Vrouwenquotum is zo gek nog niet

Vrouwenquotum is zo gek nog niet

Door Lilianne Ploumen op 12 november 2010 Delen  

We leven in het jaar des Heren 2010. Zo’n veertig jaar geleden was ik er al
uit. Vrouwen en mannen zijn niet hetzelfde, zeker niet, maar wel gelijkwaardig.
Het streven naar evenredige  vertegenwoordiging van mannen en vrouwen in
organisaties, in politiek vind ik vanzelfsprekend. Diversiteit op de werkvloer
leidt ook nog eens tot betere kwaliteit  – een bijkomend voordeel dat is
inmiddels bewezen en onbetwist is. Vergelijk de hervormingen in het
politieapparaat.

Persoonlijk heb ik weleens moeite gehad met opgelegde ‘bij gelijke
geschiktheid gaat onze voorkeur uit naar een vrouw’. Niks ergers voor een vrouw
dan ergens voor aangenomen worden omdat je een vrouw bent – terwijl je gewoon
‘fit for the job’ bent (en moet zijn). Binnen mijn partij ontstaat ook
regelmatig de discussie of wij bijvoorbeeld nog langer moeten vasthouden aan ons
principe om de kandidatenlijst voor de Eerste en Tweede Kamer en het
Europarlement om en om met mannen en vrouwen samen te stellen. Nogal eens wordt
gezegd dat dat niet meer van deze tijd zou zijn.

Diep in mijn hart was ik het daar wel mee eens – en ik heb dus ook wel eens
gezegd dat we vanaf de volgende verkiezingen dit principe zouden kunnen
loslaten. Maar daar ben ik van teruggekomen. Want ik raak er meer en meer van
overtuigd dat het juist wél weer van deze tijd is. Bij de bordesscene vorige
maand werd het nog eens pijnlijk duidelijk. Twee vrouwen op de tweede rij, en
dan ook nog eens helemaal aan de randen van het kabinet. Ik weet dat de
plaatsbepaling op het bordes via een ingewikkeld protocol tot stand komt, en
geen voorbode hoeft te zijn van rol aan de zijkant – maar toch is het beeld
blijven hangen. Kortom, het ziet er op dit moment allemaal niet zo rooskleurig
uit. En daarom steun ik Neelie Kroes: een quotum is lang zo gek nog niet.

Delen: