Zorg voor kinderen van gedetineerde moeders ondermaats

Zorg voor kinderen van gedetineerde moeders ondermaats

Door Marith Volp op 30 november 2014 Delen  

De zorg voor kinderen van wie de moeder een gevangenisstraf heeft gekregen is nog te vaak slecht geregeld. Dat blijkt uit een onderzoek (pdf) dat ik heb gedaan. Ik vind dat zeer zorgelijk en verwacht actie van het kabinet.

Download het onderzoek ‘Kinderen van gedetineerde moeders’ (pdf) >

Twee jaar geleden onderzocht mijn collega Lea Bouwmeester bij 55 gemeenten of zij wisten hoe ze moesten omgaan met de hulpvraag van een moeder die de gevangenis in zou moeten. Dat bleek in slechts één gemeente goed geregeld. Hierop beloofde het kabinet dat er maatregelen genomen zouden worden om de zorg voor kinderen van gedetineerden moeders beter te regelen. Zo zou er in gemeenten een hulpverlener belast worden met het organiseren van de zorg voor deze kinderen. Ruim twee jaar later heb ik deze gemeenten opnieuw gebeld en blijkt dat van de 55 gebelde gemeenten er slechts door twee gemeenten verwezen wordt naar een dergelijke hulpverlener. 

Jaarlijks verblijven ruim 3000 vrouwen in een gevangenis, waarvan ongeveer zeventig procent moeder is van in ieder geval twee kinderen. Als een moeder achter de tralies verdwijnt is dat heel ingrijpend voor een kind. De overheid heeft dan de taak om voor deze kinderen te zorgen. Dat ze ergens onderdak hebben en dat er hulp is bij alle lastige vragen die deze kinderen hebben, ook als moeder weer thuis is. Daarom pleitte de PvdA voor coördinatie van de zorg voor kinderen van gedetineerde ouders door de gemeente. Binnen veel gemeenten is er een coördinator nazorg, die belast is met de zorg rondom een gedetineerde die na het uitzitten van zijn straf terugkeert in de gemeente. Juist deze coordinator zou de aangewezen persoon om als regisseur op te treden voor kinderen die problemen ondervinden als hun moeder de gevangenis in moet. Niet alleen de zorg nadat een moeder terugkeert, maar juist ook de coördinatie vooraf, zodat problemen voorkomen kunnen worden.

We hebben 55 gemeenten gebeld. Hierbij hebben we ons voorgedaan als Chantal, een alleenstaande moeder die binnenkort de gevangenis in zou moeten en hulp vroeg bij de zorg voor haar kinderen van 7 en 9, die in deze periode opgevangen zouden worden door de buren. Elf gemeenten hadden geen idee hoe ze met een dergelijke situatie moesten omgaan, dertien verwezen naar maatschappelijk werk, zes naar het centrum voor Jeugd en Gezin, tien naar jeugdzorg en dertien gemeenten naar een andere instantie van de gemeente. Een keer werd er zelfs doorverwezen naar de Dienst Werk en Inkomen.

Juist de coördinator nazorg zou juist contact met Justitie kunnen onderhouden en andere hulpverlening kunnen inschakelen als dat nodig is. Want hoe goed bedoeld de verwijzing naar de verschillende instanties ook is, het geeft juist aan dat een regisseur noodzakelijk is. Deze kwetsbare kinderen hebben onze hulp nodig. We moeten voorkomen dat zij naast het gemis van hun moeder verder in de problemen komen door onvoldoende of niet goed gecoördineerde hulp. Twee jaar na de initiatiefnota blijkt dit nog niet gerealiseerd. En worden Chantal en haar kinderen van het kastje naar de muur gestuurd. Ik verwacht nu actie van het kabinet, dit moet moet op korte termijn geregeld worden. Zodat deze kinderen niet gestraft worden voor de daden van hun ouders.

Vandaag komt ook de documentaire ‘zodra ik buitenkom’ uit, waar mooi in beeld wordt gebracht tegen welke problemen moeders in detentie aanlopen.

Een verbonden samenleving

Eerlijke spelregels zijn nodig. Zodat grote bedrijven netjes belasting betalen, net als de bakker op de hoek. Zodat we uitbuiting van werknemers aanpakken. En zodat we minder schreeuwen en beter naar elkaar luisteren.

Lees ons verkiezingsprogramma