Werk en bijstand

Werk en bijstand

Door John Kerstens op 10 april 2013 Delen  

Hét vangnet van onze verzorgingsstaat is de bijstand. Een door de overheid verstrekte uitkering op minimumniveau: absoluut geen ‘vetpot’, maar wel voldoende. Bestemd voor mensen die niet op een andere manier in hun levensonderhoud kunnen voorzien.

Hoewel we het vaak over de ‘Bijstandswet’ hebben, heet-ie voluit de Wet Werk en Bijstand. En dat is niet zomaar. De PvdA wil dat niemand aan de kant staat. Dat iedereen (die dat kan) meedoet. Natuurlijk: ‘je leeft niet om te werken’, maar werk is wel vaak dé manier om mee te doen. Op de arbeidsmarkt, en zo in onze samenleving. Omdat je er sociale contacten mee opdoet. Er zelf mee in je levensonderhoud kunt voorzien.

Maar eenmaal ‘in de bijstand’ is het niet eenvoudig om er uit te komen en (weer) aan de slag te gaan. Op dit moment door de voortdurende economische crisis natuurlijk, waardoor veel mensen hun werk zijn kwijtgeraakt en de banen niet voor het opscheppen liggen. Maar ook meer in algemene zin: mensen komen vaak in de bijstand na langdurige werkloosheid of omdat ze er (na een scheiding of overlijden) ‘alleen zijn komen voor te staan’. Geen gemakkelijke situaties. Daarom is hulp bij dat weer aan de slag proberen te komen belangrijk.

Die hulp wordt geboden door de gemeente. Dat gaat heel vaak goed, maar soms ook niet. Het is af en toe puzzelen wat je van elkaar mag verwachten: bijstandsgerechtigde en gemeente. In de kern is elke stap richting dat meedoen op de arbeidsmarkt er één. Ook als het maar een stapje is. Ook als het niet direct de gedroomde baan (met het dito salaris) oplevert, maar wel helpt om weer arbeidsritme op te doen. Werknemersvaardigheden. Structuur en vastigheid aan je leven te geven. Allemaal dingen die sowieso van belang zijn, en ook nog eens helpen richting dat in ’t eigen levensonderhoud kunnen voorzien. Zelf.

Mensen die aangewezen zijn op een bijstandsuitkering mogen zulke hulp van hun gemeente verwachten. Hulp die perspectief biedt. Net zoals de gemeente mag verwachten dat een bijstandsgerechtigde die hulp aanneemt. En er mee aan de slag gaat. Juist omdàt-ie perspectief biedt.

In een recente brief gaat Staatssecretaris Klijnsma in op vragen over ‘werk en bijstand’ en over de zogenaamde ‘tegenprestatie’ die van mensen met een bijstandsuitkering kan worden gevraagd. Aanleiding was onder meer een door de FNV uitgebracht ‘Zwartboek’ (pdf).

Ten slotte: uiteraard volg ik een en ander kritisch. En als er aanleiding toe is, trek ik bij het kabinet aan de bel. In een debat of overleg met de Minister of Staatssecretaris. Maar ook door het stellen van ‘Kamervragen’. Recent bijvoorbeeld nog over de situatie van uitkeringsgerechtigden bij PostNL, over de bureaucratische hobbels bij tijdelijk werk vanuit de bijstand en over de bijstand voor zelfstandigen zonder personeel.