Op zoek naar de eenheid en verbondenheid die ons land van oudsher zo sterk heeft gemaakt

Bijdrage Ahmed Marcouch bij behandeling Integratie begroting van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid

Op zoek naar de eenheid en verbondenheid die ons land van oudsher zo sterk heeft gemaakt

Door Ahmed Marcouch op 6 december 2016 Delen  

Voorzitter,

Als wij elkaar vragen hoe het gaat, vertellen wij hoe wij ons voelen. De cijfers zeggen dat het goed gaat. Nu wij de crisis hebben overwonnen, ons opleidingsniveau is gestegen en de werkgelegenheid is gegroeid, kijken wij met nieuwe ogen naar onze samenleving. Alle reden om op zoek te gaan naar de eenheid en verbondenheid die ons land van oudsher zo sterk heeft gemaakt. En om ten strijde te trekken tegen wat onze empathie voor elkaar ondermijnt en de integratie belemmert: de onverschilligheid, de onverdraagzaamheid, de angst en de discriminatie.

Integratie ontstaat als wij een relatie opbouwen met ons land. Ik zie anno nu, twee groepen die daar moeite mee hebben.  Als eerste de jongeren met een migratie achtergrond, die wij ook na de crisis nog te vaak in de foute lijstjes vinden. Als tweede de laaggeletterde Nederlandse vijftigplussers die gaandeweg achterop zijn geraakt. Hierover gaat vandaag mijn bijdrage voor deze begrotingsbehandeling.

Hoe krijgen zij aansluiting?

Ik vraag geslaagde jonge mensen graag wat hen succesvol heeft gemaakt, omdat ik dit anderen ook zo graag gun.  Het antwoord is vrijwel altijd: mijn ouders.  Zij vertellen hoe hun ouders mee gingen naar school en naar het sportveld en desnoods voor hen verhuisden naar betere wijken. En als de ouders afwezig waren, vonden zij een schooljuf, voetbaltrainer of jongerenwerker die in hen geloofde. Dit geldt ook voor mij. Mijn juf Herma nam mij mee naar de bibliotheek en bezocht mijn vader thuis om hem te ondersteunen bij mijn schoolcarrière. Ik vertel dit omdat het betekent dat docenten cruciaal zijn bij de opvoeding, zij doen er goed aan om tot achter de voordeur te komen.

Als docenten, jongerenwerkers en andere opvoeders de ouders helpen, bouwen zij gezamenlijk krachtige coalities om nieuwe generaties te vormen die onze samenleving sterk en gelukkig maken. Ik heb zo’n coalitie wel eens de pedagogische wijk genoemd, met als inspirerend motto:

"It takes a village to raise a child"

Het gebeurt en dat is hoopvol. Bij het Huis van Vrede in Almere bijvoorbeeld, waar ik onlangs op bezoek was. Een prachtige naam voor jongerenwerkers die kinderen groot brengen in de taal van de vrede, met de kleintjes de competenties oefenen die zij nodig hebben om tot vrede te komen in onze samenleving.

Ik denk dat zij enorm blij worden als de minister hen bezoekt, ik wil de minister graag horen vertellen welke andere initiatieven hij ook bezocht heeft die je pedagogische wijken kunt noemen. Ze kunnen het begin zijn van een nieuw beschavingsoffensief. Essentieel in zo’n beschavingsoffensief is de onderlinge empathie. Hoe mooi zou het zijn als in Hilversum de agenten de angst hadden begrepen van de joodse moeder die een paar dagen geleden de politie belde toen haar auto bekrast was met hakenkruizen. Empathie maakt dat de politie de zorg begrijpt, beseft dat dit meer is dan eenvoudig vandalisme, de prioriteit ziet van discriminatoir geweld en meteen ter plaatse komt en een buurtonderzoek start.

Voorzitter, het grote verdriet van onze jonge mensen met een migratieachtergrond is de discriminatie die hen op de arbeidsmarkt overvalt. Als zij met mij contact zoeken, nodig ik ze vaak uit in ons huis van de democratie, waar zij mij lichtelijk wanhopig vragen wat zij nog meer moeten doen dan diploma’s halen en hard werken in tal van bijbaantjes. Zij herkennen zich in Gamze Gül die bij Pathé pas werd uitgenodigd, nadat zij haar naam verving voor ‘Hanneke’.

Het appelleert aan een grote angst die wij onder vrijwel alle bevolkingsgroepen zien in Nederland, de angst voor identiteitsverlies.
Wat kunnen wij doen om die weg te nemen? Mensen hebben meerdere identiteiten, het helpt als wij dat uitdragen. Wij mensen zijn als bomen, met meerdere wortels die zich bundelen tot een sterke stam; die als een persoon staat om medemensen steun te bieden, met bladeren die schaduw geven en vruchten die ons voeden. Als wij een deel van onze identiteit moeten afstoten, is het alsof wij van de boom een wortel afhakken. Zoals de stam wankelt, zo wordt ook een mens onzeker, die mist het zelfvertrouwen en de kracht om voor onze samenleving van betekenis te zijn.

