Verbied de vangst van dioxinepaling

Verbied de vangst van dioxinepaling

Door Lutz Jacobi op 7 oktober 2010 Delen  

De minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit moet een visverbod voor paling instellen in gebieden waar de vissen ernstig vergiftigd zijn. Mijn collega van D66 en ik roepen daartoe op in een motie. Palingen die in de grote rivieren en de Biesbosch zwemmen zijn schadelijk voor de gezondheid, omdat het in deze wateren stikt van dioxine en PCB. Om economische redenen is er weerstand tegen onze motie. Toch hoop ik dat een Kamermeerderheid de gezondheid van mensen boven economische belangen stelt. Update: De motie van D66 en mij is verworpen. Een meerderheid in de Kamer wil het nog even aanzien. Ik vind het zorgwekkend dat deze gezondheidsrisico’s niet direct worden aangepakt.

De palingen die zich in de risicogebieden ophouden kruipen door slib dat vol zit met dioxine en PCB. Dioxine lost niet op, wast niet weg en verdwijnt niet zomaar. Mensen die palingen eten die in deze rivieren zwemmen krijgen de dioxine binnen, die zich vervolgens in het vet ophoopt. Ook daar blijft de stof zitten. Het resultaat is dat mensen die vergiftigde paling eten erg ziek kunnen worden. Voor zwangere vrouwen is dioxine minstens zo risicovol: zij kunnen hun ongeboren kind hierdoor verliezen.

Om die reden vinden veel mensen dat vergiftigde paling niet verkocht moet worden. De vissers hebben een aantal jaren de kans gekregen om zelf met een oplossing te komen. Het tv-programma Zembla toonde aan dat ze die niet grijpen en dat de minister dat schijnbaar min of meer accepteert.

Vissers vangen palingen in de grote rivieren of bij de Biesbosch en verkopen ze rond het IJsselmeer, zodat het lijkt alsof ze niet uit de zwaar verontreinigde streken komen. Dat lijkt me niet de bedoeling.

Nu een oplossing uitblijft, vind ik dat de minister moet ingrijpen. Vissers die vergiftigde vangst verkopen zijn niet alleen een bedreiging voor de gezondheid, ze verbruien het ook voor de vissers die wel verantwoordelijk met hun vangst omspringen.

Ik vind dat er snel iets moet veranderen. De Voedsel en Warenautoriteit (VWA) bedacht twee oplossingen voor het probleem. Een vangstverbod was de meest eenvoudige. De andere oplossing is zeer omslachtig, namelijk een keurmerk voor de niet-giftige paling.

De minister heeft een voorkeur voor die laatste, nogal ingewikkelde en dure oplossing. De kosten voor het keurmerk zullen ongeveer een miljoen euro bedragen. Voor de handelaars en vissers betekent deze aanpak een enorme hoeveelheid administratieve lasten. Daarnaast legt deze oplossing de verantwoordelijkheid bij de koper, die dan maar moet hopen dat de gekochte paling geen bedreiging voor de gezondheid vormt. Ik zie er daarom weinig in.

Wij kiezen liever voor een vangstverbod. Daarmee haal je de vergiftigde vissen voor veel minder dan een miljoen een stuk effectiever van de markt. Bovendien weet iedereen dan waar ze aan toe zijn: vissers, handelaars en de liefhebbers.