Verplicht onderwijs voor jongere in cel

Verplicht onderwijs voor jongere in cel

Door Ahmed Marcouch op 30 november 2010 Delen  

Jongeren die veroordeeld worden tot een celstraf moeten verplicht een vakdiploma halen. Zonder diploma komen ze niet op vrije voeten. Dat heb ik vandaag bepleit bij het bespreken van de begroting van het ministerie van Veiligheid en Justitie. In de strijd tegen de terugval in de criminaliteit, moet ook de bagage van de gestrafte zélf veranderen. Een vakdiploma halen. Verplicht, bovenop de straf. In een gesloten onderwijsinstelling, net zo lang tot hij het vakdiploma heeft gehaald. De overheid kan dat organiseren als variant van tbs, waarbij gestraften in therapie moeten net zo lang tot zij geslaagd zijn. Daarom noem ik het: tbo, ter beschikking stellen van het onderwijs. Update: Het voorstel is met algemene stemmen aangenomen door de Tweede Kamer.

Natuurlijk worden jongeren nu al niet zomaar in een kale cel opgesloten en na verloop van tijd vrijgelaten. Er bestaan maatregelen van opvoedingsondersteuning, kwalificatieplicht, taakstraf, gedragsbeïnvloedende maatregelen tot celstraf, opvoedcampussen en jeugd-tbs. Allemaal zinvolle bijdragen aan zowel het straffen van jeugdige criminelen als aan het bieden van perspectief aan die ontspoorde jongeren. Toch krijg je de onwillige en onverbeterlijke jonge crimineel daarmee niet in de greep.

Jongeren gaan liever voor het snelle geld van de misdaad dan voor een lange termijn perspectief van opvoeding en onderwijs. Deze groep wordt nu feitelijk alleen aangepakt door ze steeds weer opnieuw en relatief kort te straffen voor hun wangedrag. Die straffen zijn nodig. Maar tegelijkertijd kunnen die straffen ook worden gebruikt voor het bieden van perspectief en daarmee het voorkomen van ellende in de toekomst.

Hieronder mijn integrale spreektekst tijdens het debat vanochtend. Dit was mijn zogeheten maidenspeech als Tweede Kamerlid.

‘Voorzitter, collega’s,
Ik wil graag beginnen met u te vertellen hoe eervol het voor mij is om hier in de Tweede Kamer het Nederlandse volk te vertegenwoordigen. Ik kom voort uit de generatie van mijn vader, die in de jaren zestig tot tachtig hier zo enorm hard gewerkt heeft. Die generatie voelde zich gast.

Ik heb mijn koffer al lang uitgepakt, zeg ik tegen mijn dierbare collega Tofik Dibi. Tegen de Wildersgroep zeg ik: Ik ga die koffer ook nooit meer inpakken. Nederland is mijn vaderland, Nederland dienen – dat is wat ik wil. Dus hier sta ik.

Voorzitter,
Veiligheid is ons fundament, zo blijkt. Recent nog in wijken als Oosterwei te Gouda en Holendrecht te Amsterdam Zuidoost. Het is duidelijk dat de minister van Justitie en Veiligheid hier in Den Haag aan de slag gaat. Met wetgeving en plannen. Dat is goed. En het is niet goed genoeg. Want veiligheid hangt af van doen, niet van administratieve trucs.

Ik noem een voorbeeld van zo’n begrotingstruc: wie denkt dat nu drieduizend nieuwe agenten in de startblokken staan, komt bedrogen uit. Die drieduizend agenten zijn er al, de minister gaat alleen maar administratief regelen dat zij niet weg hoeven.

En wie denkt dat wij nu stadsmariniers of gespierde straatcoaches op straat krijgen die intimiderende jongens een halt toeroepen, komt alweer bedrogen uit. Opsporingscamera’s aanschaffen – niks ervan.

De minister trekt juist de stekker uit het budget dat hiervoor nodig is, de zogenoemde Montfransgelden, ik roep de minister op om dit vanaf 2011 te herstellen. Ik overweeg een motie.

De minister wil het gezag terug. In werkelijkheid zien wij het tegenovergestelde gebeuren. Neem Gouda. Wij zien hier de burgemeester die met droge ogen verklaart dat het twintig jaar gaat duren voor wij tienjarige Marokkaanse jongens onder controle krijgen. Wij zien daarnaast de korpschef die juist beweert dat alles nu al onder controle is, op wat baldadigheid na.

En wij zien de burgers van Gouda wanhopig verklaren: ‘de gemeente en de politie hebben het niet in de hand, wij worden bedreigd tot in ons portiek’.

Dus dan verwachten wij een minister te zien die ingrijpt. Niet in een besloten vergadering met de burgemeester die hij stadsmariniers adviseert en niet in een geregisseerd werkbezoekje, maar op straat. Als de man die erover gaat.

Voorzitter,
Vanuit het Haagse ministerie gezien, tussen de nota’s, rapporten en staafdiagrammen, lijkt het inderdaad een twintigjarig probleem – de straatcriminaliteit. Toch is feitelijk vertoond dat die wel degelijk binnen één bestuursperiode is te halveren, kan ik u melden. En sinds wij weten dát het inderdaad kán en weten hoé dat feitelijk moét, hebben wij de morele plicht dit ook te doén. Met nadruk op doén. Niet in één probleemwijk, maar in alle.

De minister kan de PvdA daarbij tot zijn bondgenoot rekenen, want wij hebben hetzelfde doel: ervoor zorgen dat misdaad niet langer loont. Door de pakkans te verhogen en de straffen te verzwaren. Dus ook de PvdA wil dat criminelen zo lang mogelijk verdwijnen uit de wijken die zij teisteren en dus wil ook de PvdA opsporen en handhaven.

Daarom reik ik minister Opstelten en staatssecretaris Teeven hier de hand en kom ik met drie nieuwe praktische voorstellen die de wijken bevrijden van hun kwelgeesten.

Het gaat om lokale politiequota, sociaal verhoor van ouders en ter beschikking stellen van het onderwijs.

Eerst de politiequota. De bonnenquota voor de politie hebben inderdaad geleid tot opvallend veel bonnen voor futiliteiten. De bewoners hebben gelijk, als zij zeggen: ‘ga toch boeven vangen’.  Dit betekent niét dat wij moeten stoppen met onze aansporingen om te beboeten.

Ik heb een idee. Onze lokale volksvertegenwoordigers in de gemeenteraad stellen de top 10 samen aan belangrijke boetes – van wildplassen in de ene gemeente tot alcoholmisbruik in de andere – én de korpschef komt in de gemeenteraad agenderen wat hij tegenkomt aan lokale misstanden, waar hij de prioriteiten krijgt.

Op dit moment zijn overal in Nederland overvallen hot, pakkans miniem. De minister zegt: omhoog naar 40%, beter samenwerken en hogere prioriteit. Punt. Alsof het dan geregeld is. Een beetje volksvertegenwoordiger kan de korpschef zó vertellen wat er moet gebeuren om wél een hoge pakkans te krijgen: een brigade aan motoragenten. Want de overvallers vluchten op scooters en kiezen routes waar de politieauto’s niet bij kunnen, ook de helikopters niet, een scooter is zó aan de kant gezet, zij gaan lopend verder en weg is het signalement. Gewoon doén dus: massief motoragenten inzetten,  en we hebben het voor elkaar.

Als tweede het sociaal verhoor. Hét cruciale moment waarop de ouders alsnog toezicht willen gaan houden op hun zonen, is het schokkende moment waarop hun kind voor het eerst in aanraking komt met de politie. De ouders zijn diep geraakt. Anno nu volstaan wij met een telefoontje naar het ouderlijk huis. Dat is te weinig.

Ik stel voor dat wij de ouders van de first offenders een officieel sociaal verhoor afnemen: hoe houdt u toezicht op uw kind? Kent uw gezin genoeg structuur? Dat moet metéén, niet als de zaak al bij de rechter ligt, of erger nog: geseponeerd is.

En eenmaal in de rechtszaal, moet de ouders daarbij zijn. Het sociaal verhoor hoort bij trefzekere resocialisatie, wat betekent: de hele omgeving van de jonge crimineel totaal veranderen – de thuissituatie, de vriendenkring en zo nodig verhuizen. Dit is de methode die werkt tegen recidive, terugval in de criminaliteit na de strafperiode. Het draait om de uitvoering: timing en tempo.

Het derde voorstel is een tbo, de variant op tbs. In de strijd tegen de terugval in de criminaliteit, moet ook de bagage van de gestrafte zélf veranderen. Een vakdiploma halen. Verplicht, bovenop de straf. In een gesloten onderwijsinstelling, net zo lang tot hij het vakdiploma heeft gehaald.

Wij kunnen dit organiseren zoals tbs, waarbij gestraften in therapie moeten net zo lang tot zij geslaagd zijn. Daarom noem ik het: tbo, ter beschikking stellen van het onderwijs.

Voorzitter,
Het pad naar criminaliteit afsnijden, is het begin. Daarna volgt het pad openen naar goed onderwijs en eerlijk werk.

Daarom roep ik de minister van Veiligheid en Justitie op om de minister van Onderwijs aan te sporen, zeg haar: ‘ik ga scholen openen in de gevangenissen, zorg er nu voor dat de wijken ambitieuze scholen krijgen’.

En ik roep de minister op om bovendien zijn collega van Wonen te benaderen, met de woorden: ‘Maak nu werk van het programma tegen de verloedering, anders blijf ik de gevangenissen vullen met kinderen die niemand kennen die eerlijk werkt voor zijn geld.’

Gaan wij het zó doen, dan kunt u met recht en gezag een beroep doen op al die Nederlanders die ooit bereid waren de politie te melden wanneer zij wapens signaleren in een buurt als Holendrecht. En bereid waren aangifte te doen van straatgeweld in een wijk als Oosterwei. De bewoners die het idee hebben opgegeven dat hun informatie van nut is bij de opsporing. De burgers die nu het gevoel hebben dat zij er alleen voor staan. Gaan wij het zó doen, dan kunt u rekenen op de PvdA.

Want sinds wij weten dát het inderdaad kán en weten hoé dat feitelijk moét, hebben wij de morele plicht dit ook te doén. Met nadruk op doén.  In het land waar ik zo graag woon en werk. Het land waar mijn hart ligt. Nederland.’