Verstandige nieuwe regels voor pensioenen

Verstandige nieuwe regels voor pensioenen

Door Roos Vermeij op 14 oktober 2014 Delen  

De nieuwe regels voor pensioenfondsen zijn nodig om grote schokken op de financiƫle markten en in de levensverwachting beter op te kunnen vangen dan afgelopen jaren is gebeurd. De Partij van de Arbeid vindt dat het kabinet verstandige maatregelen neemt. Lees verder voor een uitgebreide samenvatting van mijn bijdrage aan het debat.

‘Stel je een plek voor waar pensioen niet een steeds dieper wordend moeras is, waar alle genoemde cijfers het complete beeld geven, en waar werknemers op een fatsoenlijke oudedagvoorziening kunnen rekenen. Stel je een plek voor waar er toezichthouders zijn die ervoor zorgen dat iedereen zich aan de regels houdt. Die plek zou wel eens Nederland kunnen zijn.’ Zo begint een artikel in The New York Times van zaterdag. Met begerige ogen kijkt de wereld naar ons pensioenstelsel, want wij hebben het in Nederland heel goed geregeld. Ouder worden en armoede gaan niet meer hand in hand sinds de invoering van de AOW en de introductie van het aanvullend pensioen als uitgesteld loon bij pensionering. Dat roept de vraag op waarom al die nieuwe maatregelen nodig zijn, als we nu al zo’n goed stelsel hebben.

De nieuwe regels voor pensioenfondsen zijn nodig om grote schokken op de financiële markten en in de hogere levensverwachting beter op te kunnen vangen dan afgelopen jaren is gebeurd. Voorkomen moet worden dat kortingen op pensioen ter grootte van soms wel zeven procent in de toekomst nog eens zullen plaatsvinden. De nieuwe regels bieden hier geen garantie op, maar de kans is vele malen kleiner geworden. En, ik maak het niet mooier dan het is, deze grotere zekerheid is niet gratis.

Paradoxaal debat
Het pensioendebat in Nederland is het meest paradoxale debat in Nederland. Het zit vol tegenstrijdigheden, heftige emoties, (te) hoge verwachtingen en percepties. Jongeren zijn bang dat de pensioenpot leeg is tegen de tijd dat zij met pensioen gaan en dat de AOW niet meer bestaat. Gepensioneerden hebben jarenlang voor hun pensioen betaaldn en vinden het onrechtvaardig dat zij geen toeslag ontvangen, laat staan gekort worden op het pensioen.

Daarom eerst wat geschiedenis. Want de klachten van vandaag en de vragen van morgen hebben vaak al een antwoord gekregen als je even terugkijkt: aanleiding voor de nieuwe regels waren de meer structurele problemen in het pensioenstelsel die aan het licht zijn gekomen bij het uitbreken van de financiële crisis eind 2008. Niet alleen kelderden de beurskoersen, maar ook de rente bleef maar dalen, met daarbovenop een almaar stijgende levensverwachting. De toenmalige regering nam noodmaatregelen en gaf pensioenfondsen meer tijd om te herstellen. Commissies van wijzen stelden adviezen op en vakbeweging en werkgevers baseerden hier hun Pensioenakkoord uit 2010/2011 op. Het is goed te beseffen dat we nu dus deel twee van het pensioenakkoord behandelen, weliswaar in een heel andere vorm dan ooit opgeschreven. Overigens zijn in de tussenliggende periode nog meer noodmaatregelen getroffen, zodat de pensioenkortingen niet onnodig hoog zouden uitpakken en de premies niet explosief zouden stijgen.

Zeker in moeilijke tijden, maar ook met de wind in de rug, is het nodig dat pensioenfondsen weten binnen welke grenzen zij mogen bewegen voor het beheer en de uitkering van pensioen. Hier zijn fiscale grenzen voor, maar bijvoorbeeld ook evenwichtige belangenafweging voor alle generaties. De nieuwe regels moeten dan ook als één pakket worden bekeken. Het Centraal Planbureau heeft de effecten van het pakket doorgerekend, en komt tot de conclusie dat het pakket als geheel generatieneutraal uitwerkt. Als er maatregelen uit het pakket worden gehaald of worden aangepast, dan heeft dit direct effect op het generatieplaatje. Natuurlijk hebben de nieuwe regels voor elk fonds een andere uitwerking, maar elk pensioenfondsbestuur beschikt ook over instrumenten om voor het eigen fonds de juiste keuzes te maken.

Op 5 punten komen er nieuwe regels:

  • Pensioenfondsen krijgen tien jaar de tijd om van financiële schokken te herstellen. Fondsen hebben hier nu drie jaar de tijd voor.
  • In pensioencontracten moeten afspraken staan wat er gebeurt als er financiële schokken optreden. Het wordt zo voor alle deelnemers duidelijker welke risico’s er zijn en hoe mee wordt omgegaan als deze zich voordoen.
  • Fondsen mogen het pensioen indexeren als zij dit ook in de toekomst kunnen doen.
  • De premie die voor het pensioen moet worden betaald, is sinds 2006 op een kostendekkende hoogte vastgesteld. Dit blijft zo. Wel wordt er een beleidsregel van De Nederlandsche Bank geschrapt, die eist dat de premie moet bijdragen aan het herstel van een fonds. Dit is ook niet meer nodig, omdat er nieuwe herstelmaatregelen worden geïntroduceerd. De staatssecretaris heeft in het debat toegezegd dat DNB deze hersteleis niet meer stelt bij de premies voor 2015. Daar ben ik blij om.
  • De dekkingsgraad wordt stabieler gemaakt, zodat grote schommelingen iets uit het verleden zijn.

Ik vind dit verstandige maatregelen, en als pakket pakt het ‘generatieneutraal’ uit. Tijdens het debat heb ik samen met de VVD, D66, ChristenUnie en SGP een wijzigingsvoorstel ingediend over het makkelijker mogelijk maken van herstel-indexatie. In het wetsvoorstel staat dat gezonde fondsen in tien stapjes de gemiste toeslagen en doorgevoerde kortingen op enig moment kunnen inhalen. Dit vind ik een te lange termijn. In ons wijzigingsvoorstel beperken we de inhaaltermijn tot 5 jaar. De staatssecretaris heeft in het debat aangegeven dat deze wijziging geen effect heeft op het totaalpakket voor de generaties, terwijl deelnemers hierdoor wel iets sneller een toeslag kunnen krijgen.

Beleggingsbeleid fondsen
In het Kamerdebat heb ik ook vragen gesteld over het beleggingsbeleid van fondsen. Age Bakker van pensioenfonds Zorg en Welzijn zei het onlangs treffend: ‘Een goed beleggingsbeleid bepaalt de toegevoegde waarde van ons pensioen’. Ik heb mijn zorg uitgesproken over de renterisico’s die fondsen afdekken, maar bij stijging van de rente alsnog een probleem hebben. Ik vind dan ook dat fondsen bij de overgang naar de nieuwe regels eenmalig hun strategische beleggingsbeleid mogen herzien, mits dit niet gebeurt voor een snelle winst maar in het licht van de nieuwe wet. De staatssecretaris heeft toegezegd dat fondsen eenmalig hun strategisch beleggingsbeleid mogen herzien, mits zij niet in een tekortsituatie zitten.

Een belangrijk onderdeel van de wet is de introductie van een nieuwe rekenrente, de Ultimate forward rate (UFR). Helemaal nieuw is deze rente niet, want deze is als noodmaatregel al in september 2012 geïntroduceerd. De dekkingsgraden zijn toen met 3%-punt gestegen, en het effect is zelfs opgelopen tot +5%-punt afgelopen juli. Op verzoek van een groot deel van de Tweede Kamer heeft de staatssecretaris toegezegd om nog eens naar de hoogte van deze UFR te kijken zodra in Europa hier een onderzoek – in het kader van verzekeraars – naar is afgerond.

Uitnodiging aan leden
Wat nu wordt voorgesteld aan nieuwe regels is vergelijkbaar met een grote en noodzakelijke verbouwing van een huis, de lekkage aan het dak moet verholpen worden en de muren moeten worden gestut. Pas als het huis weer stevig en veilig is, kunnen we verder denken over de toekomst van ons pensioenstelsel. Die discussie voer ik graag met onze leden, daar kunt u in de komende maanden een uitnodiging voor verwachten.

Een verbonden samenleving

Eerlijke spelregels zijn nodig. Zodat grote bedrijven netjes belasting betalen, net als de bakker op de hoek. Zodat we uitbuiting van werknemers aanpakken. En zodat we minder schreeuwen en beter naar elkaar luisteren.

Lees ons verkiezingsprogramma