Voor de toekomst van onze kinderenn

Voor de toekomst van onze kinderenn

Door Mariëtte Hamer op 12 november 2009 Delen  

Hieronder vindt u mijn bijdrage aan het debat over de geplande verhoging van
de AOW-leeftijd, met als voorbehoud dat het gesproken woord geldt:

‘Voorzitter, het zal u niet verbazen dat de PvdA de plannen van het kabinet
over de AOW steunt. U weet ook van ons dat wij wilden dat de SER met een
voorstel was gekomen. Dat is helaas niet gelukt. Daarom heeft het kabinet nu
zijn verantwoordelijkheid genomen.

Er ligt nu een plan dat er in voorziet dat mensen die dat kunnen langer door
gaan werken, dat mensen die dat niet kunnen worden ontzien en dat er
keuzevrijheid komt om zelf te besluiten of je al dan niet wilt stoppen op je
65ste.

Natuurlijk is dit geen makkelijke maatregel voor mensen. Dat realiseren we
ons heel goed. En natuurlijk roept zo’n maatregel weerstand op. Maar we doen het
ergens voor. We doen het voor de toekomst van onze kinderen. Ook voor hen moeten
er straks nog voldoende handen aan het bed zijn en leraren voor de klas. Ook
voor hen willen we straks de beste publieke voorzieningen. Ook voor hen willen
we straks een betaalbare AOW.

De verhoging van de AOW-leeftijd biedt ons de menskracht en de middelen
daarvoor. Juist om de verzorgingsstaat in stand te houden, vraagt het kabinet
aan iedereen die dat kan wat langer door te werken.

Voorzitter, de wereld is sinds 1957 ingrijpend veranderd. Veel mensen worden
ouder en blijven gelukkig langer gezond. Veel jongeren beginnen later met werken
omdat zij gelukkig langer naar school gaan, een beroepsopleiding volgen of gaan
studeren.

In het licht van die veranderingen is het niet vreemd om ook wat langer door
te werken. Zeker niet in een tijd dat er steeds meer ouderen komen en steeds
minder jongeren. Nu werken er vier mensen op één gepensioneerde. Straks is dat
twee op één.

Het is dan ook een terechte vraag hoe we onze sociale voorzieningen moeten
aanpassen. Die vraag is in het licht van de huidige economische crisis urgenter
geworden.

En daarom is het goed dat het kabinet nu al met een plan komt, zodat onze
samenleving zich daar goed en langdurig op kan voorbereiden.

Voor de PvdA was vooral de vraag of dat het kabinet met een sociaal plan
kwam. Met een voorstel dat recht doet aan eerlijk delen, kwetsbaren beschermen
en talenten benutten.

Solidariteit betekent voor de PvdA in de kern dat je van mensen die dat
kunnen vraagt een stapje extra te zetten. Want alleen op die manier kun je de
mensen die in de hoek zitten waar de klappen opvangen.

Het voorstel dat het kabinet ons nu presenteert is een sociale en moderne AOW
met robuuste sociale randvoorwaarden, met een regeling voor zware beroepen en
met meer keuzevrijheid.

Het is modern omdat wij mensen met een lang arbeidsverleden de
keuzemogelijkheid geven om eerder te stoppen. Daarbij wordt er extra op gelet
dat juist de mensen met de laagste inkomens hier gebruik van kunnen maken.

Het is sociaal, want mensen die op late leeftijd arbeidsongeschikt of
werkloos raken en niet meer aan de bak kunnen komen krijgen gewoon op hun 65e
een uitkering ter hoogte van tenminste de AOW (de IOW en de IOAW voor werknemers
en de IOAZ voor zelfstandigen). Zij hoeven hun eigen huis niet op te eten en
kunnen bijvoorbeeld als vrijwilliger ook nog wat bijverdienen.

Het is ook sociaal, omdat het voor het kabinet een erezaak is te voorkomen
dat mensen veel te vroeg opbranden. Linksom of rechtsom moet geregeld worden dat
dit niet langer kan gebeuren.

