Waar blijft het nieuwe paradigma?

Waar blijft het nieuwe paradigma?

Onder het motto ‘onafhankelijk en vrij, maar niet over de partij’ dit keer
mijn column over de verwachte ‘paradigma-wisseling’ die vooralsnog uitblijft.
Het grote verhaal over wat we van de crisis kunnen leren is nog steeds niet
geschreven. Misschien is de crisis daarvoor te snel weer voorbij.

Onder het motto ‘onafhankelijk en vrij, maar niet over de partij’ worden
op pvda.nl regelmatig columns gepubliceerd.

In de vorige eeuw heeft tweemaal een economische crisis geleid tot een andere
consensus over de manier waarop de economie moet worden aangestuurd. De crisis
van de jaren dertig baarde de verzorgingsstaat. Er ontstond brede
overeenstemming dat om zo’n crisis te vermijden een sterke sturing van de
economie noodzakelijk is, en dat mensen voor hun welzijn in belangrijke mate
afhankelijk zijn van collectieve voorzieningen. Analoog aan de wetenschap, wordt
voor een dergelijke brede overeenstemming vaak de term paradigma gebruikt.

De crisis rond 1980 leidde ook tot een paradigmawisseling. Nu ontstond er
brede overeenstemming dat de economie alleen goed kan functioneren wanneer
mensen zo veel mogelijk individueel beloond worden voor hun individuele
prestaties, en zelf mogen beslissen wat ze met die beloning doen. Daarmee werd
het neoliberalisme de dominerende ideologie. Het propageerde minder
staatsbemoeienis, inperking van de verzorgingsstaat, en marktconforme
beloningen, met grotere inkomensverschillen als gevolg. Binnen bedrijven werd
veel meer gedaan aan prestatiebeloning, met als meest markante voorbeeld de
bonussen bij de banken.

Nu zitten we weer met een crisis. Vorig jaar moest de veel gesmade overheid
ineens de banken redden. Er waren toen allerlei verwachtingen dat er opnieuw een
paradigmawisseling op handen was. Daar hebben we tot nu toe echter weinig van
gezien. Bij de banken probeert men zo snel mogelijk de oude gang van zaken te
herstellen. Er komt geen scheiding tussen betaalverkeer en investeringsbanken.
Nog na de uitbraak van de crisis werd de Postbank opgeheven, die in ieder geval
nog het imago had van een bank waar je geld veilig was en men probeerde je van
dienst te zijn in plaats van zoveel mogelijk aan je te verdienen.

Er blijven gewoon systeembanken bestaan, die te groot zijn om om te vallen en
waar dus de belastingbetaler de risico’s loopt van de stupiditeiten van de
corpsballen die het er voor het zeggen hebben. De fusie tussen Fortis en ABN
Amro gaat gewoon door. De grote banken weten ook niet hoe snel ze zich van de
staatssteun moeten bevrijden om weer op grote schaal bonussen te kunnen
uitdelen. Wat de bijzondere talenten zijn van de mensen die die bonussen
ontvangen is mij nooit duidelijk geworden, maar er worden op deze manier
gigantische bedragen afgetapt uit de economie, die terecht komen bij een klein
kringetje van geprivilegieerden.

Evenmin is er een paradigmawisseling opgetreden ten aanzien van de
verzorgingsstaat. Het kabinet Balkenende-IV beloofde het eerste kabinet te
worden sinds Lubbers-I dat de restanten van de verzorgingsstaat intact liet.
Maar de grote bedragen die de staat heeft moeten uitgeven om te voorkomen dat de
kredietcrisis de hele economie zou lamleggen, zijn nu de aanleiding om een
gigantische bezuinigingsoperatie op te starten. Daarmee gaat het bezuinigen op
de verzorgingsstaat gewoon door, en blijkt het vierde kabinet Balkenende niets
anders dan het negende kabinet Lubbers.

Ook GroenLinks’ers pleiten tegenwoordig voor individualisering van de sociale
zekerheid. De Onderwijsraad wil de inspanning van individuele leraren in de
gaten kunnen houden, en daarom moet er nog meer bureaucratie komen. Het gaat
steeds om financiële prikkels, niet om verantwoordelijkheidsgevoel of
solidariteit. Het zijn nog steeds oprispingen uit het neoliberale repertoire.
Het grote verhaal over wat we van de crisis kunnen leren is nog steeds niet
geschreven. Misschien is de crisis daarvoor te snel weer voorbij.

Delen: