Vijf zaken om rood staan tegen te gaan

Vijf zaken om rood staan tegen te gaan

Door Henk Nijboer op 7 augustus 2013 Delen  

Nederlanders hebben een hekel aan lenen, maar toch staat bijna de helft van ons weleens rood. Die verrassende, wat de PvdA betreft, zorgwekkende conclusie kan worden getrokken uit het onderzoek dat de Autoriteit FinanciĆ«le Markten (AFM) onlangs publiceerde. Vijf zaken zijn nodig om rood staan tegen te gaan. Bovendien kunnen de kosten van rood staan voor consumenten omlaag gebracht worden. In een opiniestuk in de Volkskrant woensdag licht ik deze vijf zaken toe. Lees verder voor het hele stuk.

In de eerste plaats moeten financiële producten veel eenvoudiger worden gemaakt en de voorlichting aan consumenten moet worden verbeterd. Zo wist bijvoorbeeld slechts een op de tien ondervraagden in het onderzoek van de AFM de kosten voor rood staan correct in te schatten. Uit marktonderzoek en uit studies van de AFM en de Nederlandsche Bank, blijkt keer op keer dat de kennis van financiële producten onder consumenten vaak beperkt is. Daar mag geen misbruik van worden gemaakt. Integendeel, het vraagt juist om een actieve zorgplicht richting de klant.

In het verleden is misbruik gemaakt van deze informatieachterstand van consumenten: beleggingsverzekeringen met veel te hoge kosten (woekerpolissen), productgedreven verkoop (om provisies op te strijken) en zogenoemde dakpanconstructies (eerst een hoge rente bieden op een spaarrekening om die vervolgens langzaam te verlagen). Praktijken die gelukkig (vrijwel) niet meer voorkomen. Maar er strekt zich nog een lange weg uit tussen misbruik van de informatieachterstand van mensen naar het werkelijk dienen van de klant.

Ten tweede vindt de PvdA dat onbewust en onnodig rood staan moet worden voorkomen. Rood staan moet niet standaard kunnen, maar een bewuste keuze van de consument zijn. De kosten van rood staan worden namelijk fors onderschat. Vergeleken met de huidige spaarrentes, maar ook de tarieven voor een persoonlijke lening, is rood staan een dure vorm van krediet voor consumenten. Waarom willen mensen de mogelijkheid hebben om rood te staan? Vanzelfsprekend voor de zekerheid dat zij nog betalingen kunnen doen als zij krap bij kas zitten; veelal aan het eind van de maand. Desalniettemin geeft een kwart van de ondervraagden in het AFM-onderzoek aan dat men kan rood kan staan, omdat het nu eenmaal standaard door de bank wordt aangeboden. Wetende dat rood staan een kostbare aangelegenheid is en mensen niet weten dat de kosten zo hoog zijn, is dit ongewenst.

In de derde plaats wil ik banken oproepen om producten te creëren die rood staan beperken. Door het makkelijker te maken om geld, automatisch of na een bevestiging van de consument, van spaarrekeningen naar betaalrekeningen over te hevelen. Waarom rood staan tegen 14 procent rente als je op de spaarrekening bij dezelfde bank nog voldoende geld hebt staan? De schamele spaarrente (van momenteel nog geen 2 procent) weegt bij lange na niet op tegen de kosten van rood staan. Online bankieren en apps bieden hier extra mogelijkheden, door snel overzicht te bieden en consumenten in staat te stellen snel in actie te komen. Een sms, app of maildienst bij (dreigende) roodstand die consumenten de mogelijkheid biedt om het saldo aan te vullen, heeft zonder veel meerkosten veel meerwaarde.

Mijn vierde punt is dat permanente roodstand moet worden voorkomen vanuit het belang van de consument. Zo’n 15 procent van de mensen staat elke maand rood. Permanent rood staan is altijd onverstandig, want andere vormen van krediet, zoals een doorlopend krediet of een persoonlijke lening, zijn immers veel goedkoper. Banken moeten consumenten die langere tijd rood staan een ander, beter passend product aanbieden.

Zo’n 47 procent van de consumenten die langdurig rood staan, geeft in het AFM-onderzoek aan dat zij niet voor een dergelijke omzetting kiezen omdat men niet wil lenen. Nog eens 20 procent vindt het goedkopere consumptief krediet te duur. Dat geeft te denken. Rood staan is immers overduidelijk een vorm van lenen, en bovenal de duurste vorm van krediet.

Dat brengt mij op mijn vijfde en laatste punt; de tarieven voor roodstand moeten kritisch tegen het licht worden gehouden. Op verzoek van de PvdA-fractie heeft minister Dijsselbloem de Autoriteit Consument en Markt gevraagd een studie te verrichten naar de tarieven die banken in rekening brengen voor rood staan en de vraag of het wettelijk maximaal toegestane rentetarief van 15 procent moet worden verlaagd. De drie grootste banken rekenen nu namelijk tussen de 12,7 en 14,1 procent per jaar aan rente. Dicht tegen het wettelijk maximum van 15 procent. Zijn deze rentepercentages nog redelijk? Zeker in tijden van historisch lage rentes?

Uit werkbezoeken die ik bracht aan banken weet ik dat enkele al initiatieven ondernemen om roodstanden terug te dringen, zoals een gesprek met een klant als de roodstand langer dan drie maanden aanhoudt. De AFM wijst terecht op deze initiatieven, maar banken kunnen meer ambitie tonen. De kern moet zijn dat rood staan een bewuste keuze wordt tegen een redelijke vergoeding. Met de bovenstaande punten kan de sector vandaag nog aan de slag.

Banken kunnen daarmee laten zien dat ze de klant niet alleen in woord, maar ook in daad centraal stellen. Hoe meer de sector zelf doet, hoe minder noodzaak tot extra wettelijke maatregelen. Het CBS houdt maandelijks de cijfers bij. Nederlanders staan momenteel voor 10 miljard euro rood. We kunnen dus eenvoudig monitoren of de banken er voor de uitslag van het onderzoek van minister Dijsselbloem in slagen de onnodige roodstand zelf terug te dringen.