Werkgevers krijgen hier inderdaad een grote verantwoordelijkheid. Ook zij
zijn er niet bij gebaat als hun hardwerkende personeel opbrandt en
arbeidsongeschikt raakt. Een duurzaam loopbaanbeleid vraagt om een stevige stok
achter de deur. Daarom wordt dit wettelijk verankerd.

Voorzitter, wij beseffen ons ook dat met dit besluit de kous nog lang niet af
is. Het is niet voor niets dat veel oudere werknemers zich zorgen maken.
-   Veel van hen zijn aan hun lot overgelaten tot ze niet meer konden.
-   te vaak worden mensen op hun 45ste te oud bevonden
-   en te veel mensen zijn al voor hun 65ste versleten.

We moeten dus toe naar een andere arbeidsmarkt. Een arbeidsmarkt waarin
ouderen niet worden afgedankt. We moeten naar een nieuw soort werkgeverschap.
Een sociaal werkgeverschap, waarin weer geïnvesteerd wordt in werknemers, waarin
de kwaliteit van arbeid voorop staat en waarin ook een maatschappelijk opdracht
wordt erkend.

Wij leggen ons niet bij de huidige situatie neer. Dit kabinet moet dus morgen
beginnen met de veranderingen die de komende 10 jaar nodig zijn om de positie
van werknemers sterk te verbeteren.

Essentieel is daarbij dat we de komende 10 jaar werken aan:  
-    een recht op een leven lang leren en meer scholing voor werknemers zodat ze
inzetbaar blijven.
-    goede arbeidsmarktomstandigheden zodat mensen niet opbranden
-    en de bestrijding van leeftijdsdiscriminatie zodat niemand onnodig aan de
kant wordt gezet.

Het kabinet en sociale partners moeten samen de handschoen oppakken voor een
beter loopbaanbeleid, waarin het veel beter dan nu mogelijk is voor jonge en
oudere mensen om het persoonlijk leven van zorg en arbeid beter met elkaar te
combineren. Ook daarom is het zo belangrijk dat we de tijd nemen voor de
invoering van deze verandering. Dat we zorgen voor een zachte landing van de
verhoging van de AOW-leeftijd.

Laten we daarbij ook niet vergeten dat een groot deel van de mensen van 55
jaar en ouder, die daardoor worden ontzien, vroeg is begonnen met werken, vaak
al voor hun 18e jaar.

Zij kunnen zich niet meer voorbereiden op langer doorwerken. Het zijn echt
niet allemaal de succesvolle babyboomers zoals sommigen ons willen doen geloven.

Voorzitter, de verhoging van de AOW-leeftijd staat niet op zichzelf.  Deze
zal gepaard moeten gaan met een moderner en socialer arbeidsmarktbeleid. Zij zal
gepaard moeten gaan met nieuwe sociale verhoudingen en een sociaal
werkgeverschap. Daar spreek ik ook de georganiseerde werkgevers op aan.

Eventuele opbrengsten uit veranderingen in de tweede peiler zullen dan ook
ten goede moeten komen aan het pensioenstelsel. Daar moeten heel snel afspraken
over worden gemaakt.

In de brief van het kabinet worden belangrijke hoofdlijnen weer gegeven.  Het
komt nu aan op de uitvoering. Ik roep daarbij iedereen in deze Kamer en
daarbuiten op daar schouder aan schouder met ons aan te werken. In het bijzonder
werkgevers en werknemers.

Tenslotte voorzitter. Ik heb vandaag ook hele grote woorden gehoord. Over hoe
onrechtvaardig het zou zijn om van mensen die het kunnen te vragen dat zij
langer doorwerken. Wij begrijpen de onzekerheid van mensen, maar wij kunnen de
problemen die op ons af komen niet negeren. Die partijen die dat doen bedrijven
struisvogelpolitiek. Zij steken hun kop in het zand en staan met hun rug naar de
toekomst. Zij komen niet met reële alternatieven of oplossingen. Dat is jammer.

Over alternatieven kun je debatteren, van mening verschillen om vervolgens
tot gezamenlijke oplossingen te komen. Maar met grote woorden alleen komen we
helemaal nergens.’

Delen: