Verbreding en verdieping AOW-debat

Verbreding en verdieping AOW-debat

Hoe gaan we de discussie over de verhoging van de AOW-leeftijd naar 67 jaar
tot een goed einde brengen? Veel aandacht gaat uit naar de coalitiepartijen die
zich inmiddels warmlopen voor een fel gevecht in het najaar. Maar zorgwekkender
vind ik het schrijnende onvermogen van het kabinet om in het publieke debat de
67-maatregel uit het isolement te halen.

Onder het motto ‘onafhankelijk en vrij, maar niet over de partij’ worden
op pvda.nl regelmatig columns gepubliceerd.

In de opinie van de meeste Nederlanders blijft het verhogen van de
AOW-leeftijd dan ook een versobering van hun zwaarbevochten sociale zekerheid
waar niks tegenover staat. Zonder een bredere kijk op participatie ván en vóór
ouderen is het zoeken naar draagvlak voor een leeftijdsverhoging gedoemd te
mislukken.

Laat ik daarom een pleidooi houden waarom we doel van een aanpassing van de
AOW moeten omkeren. Niet de houdbaarheid van de overheidsfinanciën moet voorop
staan maar de belangen voor het welzijn en de levensloop van ouderen.
Verbazingwekkend genoeg is dit perspectief nog nauwelijks uitgedacht. Hoe zou
een discussie over de AOW binnen deze, meer lifestyle-georiënteerde, gedachte
passen? Veel ouderen rond de 60 jaar willen hun werkende leven in een rustiger
tempo afbouwen maar tegelijkertijd wel maatschappelijk betrokken blijven. Ze
zouden de balans tussen arbeid en vrije tijd veel gemakkelijker – naar wens –
moeten kunnen aanpassen. Verder willen ze zich gewaardeerd blijven voelen in hun
werk, niet als afdankertje gezien worden. Het aanpassen van de AOW-leeftijd past
in een set van maatregelen waarmee de arbeidsmarkt voor ouderen steviger in het
zadel wordt geholpen. Het uitgangspunt moet worden dat ouderen (vanaf
bijvoorbeeld 60 jaar) een andere behandeling op de arbeidsmarkt krijgen. Minder
uren, lagere werkdruk en ander type werk: veel ouderen zullen er voor openstaan
mits het niet ten koste van hun pensioen zal gaan. Dat laatste kan gewaarborgd
worden door overheid.

Terwijl veel ouderen nu van de één op de andere dag worden afgeschreven
ontstaat de kans om in de toekomst een ‘seniorenbaan’ te hebben: op maat gemaakt
naar de wensen en capaciteiten van ouderen. Samen met een (flexibele) verhoging
van de AOW-leeftijd zullen dan wel nieuwe arbeidsrechten voor ouderen
gepresenteerd moeten worden die dwingend zullen zijn voor het bedrijfsleven.
Door beter in te spelen op de wensen en capaciteiten van ouderen verbetert de
levensloop en kunnen ouderen actief en inzetbaar blijven terwijl ze wel in
rustiger vaarwater terecht komen. Bijkomend voordeel voor sociaaldemocraten is
dat het ons de mogelijkheid geeft een extra bijdrage te vragen van mensen die
dat fysiek en geestelijk aankunnen. Het alternatief van een hogere
arbeidsparticipatie onder ouderen bij een AOW-leeftijd van 65 betekent
onherroepelijk dat het de ouderen die nu opgebrand of versleten zijn, die de
kastanjes uit het vuur moeten halen.

Het vooropstellen van het welzijn en de levensloop van ouderen doet meer
recht aan de zorgen die we van ouderen horen over werkgelegenheid, inkomen en
werkdruk. Het SER-advies zal een nuttige eerste stap zijn om bindende elementen
te vinden. Maar zelfs daarmee zal er niet spontaan een breed draagvlak ontstaan
voor een hogere AOW-leeftijd. Dat heeft alles te maken met de wijze waarop we
het debat nu voeren. Geef de ruimte aan een maatschappelijk forum waarin de
zorgen worden gladgestreken en er bruggen worden gebouwd over de smalle kanalen
van verschillende politieke stromingen. Niet om de overheidsfinanciën op orde te
krijgen, maar om de arbeidskansen en het werkplezier van ouderen te verbeteren.
Dat vraagt tijd. De illusie dat we er al in oktober uit zullen komen moet snel
van tafel.

Delen: