Homoseksualiteit en religie

Homoseksualiteit en religie

Door Ahmed Marcouch op 22 oktober 2010 Delen  

In de moskee vroeg na het gebed een jongen aan mij: ‘Jij verdedigt toch homo’s?’ ‘Jongen’, heb ik gezegd, ‘als ik de vrijheid van de homo verdedig, verdedig ik ook jouw vrijheid. Want de vrijheid van de homo is de vrijheid van de moslim. Het is de vrijheid om te kunnen zijn wie je bent, zonder dubbelleven, zonder angst. De vrijheid verbindt ons allen, zoals de lucht dat doet die wij allen inademen. Vrijheid is onze zuurstof.’

Deze rede heb ik uitgesproken op 16 oktober tijdens de manifestatie ‘Gewoon homo zijn’ in Heemskerk.

De homo en de Koran, gaat dat samen? Die vraag ging leven in Slotervaart, nadat ik welbewust naar het Suikerfeest was geweest van de moslimhomo’s van Habibi Ana. Het is nu van een stelling ‘gaat niet’ een vráág geworden. De Poldermoskee nam het onderwerp op in haar serie taboe-discussies.

Ja, het kan naast elkaar, zei de moeder van Slotervaart, Fatima Sabbah, de voorvrouw van Nisa for Nisa: vrouwen voor vrouwen. Zij sprak zich uit bij een bijeenkomst van het Joods-Marokkaans netwerk. Zij zei: laten we als Joden en Marokkanen samen ons sterk maken voor een homocafé, wat mij betreft in de buurt van de moskee. Mooi, zei een Marokkaanse  buurtgenoot, overigens zelf hetero, gevat: ‘het kan naast elkaar, maar kan het ook beide tegelijk moslim én homo? Accepteer je de moslimhomo?’  Het is iets waar veel moslims, Christenen én seculieren het onverwacht roerend over eens zijn, zij vinden elkaar op dit punt: homo’s en religie dat kan niet. Moslims en Christenen vinden dat om dat ze menen dat God homoseksualiteit verbiedt en seculieren menen dat een homo die zover is gekomen dat hij zijn geaardheid accepteert en daar vooruit wil komen, niet zo afhankelijk en ouderwets kan zijn dat hij tevens een religie aanhangt die hem excommuniceert.

Maar de religieuze homo’s laten zich niet kisten. En ze hebben gelijk. Homoseksualiteit is aangeboren, dus door God geschapen. De homoseksueel is een schepsel van God. En de Islam leert mij de mens boven alles te stellen. Ik denk dat hier nog veel islamtheologische uitspraken over komen. Want de islam is wat dat betreft als het Christendom, theologen doen verschillende uitspraken, de Bijbel en de Koran blijken voor meerdere uitleg vatbaar. En ik kom er steeds meer achter dat de geest van de Koran belangrijk is dan individuele teksten. De geest van de Koran is de humaniteit. Het is onbestaanbaar dat God accepteert dat homo’s als lager dan varkens worden gekwalificeerd.

De mens als afspiegeling van God dus, niet de afspiegeling van ouders, buren of imam.  Een echt volledig mens is iemand die levenslang bezig is zichzelf te worden, in plaats van iemand die zijn leven laat bepalen door anderen.

Ga er maar aan staan, om onder invloed van de mensen die je liefhebt en die jou grootgebracht hebben, het gevecht aan te gaan om gezien en geliefd te worden zoals je zelf werkelijk bent. Daarom moet een moslimhomo die een volwaardig leven wil leiden, beginnen met zichzelf: zichzelf als persoon zo sterk vormen dat hij als persoonlijkheid zijn vrijheid kan afdwingen, bij zijn ouders, zijn broers en zussen, zijn buren en zijn imam.

Er is geen alternatief, op straffe van groot ongeluk. Als je droombeeld geliefd wordt in plaats van jijzelf én je hebt dat in de gaten omdat je jezelf niet langer voor de gek wilt houden, is dat hét recept voor ongeluk. De confrontatie met ouders en sociale omgeving moét geschieden, het is niet anders.

