Uitstoot fijnstof terugdringen

Uitstoot fijnstof terugdringen

Door Henk Leenders op 11 december 2013 Delen  

De Partij van de Arbeid is geschrokken van het bericht dat langdurige blootstelling aan fijnstof ook in lage concentraties levensgevaarlijk is. Tot ver onder de Europese norm van 25 microgram per kubieke meter blijkt fijnstof dodelijker dan gedacht. Het is dan ook een goede zaak dat staatssecretaris Wilma Mansveld de uitstoot van fijnstof wil terugdringen.

Onderzoekers stellen dat er een lange afstandcomponent zit in fijnstof. Het kan zich over een grote afstand verspreiden; een deel van het fijnstof bij ons kan bijvoorbeeld uit het Ruhrgebied komen. Daarvoor is dus een Europese aanpak nodig. Daarom heb ik staatssecretaris Mansveld gevraagd te kijken naar de mogelijkheden die zij heeft om de Europese afspraken over normen aan te passen aan deze nieuwe wetenschappelijke inzichten.

Daarnaast heb ik gevraagd welke maatregelen de staatssecretaris denkt te gaan nemen na de alarmerende uitkomsten van het onderzoek. De resultaten van het onderzoek zijn overigens niet helemaal nieuw. Zo adviseren de Wereld Gezondheidsorganisatie (WHO) en het Longfonds al om de norm voor fijnstof te verlagen.

De lucht wordt in Nederland steeds schoner, met name door voortschrijdende techniek. Toch is er sprake van lokale piekbelasting met fijnstof. De PvdA vindt dat gemeenten en provincies meer invloed moeten hebben als normen worden overschreden of dreigen te worden overschreden. In de praktijk blijkt nog wel eens dat gemeenten of provincies, bijvoorbeeld bij het verlenen van vergunningen, tegen de grenzen van landelijke wet- en regelgeving aanlopen. Dat moet anders. Gemeenten hebben voldoende middelen nodig om de gezondheid van hun inwoners te beschermen, ook als het om fijnstof gaat.

De staatssecretaris heeft ook toegezegd dat bij de behandeling van de nieuwe Omgevingswet (begin 2014) gekeken zal worden of gezondheid daar als toetsingscriterium opgenomen kan worden. Hierdoor krijgen gemeenten en provincies in de toekomst meer mogelijkheden om lokale en regionale ontwikkelingen, die een te groot negatief effect op de gezondheid hebben, tegen te houden.