Weerbare samenleving tegen ondemocratische opvattingen

Weerbare samenleving tegen ondemocratische opvattingen

Foto Shutterstock / Martien van Gaalen

Door Martijn van Dam op 10 april 2015 Delen  

Vandaag in de Kamer vond er een heel interessant debat over hoe om te gaan met ondemocratische groeperingen plaats, zoals extreem-rechtse of radicaal-islamistische organisaties. Op nu.nl was al te lezen wat de kern van mijn verhaal was.

Dit was mijn inbreng in het debat:

Op 9 februari 1946 sprak Willem Drees op de oprichtingsvergadering van de Partij van de Arbeid. Over socialisme en over de democratie. “Democratie niet enkel als zeggenschap van heel het volk, maar als de samenvatting van de gedachten van vrijheid, recht en menselijkheid, van de waarde der persoonlijkheid tegenover onderdrukking en dictatuur, en tegenover de vorming van een willoze massa.”

Democratie kortom niet als recht van de meerderheid om te beslissen, maar als recht van de minderheid om beschermd te worden.
We voeren vandaag een belangrijk debat over de vraag of onze democratie wel weerbaar genoeg is tegen hen die de democratie als zodanig omver willen werpen of hen die de kern van onze democratie willen aantasten, de kern van vrijheid, gelijkwaardigheid en tolerantie, de bescherming van minderheden.

Het debat gaat over de vraag of de weerbaarheid van onze democratie versterkt zou moeten en kunnen worden door de mogelijkheden organisaties en partijen te verbieden, te verscherpen.
Ik wil het kabinet complimenteren met de goede brief waarin het kabinet duidelijk uiteenzet wat al kan. Het kabinet zegt dat onze rechtsstaat al voldoende waarborgen biedt. Op basis van wat ik lees deel ik die conclusie. Maar toch is de vraag voor velen wanneer de instrumenten die er zijn nou daadwerkelijk worden ingezet. Ik zou het kabinet willen vragen daar toch nader op in te gaan, want de moeilijkheid is natuurlijk wanneer je meent dat het gevaar van een beleid ter realisering van ondemocratische doelstellingen voldoende naderend is.

In het afgelopen jaar hebben we gezien hoe rechts-radicale en radicaal-islamistische organisaties de confrontatie met elkaar zochten. Ook fysiek, op straat hier in Den Haag. Ik denk dat veel mensen daar onrustig van werden. Maar het riskante eraan was dat het het wij-zij-denken langs de lijn autochtoon-allochtoon versterkte. En dat is ongetwijfeld ook wat beide beoogden. En soms in lijken te slagen. Intolerante opvattingen over de positie van vrouwen, homo’s, Joden, ongelovigen kennen teveel aanhang, intolerantie ten opzichte van moslims eveneens. Beide raken aan de kern van onze democratische beginselen. Angst voor de ander is in de kern de belangrijkste bedreiging voor onze democratische fundamenten.

De vraag die boven dit debat hangt, is wanneer de overheid dan ingrijpt. Maar mijn grootste zorg ligt niet bij de verspreiders van dit soort boodschappen, die zullen er altijd zijn, mijn grootste zorg is dat teveel mensen er voor open staan. Het kabinet zegt eigenlijk ook: het zelfreinigend vermogen van de democratie is het belangrijkste antwoord. Ik geloof ook dat de kracht van de vrijheid van meningsuiting, de vrijheid van gedachten en geloof, de vrijheid van vereniging, non-discriminatie, tolerantie vele malen sterker zijn dan de boodschappen van haat, onvrijheid en ongelijkheid. Ingrijpen door de staat is het laatste resort, het ultimum remedium. Het is goed om te verkennen of dat instrument scherp genoeg is, maar belangrijker is de vraag of we de weerbaarheid van de samenleving wel voldoende onderhouden.

Onderlinge verbondenheid die gedragen wordt door gedeelde waarden is het sterkste antwoord tegen antidemocratische opvattingen. In Nederland hebben we te lang te weinig aandacht besteed aan het onderhouden daarvan. Die onderlinge verbondenheid en gedeelde waarden moeten actief worden versterkt. Via het onderwijs, door het een plek te geven in ons cultuur- en mediabeleid, door als overheid actief die waarden te propageren als onderdeel van het burgerschapsbeleid en integratiebeleid, door met slimme internetcampagnes onze positieve boodschap te verspreiden als tegengif tegen alle haatpropaganda die daar te vinden is.

Samenvattend: de weerbaarheid van onze democratie is van groot belang, maar ingrijpen door de staat is altijd een sluitstuk. Belangrijkste is wat ons betreft dat de samenleving weerbaar is tegen ondemocratische opvattingen. Die weerbaarheid moet je actief onderhouden en versterken. Ik ben benieuwd naar de reactie van het kabinet.