Ongelukkige mensen zijn geen actieve burgers. Als stadsdeelvoorzitter wil ik een stadsdeel waarin iedereen de ruimte krijgt om tot zijn recht te komen. Daar hoort bij: homo’s welkom. Daar moest ik wel enkele stevig vastgeroeste eeuwenoude opvattingen voor tot wankelen brengen. Dat heb ik gedaan met onderwerpen als het homo-Suikerfeest, de opening van de GayPride en het voorstel om in elk stadsdeel een homovriendelijk plein te identificeren. Kan dat nou niet geleidelijk aan? Die vraag heb ik natuurlijk heel vaak gekregen: geef het de tijd, Ahmed. Nou, de tijd geven – dat gaat niet. Geven wij ‘het de tijd’, wat dat ook zijn moge, dat duurt veel te lang, als het al de goede kant op gaat. Homo’s kunnen helemaal geen twintig jaar gekleineerd en angstig wachten tot de allochtonen en de jongeren van nu zover zijn dat zij eraan toe zijn homo’s te accepteren.

Beter dan geleidelijk aan ontwikkelen is wakker schudden. Flinke stenen dus in verontrustend hardnekkig rimpeloze vijvers gooien.  En daar kwamen kringen van. Het goede nieuws is, die zijn inderdaad beetgepakt. Boze moslims kwamen dertig man sterk verhaal halen op het stadsdeel. Dat vond ik erg goed. Meestal moest ik bijeenkomsten en debatten van de grond tillen, compleet met zaalhuur, sprekers en uitnodigingen, nu kwamen hier de mannen waar het mij om ging zélf op het stadsdeelkantoor het debat halen. En inderdaad, het werd een debat. Niet alle dertig kwamen over de streep, maar meer dan de helft zei wel degelijk: de Islam zegt dat wij homoseksuelen als mensen moeten bejegenen.

Ook de jongeren vertellen mij: mijn vader is boos op je, maar er is iets wonderlijks gebeurd. Ik had nooit gedacht dat het woord homoseksueel ooit in onze huiskamer zou vallen. En de komiek Rachid Larouz vertelde bij de voorbereiding van de start van de Gay Pride in Slotervaart, waarvoor hij een bijdrage leverde:’Ik blijk homo’s in mijn vriendenkring te hebben. Nooit geweten. Ik weet het sinds ik getrouwd ben. Want mijn vrienden hebben mijn vrouw in vertrouwen genomen en het haar verteld. Mij durfden zij het niet te vertellen. Dus ik moest zelf mijn goede vrienden op eigen initiatief duidelijk gaan maken dat ik het oké vindt.’

Beste mensen,
ik begon mijn verhaal met de vrijheid. De vrijheid van de homo is dezelfde vrijheid als die van de moslim. U mag er zijn, ook als moslimhomo of Christenhomo. Die medaille van bestaansrecht heeft ook een tweede kant. Dat u er mag zijn, dat u géén taboe bent, betekent dat u bekritiseerd mag worden. Zoals ook moslims én er mogen zijn én dus ook bekritiseerd mogen worden. Denk aan Fortuyn, die zei: ‘de moslim kan mij wel varken noemen, maar ik mag hem achterlijk noemen’.

Loop dus niet weg voor kritiek. Ga niet pruilen, ga niet duiken, ga niet mokken, ga geen slachtoffer spelen. Ga er serieus op in. Ga het debat aan. Vraag dóór, luister, leg opnieuw uit, discussieer het uit.

De pastoor van de Verrijzenis kerk wees mijn vraag om zich aan mijn zijde te scharen af. Hij schreef mij een brief om het uit te leggen: ‘u zegt homoseksueel in plaats van homofiel, dat mag niet.’ Bisschop Punt schreef mij er nog eens zo’n brief over heen. Ook de orthodoxe Protestanten wilden niet aan mijn zijde staan, Rouvoet wilde de Gay Pride niet openen, al was hij zo verstandig dat mij mondeling mee te delen, dus ik kan geen Rouvoet-brief bewaren.

En dan zeg ik: loop niet weg, trek je niet terug, ga de discussie aan en probeer als religieuze homo’s je opponenten te overtuigen, ook in de kerk of moskee.  En wie weet kunnen de homobladen dan nog eens de stap nemen om af te zien van de geheimzinnige blanco enveloppe, zodat de buren van de ontvangers niets vermoeden. Laten wij aan het werk gaan voor zo’n resultaat!