Zet hypotheekenteaftrek om in aftrekpost

Zet hypotheekenteaftrek om in aftrekpost

Door Marijke Linthorst op 24 september 2009 Delen  

In de koopsector vormt scheefwonen het fundament van de markt: door de
hypotheekrenteaftrek betalen mensen met een hoger inkomen netto minder aan
woonlasten dan mensen met een lager inkomen. Een vaste aftrekpost van
bijvoorbeeld veertig procent die de huidige regeling vervangt, is een
rechtvaardige ingreep.

Paniekvoetbal leidt, zeker in crisistijd, niet tot verstandige oplossingen.
Dat alles ter discussie staat, van verhoging van de AOW-leeftijd tot de
hypotheekrenteaftrek, is uitstekend.

Waar het om gaat is dat er maatregelen worden getroffen die de
onvermijdelijke negatieve gevolgen eerlijk verdelen, over hoge en lage inkomens
én over de verschillende generaties.

Een beleidsterreinen dat een belangrijke rol speelt bij het weer vlot trekken
van de economie is de woningmarkt. Het is ook een beleidsterrein waar naar
verlaging van de uitgaven en verhoging van de inkomsten zal worden gezocht. Bij
uitstek een gelegenheid om de woningmarkt structureel onder de loep te nemen en
niet te blijven hangen in simpele voorstellen als het beperken van de
hypotheekrenteaftrek voor huizen boven de één miljoen. Dat klinkt misschien
heldhaftig voor de achterban, maar zet weinig zoden aan de dijk, is tot op
zekere hoogte willekeurig (in Groningen koop je méér huis voor hetzelfde geld
dan in de Randstad) en, het belangrijkste bezwaar, lost de fundamentele weeffout
in het systeem niet op.

In de huursector wordt veel gesproken over het zogenaamde scheefwonen: mensen
met een hoog inkomen, die een huis hebben met een lage huurprijs. Het is
opmerkelijk dat ditzelfde verschijnsel in de koopsector niet alleen niet ter
discussie staat, maar zelfs het fundament van de markt vormt. De
hypotheekrenteaftrek is gebaseerd op het belastingtarief. Wie 30 procent
belasting betaalt over de top van zijn inkomen mag dus 30 procent  van de rente
aftrekken, wie 52 procent betaalt krijgt 52 procent terug. Dit betekent dat
hetzelfde huis voor iemand met een hoog inkomen goedkoper is dan voor iemand met
een laag inkomen. Dat is raar. De betaalbaarheid van een huis wordt bepaald door
wat je er netto aan kwijt bent. Inkomens tot zo’n 54.000 euro betalen 42 procent
belasting over de top van hun inkomen, daarboven is dat 52%. Een simpele
rekensom leert dat, bij een rente van 5 procent, inkomens tot 54.000 euro voor
een huis van 300.000 euro 1500 euro per jaar méér betalen dan inkomens van
bijvoorbeeld 100.000 euro. Ik kan daar geen enkel logisch argument voor
bedenken.

Een eenvoudige en rechtvaardige ingreep zou zijn om geleidelijk te komen tot
een vaste aftrekpost van bijvoorbeeld 40 procent. Bij een afbouw van 1
procentpunt per jaar daalt de huidige maximale aftrek van 52 procent in twaalf
jaar tijd tot 40 procent. Dat geeft mensen de gelegenheid hun uitgavenpatroon
aan de nieuwe situatie aan te passen. Dit voorstel houdt in dat mensen die nu
minder aftrek genieten, geleidelijk stijgen naar 40 procent. Dat is gunstig voor
starters, die vaak nog geen hoog inkomen (en dus een hoge aftrek) hebben.

Het is een eenvoudig voorstel, waarvoor het belastingstelsel niet ingrijpend
gewijzigd hoeft te worden. Het volstaat om de hypotheekrenteaftrek om te zetten
in een aftrekpost met een vast percentage. Het voorstel zou ook moeten kunnen
rekenen op een groot draagvlak: de regeling geldt voor iedereen. Ook wie een
duurder huis kan en wil betalen heeft recht op aftrek. Maar niet op méér dan
iedereen krijgt.