Voorzitter, de vraag is nu hoe wij deze bomen de ruimte geven om wortel kunnen schieten in deze vruchtbare grond die Nederland heet. Hoe wij het beste klimaat kunnen scheppen, zonder discriminatie dat als gif de wortels doodt.

De gevolgen van discriminatie zijn zo ondermijnend voor de samenleving en zo hardnekkig dat ik voor anoniem solliciteren ben, als een paardenmiddel tot wij erin slagen sollicitanten te beoordelen als personen en niet als vertegenwoordigers van categorieën. Het blijkt te werken dat wij allemaal onze naam achterwege laten bij onze sollicitatiebrieven, ook als wij Carina of Casper heten, zodat wij individueel onze capaciteiten kunnen tonen bij een persoonlijk sollicitatiegesprek.  Wat gaat de minister doen om de resultaten van de vier pilots toe te passen bij onze eigen Rijksoverheidsdiensten? Diversiteit is goed voor onze overheidsorganisaties, zegt de eerdere motie van Van Miltenburg en mij. De kwaliteit van de publieke zaak gaat omhoog en de diensten worden voor brede bevolkingslagen toegankelijk.

Net als wij, zegt ook bestuurlijk Nederland dit, bij een pleidooi voor wat zij noemen: ‘De Versnelde Beweging’.  Deze voorhoede heeft goed in het vizier wat Nederland welvarend en succesvol maakt. Ook die zegt: ‘Er is een te grote groep die niet meekomt. Vanwege een te laag opleidingsniveau, sociale klasse, gebrekkige integratie en participatie, of op basis van leeftijd. En niet zelden een combinatie hiervan. Dat kunnen wij ons niet veroorloven. Willen wij als Nederland succesvol zijn, dan hebben we iedereen nodig.’ Dus ik concludeer dat bestuurlijk Nederland graag zal ingaan op een inspirerende uitnodiging van onze minister om uit te dragen hoe belangrijk het is dat ook andere werkgevers zich inzetten tegen polarisatie en voor saamhorigheid. Ik hoor graag van de minister of ook de koepels van werkgevers en werknemers gehoor geven aan deze oproep. En ik verneem ook graag hoe organisaties die diversiteit juist tegen lijken te werken, blijkens meldingen van arbeidsdiscriminatie, gecorrigeerd worden. Wat mij betreft krijgen zij geïntensiveerd inspectietoezicht.  Ik hoor graag van de minister of dat lukt, met de vijf inspecteurs die hij tot dusver beschikbaar heeft.

De tweede groep achterblijvers die ik noemde, heeft zich in mijn hoofd genesteld sinds ik precies een jaar geleden bij Nieuwsuur een reportage zag over een Rotterdamse wijk, die velen van ons zich nog goed voor de geest kunnen halen. Het gaat over de Afrikaanderwijk en ik ga nu een memorabele scène beschrijven. Hoe gaat het, vroeg een journalist aan bewoners in de Afrikaanderwijk. Slecht, zei een oudere cafébezoeker, nog maar 10% Nederlanders in zijn flat en de rest van de namen kan hij niet uitspreken. Citaat: ‘Ik ben een PVV-er, d’r uit met die kankerzooi.’ Goed, zeiden daarentegen even verderop de sporters in de boksschool: minder criminaliteit, meer opleiding en meer werk.

Hoe zit dat, vraagt de journalist, ik sprak zojuist mensen die achteruitgang constateren. De Marokkaans-Nederlandse sporter reageert: “Wie zeggen dat? Blanke Rotterdammers?! In een café?! Op een maandagmiddag.. om 12.00 uur?! Die werken niet! Ja, dan gaat het achteruit vriend!”.

Voorzitter, er is een te grote groep ouderen die niet meer meedoet, ze zijn laag geletterd en te laag opgeleid. Ook deze mensen blijven achter in onze samenleving en komen terecht in een isolement. Voorzitter, ook voor hen wil ik het opnemen. Wat gaat de minister doen voor deze specifieke groep met specifieke problemen?

Daar hoort natuurlijk lezen en schrijven bij. Want wie de taal beheerst, legt contacten, vriendschappen en relaties. En waar relaties worden opgebouwd, ontstaat integratie. Daarom ben ik blij dat de minister het voor elkaar heeft dat vluchtelingen bij wijze van spreken vanaf dag één taalles gaan krijgen.

Voorzitter,
Breed zaaien noem ik zo’n offensief tegen tweedeling, van opvoeding tot baan. Breed, heb ik geleerd van een Remonstrantse dominee in Slotervaart. De zaaier rekent niet uit waar hij spaarzaam enkele zaadjes plant – nee, hij schept zijn hand voortdurend vol met zaadjes, strekt zijn arm uit en verspreidt de zaadjes breed uit over het land. Zo zie ik de minister, die gif, storm en hagel weerstaat om als een royale zaaier te inspireren tot een mooi leven in een welvarend Nederland, waar alle Nederlanders aan mogen deelnemen en bijdragen.