Strijd tegen genitale verminking

Strijd tegen genitale verminking

Door Jet Bussemaker op 30 december 2009 Delen  

Het jaar loopt ten einde. Het reces is begonnen. Een mooi moment om terug te
kijken. Dit keer naar twee onderwerpen, die behoorlijk wat vruchten beginnen af
te werpen. Schoolsportmedewerkers en, iets heel anders, de strijd tegen genitale
verminking.

Als eerste de strijd tegen Vrouwelijke Genitale Verminking, waarvoor ik
vorige week maandag naar Brussel ging. Ik had een missie, en liet me dus niet
tegenhouden door een beetje sneeuw. Met tientallen handtekeningen van collega’s
en andere betrokken uit Europa en Afrika onder mijn arm reisde ik af naar de
Europese Commissie. Daar overhandigde ik Eurocommissaris Kroes het manifest,
waarin wij oproepen om in Europees verband Vrouwelijke Genitale Verminking aan
te pakken. Kroes is niet alleen een belangrijke schakel om dit onderwerp op de
agenda in Brussel te krijgen. Ook was het Kroes die Ayaan Hirsi Ali vierkant
steunde in haar strijd tegen vrouwenbesnijdenis.

Vrouwelijke Genitale Verminking, ook wel meisjesbesnijdenis genoemd, is een
zware, ingrijpende en onomkeerbare vorm van kindermishandeling. Het is een
grensoverschrijdend probleem, dat op verschillende manieren bestreden moet
worden in Europa én Afrika. Een Europese aanpak, samenwerking en
kennisuitwisseling dragen bij aan een meer effectieve bestrijding van
meisjesbesnijdenis en vragen dus om Europese agendering.

In Nederland wonen ongeveer 16.000 meisjes en 34.000 vrouwen uit zogenoemde
risicolanden. Van verloskundigen horen we dat ze bij vier op de tien van die
vrouwen die zwanger zijn een vorm van verminking tegenkomen. Naar schatting
worden 50 Nederlands meisjes per jaar besneden. Waarschijnlijk niet hier, maar
in het land van de ouders: Somalië, Egypte, Sudan of Mali.

Voor mij is genitale verminking een ontoelaatbare schending van de rechten
van meisjes én van vrouwen en verdient om die reden onze alertheid. Niet alleen
in internationaal of Europees verband, maar ook op individuele schaal. Dit
betekent dat professionals het probleem moeten leren herkennen, net zoals men
vroeger bewust moest worden gemaakt dat niet elke blauwe plek op een val duidt,
maar ook een geval van kindermishandeling kan zijn.

Een heel ander onderwerp waar vaart in  begint te komen, zijn de
combinatiefunctionarissen. Een initiatief van mijn collega’s bij OCW en mij om
sport, cultuur en scholen beter op elkaar aan te sluiten en samen te laten
werken. Ik noem deze krachten overigens liever schoolsportmedewerkers en
cultuurcoaches. In Binnenlands Bestuur van week 51 staat een stuk over de
schoolsportmedewerkers uit Den Bosch en Den Haag. Twee mooie voorbeelden van
bruggenbouwers. Deze spinnen-in-het-web zijn in dienst bij één werkgever, maar
werken in twee of meer sectoren (sport, cultuur, primair of secundair
onderwijs). Op die manier kunnen scholen, in samenwerking met sportverenigingen
en culturele instellingen, met een breder lesaanbod komen. We wilden in 2012
2.500 combinatiefuncties hebben, maar dit is vanwege de crisis verlaagd naar
2.250. Nog niet in iedere gemeente loopt het even goed of wordt al gebruik
gemaakt van de medewerkers. Graag roep ik deze gemeenten op om in 2010 hun beste
beentje voort te zetten en met vergelijkbare mooie voorbeelden te komen als in
Den Bosch en Den Haag. Juiste deze initiatieven  kunnen er aan bijdragen dat
alle jongeren kunnen sporten en iedereen meetelt!

Meisjesbesnijdenis en de schoolsportmedewerkers blijven natuurlijk ook in
2010 op mijn agenda en ik houd jullie daarvan op de hoogte. Als laatste wens ik
iedereen een goed uiteinde en een knallend begin van 2010. Dan kom ik in het
nieuwe jaar snel weer bij u terug met mijn voornemens voor 2010.

Gezondheid!

Delen: