen niet genoeg. Je moet snel kunnen lezen. En wie achter de kassa van Albert Heijn wil zitten, moet niet alleen snel kunnen rekenen, maar ook de assertiviteit hebben om al die gehaaide klanten van repliek te dienen. Welke baan is er straks voor mijn dochter? Ik zie met angst en beven dat we als maatschappij de onderste sport van de maatschappelijke ladder steeds hoger optrekken. Kan Benthe er straks nog bij? Wie maakt er nog een plek voor haar?

Ik voel dus haast de fysieke opluchting bij het bestaan van de sociale werkvoorziening. Een beschutte plek, weg van de jachtige hyperprestatiemarkt, in eigen tempo. Wat een zegen. Voor mij als vader, en voor al die honderdduizenden anderen die voor zichzelf of voor een dierbare een veilige plek zagen. We zien ook wel dat de aantallen mensen in de sociale werkvoorziening in sommige regio’s te groot worden, dat de gouden kooi mensen niet alleen beschermt maar ook vasthoudt. We vragen ons af of dat wel goed kan gaan, maar we zijn maar wat blij dat er rust en zekerheid is.

En dan…. komt de PvdA vertellen dat alles gaat veranderen. Omdat mensen jarenlang te makkelijk zijn weggezet. Omdat het niet houdbaar is als de sociale werkvoorziening de grootste werkgever in sommige regio’s is. En omdat zo omgaan met mensen weliswaar heel mooi is, maar ons ideaal anders is. Ons ideaal is een plek voor iedereen in de samenleving. En dat betekent ook de kans op werk, voor iedereen, bij een gewoon bedrijf, tussen collega’s, met een salaris, zoals alle anderen.

En dus gooien we met de participatiewet de sociale werkvoorziening op zijn kop. En in mij stormt het. Een langgekoesterde sociaal-democratische wens kan in vervulling gaan, maar ik maak me zorgen over Benthe. Het ideaal klinkt zo mooi, maar hoe hoog ligt straks de onderste sport van de maatschappelijke ladder?

Op de vorige Ledenraad vroeg een vrouw vanuit haar rolstoel met trillende stem waarom we toch de sociale werkvoorziening zo veranderden. Ze was daar al tientallen jaren gelukkig, zei ze. Ze vond dat de sociale werkvoorziening moest blijven zoals die is, omdat, zo zei ze letterlijk, er in deze maatschappij toch geen plek is voor haar.

Ik moest denken aan mijn dochter, en aan al die anderen. En ik voelde een moment een enorme aanvechting haar eenvoudig gelijk te geven. Niks veranderen.

Maar tegelijkertijd dreunden haar woorden in mijn hoofd: ‘omdat er in deze maatschappij toch geen plek is voor mij’. En toen wist ik het zeker. Wij mogen niet kiezen voor een maatschappij waarin er voor sommigen mensen geen plek is. Omdat in ons Nederland een goed leven niet het geluk van enkelen is, maar een recht voor allen. Omdat in ons ideaal iedereen de kans krijgt om het beste uit zichzelf te halen.

En dus kiezen we niet voor het gemakkelijke verhaal van niks veranderen. Wij kiezen voor het andere verhaal. Omdat we de beste zorg willen bieden aan de ouderen van nu, en de ouderen van later. Omdat we banen veilig willen stellen voor mensen nu, én voor volgende generaties. Omdat we niet alleen onszelf, maar ook onze kinderen een betaalbare en betrouwbare energievoorziening gunnen. Wie niets verandert heeft nu een makkelijk verhaal, maar staat straks voor zijn kinderen met de mond vol tanden. Wij kiezen voor de samenleving van nu, en die van later. We kiezen voor het lastige verhaal van verandering en verbetering. Met oog voor de onzekerheid die ermee gepaard gaat

Dat is het verhaal van de Partij van de arbeid. Het verhaal waar ik voor kies. Met alles wat ik in me heb.

Dank u wel.

Delen: