Uniek plan van aanpak tegen pesten

Uniek plan van aanpak tegen pesten

Door Loes Ypma op 29 maart 2013 Delen  

‘Om plagen kun je lachen, van pesten moet je huilen’, vertelde een van de kinderen die ik sprak over pesten. Pesten laat vaak levenslange littekens achter. Er is dringend aandacht nodig voor pesten en sociale veiligheid op scholen. De norm moet heel duidelijk zijn: pesten is onacceptabel. Alle kinderen hebben recht op een onbezorgde schooltijd die in het teken staat van ontwikkelen, ontdekken en leren. Kinderen moeten veilig zijn, in een omgeving waar goed met elkaar wordt omgegaan.

Ik heb samen met andere Tweede Kamerleden, staatssecretaris Dekker en de Kinderombudsman afgelopen maanden veel gesprekken gehad met kinderen, scholen, deskundigen en ouders. Dat heeft geresulteerd in een uniek plan van aanpak tegen pesten.

 

Maar met een plan alleen zijn we er niet. Want als je, zoals ik, zelf voor de klas hebt gestaan weet je dat pesten een veelkoppig monster is dat zich moeilijk laat uitroeien. Veel gebeurt buiten het zicht van docenten en dat maakt het erg lastig om het verschil tussen plagen en pesten te herkennen.

Daar komt nog bij dat het regelmatig voorkomt dat er niemand iets te winnen heeft met iets doen aan het pesten behalve de gepeste leerling zelf: scholen willen niet bekend staan als een school waar gepest wordt, leerlingen die niet gepest worden zijn vaak al lang bij dat zij zelf niet gepest worden en voor een docent is het ook niet altijd makkelijk om het probleem aan te pakken.

Dat maakt ook dat een antipestprogramma met al deze factoren rekening moet houden. Het ene pestprogramma is het andere niet, er zijn veel dubieuze alternatieven op de markt. In mijn eigen lerarenopleiding leerde ik dat je als docent vooral invloed hebt op de dynamiek in de groep als die net gevormd is. Terwijl de leerlingen nog bezig zijn met hun eigen plekje veilig stellen heb je als docent de kans om zelf de normen te bepalen. Dat is het moment waarop je als docent kan bepalen welke criteria de groep hanteert om te bepalen wie de leiders zijn. Als je de groep zelf de normen laat bepalen kan het misgaan, dan wordt pesten cool.

Preventie is dus veel effectiever dan ingrijpen als het al mis is. Want hoe een klas waar al gepest wordt weer op het rechte spoor te krijgen is, leerde ik niet.

Een docent moet daarom niet alleen goed opgeleid zijn hij moet ook een stevige persoonlijkheid zijn die zelf een normatief kader stelt. En een docent moet opgeleid worden om te weten wat hij moet doen als er al gepest wordt. Slechts een op de vijf leerlingen die gepest worden, wordt geholpen door de docent!

Ondanks al deze moeilijkheden bestaan er wel effectieve programma’s. Programma’s die docenten helpen sneller en beter te signaleren, die een sociale netwerkanalyse maken van de klas en op basis van die analyse handvaten bieden om een permanente cultuurverandering in de klas te bewerkstelligen. Organisaties die voor veel geld scholen zo gek krijgen om een programma in te voeren dat niet helpt.

Daarnaast vind ik het niet goed dat er programma’s zijn die voor veel geld scholen zo gek krijgen om een programma in te voeren dat niet helpt. Er is een wildgroei aan anti-pestprogramma’s. Iedere school is het wiel aan het uitvinden; wat kan je doen, wat werkt? Ik ben het erg eens met het stellen van eisen stellen aan een anti-pestprogramma; (wildgroei bv. met iemand van buiten ingevlogen) wat werkt, wanneer, voor wie en waarom?

Ik heb veel vertrouwen in het plan van aanpak van de staatssecretaris en de Kinderombudsman omdat het voorziet in het beter opleiden van docenten. Maar ook omdat het een dwingend karakter heeft. Alle scholen worden verplicht hiermee aan de slag te gaan. Daardoor verdwijnt ook de prikkel voor scholen om te doen alsof dit bij hen niet speelt.

 

Berichten