Van Rompuy langs de sociaaldemocratische meetlat

Van Rompuy langs de sociaaldemocratische meetlat

Door Kirsten Meijer op 6 november 2012 Delen  

Op 12 oktober publiceerde Herman van Rompuy een rapport waarin hij pleit voor een verdere Europese integratie. Wat mij betreft staan er twee kernvragen centraal bij beoordeling van welk plan over de toekomst van Europa dan ook.

Ten eerste de vraag of het plan (pdf) bijdraagt aan een sociaal Europa. Daaronder versta ik een Europa dat perspectief biedt aan mensen (jong en oud), rechten van werknemers beschermt en verschillen tussen rijk en arm kleiner maakt in plaats van vergroot. Zeker in deze crisistijd waarin bezuinigingen de verzorgingsstaat bedreigen, de werkloosheid oploopt en arbeidscontracten worden uitgehold, is deze sociaaldemocratische strijd weer relevanter dan ooit.

De sociaaldemocratie bestaat niet voor niets uit twee woorden: sociaal en democratie. De tweede vraag die bij mij rijst is dan ook of het plan in kwestie de democratie versterkt. De stem van de bevolking moet gehoord worden, want het pad dat genomen wordt in Europa is beslissend voor ons dagelijks leven en onze toekomst.

Sprekend over democratie in Europa vliegen de institutionele termen al gauw over tafel. Hoe belangrijk ook, wat mij betreft gaat de eis voor democratie verder dan de institutionele inrichting van de Europese Unie. Het gaat ook om de afstand tussen bestuur en de mensen en om de naleving en versterking van democratische waarden, waaronder vrijheid van meningsuiting en respect voor mensenrechten. Dat laatste is waar de Europese samenwerking mee begon (nooit meer oorlog) en ook deze strijd is niet voltooid. De crisis is een voedingsbodem voor radicalisme, etnische minderheden worden blootgesteld aan discriminatie en er zijn nog altijd conservatieve krachten die voorkomen dat homoseksuelen in vrijheid hun eigen leven kunnen leiden.

Bouwstenen
Het plan van Van Rompuy bestaat uit vier bouwstenen: een “geïntegreerde financiële sector”, een “geïntegreerd begrotingskader”, een “geïntegreerd kader voor economisch beleid” en een paragraaf over de “democratische legitimiteit en verantwoordingsplicht”. Op het eerste gezicht lijkt het daardoor niet erg hoog te scoren op de sociaaldemocratische meetlat. Toch kunnen deze financieel-economische plannen deels omarmd worden door sociaaldemocraten, omdat zij indirect bijdragen aan en van belang zijn voor een socialer Europa.

Zo is het “geïntegreerde financiële kader” in feite een plan om de financiële sector aan banden te leggen. Dat is hard nodig als we een Europa willen waarin de lange termijn toekomst van onze kinderen belangrijker is dan de korte termijn belangen van snelle speculanten. Het “geïntegreerde begrotingskader” benadrukt het belang van solide overheidsfinanciën op nationaal niveau. Om gezondheidszorg, onderwijs en sociale zekerheid ook in de toekomst veilig te stellen zijn solide overheidsfinanciën van belang. Aangezien de situatie in het ene land grote gevolgen heeft voor andere landen in Europa is het verstandig het toezicht op de begrotingen te versterken. Individuele contractuele afspraken met landen, zoals voorgesteld onder een “geïntegreerd kader voor economisch beleid” passen daarbij en bieden bovendien de mogelijkheid om maatwerk te bieden per land.

Sociaal Pact
Waar ik wel een groot vraagteken bij zet is bij het ideologische karakter van de financieel economische plannen, of eigenlijk het ontbreken daarvan. Er is geen sociale paragraaf. De sociaaldemocratische fractievoorzitter in het Europees Parlement, Hannes Swoboda, reageerde terecht kritisch en riep op om naast fiscale maatregelen ook te zorgen voor een “Sociaal Pact”.

Een dergelijk sociaal pact bevat elementen die ook in het verkiezingsprogramma van de PvdA staan, zoals bescherming van werknemers door afspraken over een relatief minimumloon en vrijheid van vakvereniging. De wens van Van Rompuy om mondiaal te kunnen concurreren kan op verschillende manieren worden ingevuld, waarbij voorkomen moet worden dat de rechten van werknemers in de uitverkoop worden gedaan. Economisch beleid is niet technocratisch, zoals dit plan doet voorkomen, maar omvat wezenlijke ideologische en politieke keuzen.

Gemiste kans
Tot slot de vierde paragraaf over de democratische legitimiteit en verantwoordingsplicht. Deze paragraaf is mager en pleit voor het betrekken van het Europees Parlement en de nationale parlementen. Beide zeer mee in te stemmen, maar daarmee redden we het niet.

Hoewel ik betwijfel of het vertrouwen hersteld kan worden door institutionele oplossingen, kan het helpen als de uitslag van de Europese verkiezingen beter wordt weerspiegeld in de samenstelling van de Europese Commissie. Daarnaast wordt de democratie versterkt door de afstand tussen bestuur en mensen zo klein mogelijk te houden. Dat betekent dat Europa zich vooral moet richten op zaken die urgent en grensoverschrijdend zijn. Dat is momenteel te vaak niet het geval, waardoor mensen zich terecht in onbegrip afkeren van Europa.

Van Rompuy’s pleidooi is te eenzijdig gericht op meer Europese integratie. Over de democratische waarden die de basis vormen voor het bestaan van de Europese Unie wordt met geen woord gerept. Een gemiste kans, waardoor het plan een technocratisch karakter heeft gekregen met weinig aantrekkingskracht.

Cijfer
Alles bij elkaar optellend geef ik Van Rompuy een zes voor zijn rapport. Ik realiseer me dat het een hele klus is om alle lidstaten achter één plan te krijgen. En zeker zolang de machtsbalans in Europa nog in het voordeel is van conservatieven en liberalen, is het niet verwonderlijk dat nieuwe plannen weinig sociaaldemocratisch zijn. Dat ontslaat sociaaldemocraten in Europa niet van de taak om onverminderd ambitieus te zijn en strijdbaarheid te tonen. Want alleen dan is er een kans dat verdere Europese integratie gepaard gaat met een bredere agenda gericht op groei, sociale waarborgen en democratische versterking.

Delen: