Toespraak Job Cohen: perspectief in moeilijke tijden

Toespraak Job Cohen: perspectief in moeilijke tijden

Door Job Cohen op 25 april 2010 Delen  

Tijdens het PvdA-congres in Nijmegen is Job Cohen gekozen tot lijsttrekker
voor de Tweede-Kamerverkiezingen op 9 juni. In zijn aanvaardingsspeech gaf Cohen
aan dat hij in deze moeilijke tijd enorm gemotiveerd is om perspectief te bieden
op een fatsoenlijk bestaan voor iedereen. Klik op ‘lees verder’ onder de video
voor de uitgeschreven tekst.

Download de
speech van Job Cohen (pdf) >

Volgens Cohen mogen we het oplossen van de crisis niet overlaten aan de
veroorzakers van de crisis en moeten we oppassen dat we de economie niet
kapotbezuinigen. Hij waarschuwde tegen roekeloos handelen.  ‘Het gaat erom wie
met de meeste wijsheid handelt in een situatie waarin de overheidsfinancien op
orde moeten worden gebracht en tegelijkertijd grote maatschappelijke
vraagstukken moeten worden aangepakt. Dát is de opdracht. Natuurlijk de gevolgen
van de crisis zullen ons allemaal raken. Wij zullen de tering naar de nering
moeten zetten. Dat is onvermijdelijk. Maar wel graag op een verstandige manier.’

Cohen schetste het perspectief dat hem voor ogen staat: samen uit het
economisch dal klimmen en de inrichting van onze samenleving aanpassen aan de
nieuwe tijd. Nederland veiliger maken en onze wereld in stand houden door te
investeren in duurzaamheid. Mensen vertrouwen geven in onze democratische
rechtsstaat. ‘Dat is voor mij de fatsoenlijke samenleving.’

Cohen pleitte ervoor de rechtsstaat, die grenzen stelt en kansen biedt, te
verdedigen tegen al diegenen die hem geweld aan doen. Cohen heeft ondanks
tegenwind altijd de aanpak gevolgd waarin hij gelooft en die werkt: problemen
oplossen met dialoog en zoeken naar een gezamenlijk belang én grenzen stellen.
‘Want grenzen stellen hoort bij samenleven. Zonder grenzen ontbreekt veiligheid.
Alleen in een veilige samenleving kunnen mensen zich thuis voelen. En je thuis
voelen, daar gaat het om, voor iedereen. Want een samenleving is pas echt
sociaal als het er veilig is.’

Cohen ziet het als zijn opdracht om er in Nederland voor te zorgen dat
iedereen meetelt. ‘Door te binden in plaats van te splijten. Door in te sluiten
in plaats van uit te sluiten. Door mensen een eerlijke kans te geven.’

Lees hieronder de speech van Job Cohen: (Gesproken woord geldt)

Laat ik beginnen namens alle kandidaten u te danken voor het vertrouwen, dat
u ons vandaag geschonken hebt. Want vertrouwen is het hart van de zaak. Het
bindt ons. Wij doen het niet voor onszelf, wij doen het samen.

Het is vanuit dat gevoel dat ik me nu eerst tot Wouter Bos richt. Wouter je
hebt, toen de crisis toesloeg, laten zien waar je voor staat: we zijn niet
weggezakt in een lange, diepe recessie, jij bent met je collega’s in het
kabinet, resoluut opgetreden, je hebt ons voor erger behoed. Dat we nu een goede
startpositie hebben voor nà de crisis, is vooral jouw verdienste. Wouter, je
bent onze partij gaan leiden in een moeilijke periode en je hebt daar de
verantwoordelijkheid voor genomen.  Als leider van onze partij heb je onderkend
dat ook intern vernieuwing noodzakelijk was en je bent een onvermoeibare en
geweldige inspirator geweest altijd in contact, altijd alert – de publieke zaak
én eerlijk delen voorop.  Jouw visie op de sociaal-democratie “mensen niet
betuttelen, maar hen de mogelijkheid geven om zich te ontplooien” sprak velen
aan.

Maar de optelsom van vice-premier, minister van financiën in crisistijd én
partijleider trok natuurlijk een wissel op thuis.  En iedereen begrijpt dat je
voelde dat je een keus moest maken. Die keus heb je gemaakt en ik heb daar het
grootst mogelijke respect voor, een respect dat de laatste zes weken alleen maar
is toegenomen. De wijze waarop je je in die periode, die voor jou natuurlijk
niet gemakkelijk was, hebt ingespannen om mij in te werken, vond ik groots en ik
ben je daar persoonlijk buitengewoon erkentelijk voor.

Wij nemen vandaag afscheid van je als aanvoerder van de Partij van de Arbeid,
maar van Wouter Bos nemen wij géén afscheid; want wij blijven een beroep doen op
je denkkracht en je inzet. We danken je voor alles wat je de afgelopen jaren
voor ons en voor ons land hebt gedaan.

Vrienden,

Vol overtuiging heb ik mij kandidaat gesteld voor het lijsttrekkerschap van
onze partij.  En nu sta ik voor u, om dat lijsttrekkerschap te aanvaarden.

Het lijsttrekkerschap van de Partij van de Arbeid. Dat doet mij meer dan ik
zeggen kan. Mijn ouders werden in 1946 welbewust lid van die toen nieuwe
partij.  Zij zagen dat als een nieuw begin na een inktzwarte periode.  Een
periode die hen had laten voelen, in de meest letterlijke zin, wat het betekent
om uitgesloten te worden, wat er gebeurt als haat de vrije loop krijgt. De wijze
waarop mijn ouders hun leven opnieuw vorm gaven en hoe zij daarover met mijn
broer en mij spraken, kònden spreken, heeft mij gemaakt tot wie ik ben. Mijn
ouders lieten vlak na de oorlog niks blijken van verbittering of
teleurstelling.  Zij spraken over de hoopvolle perspectieven die zij zagen; de
kans op een betere wereld.  Zij waren vastbesloten daaraan bij te dragen. Hoe
moeilijk een situatie soms ook is, perspectief blijven zien. Dat hebben ze aan
mij overgedragen.

Ook nu is het voor veel mensen moeilijk om perspectief te zien.  Zij horen
politici op tv om het hardst roepen om bezuinigingen.  Ze zijn bezorgd over hun
baan in tijden van een economische crisis.  Ze ervaren onveiligheid op straat. 
De samenleving lijkt te verharden, te verruwen.  Veel mensen voelen zich
buitengesloten.  Zij zien de wereld zonder grenzen, met al die snelle
veranderingen, niet als een belofte, maar als een bedreiging.

Het motiveert mij enorm om juist nu, in deze moeilijke tijd, het perspectief
te bieden op een fatsoenlijk bestaan voor iedereen.  Op volwaardige deelname van
iedereen aan die samenleving.  Daarom heb ik me kandidaat gesteld, om samen met
u, het verschil te maken.

Ik ken onze traditie. De sociaal-democratie is gebouwd op de zorgen en
idealen van mensen. Op het besef dat we met elkaar tot meer in staat zijn dan
ieder voor zich. Die daarom bereid zijn een bijdrage te leveren die open staan
voor anderen.  Die instelling is nu meer nodig dan ooit.

Nederland ondervindt de gevolgen van de ergste economische recessie sinds 80
jaar.  Het kabinet met de PvdA heeft Nederland de afgelopen periode door het
diepste dal van de crisis geloodst. Ik ben er trots op dat mensen van onze
partij op het cruciale moment hebben meegeholpen de banken overeind te houden,
zodat ons spaargeld niet in rook is opgegaan.  Ik ben er trots op dat we met
deeltijd WW tienduizenden werknemers hun baan konden laten behouden.  En het was
mijn partij die de economie een steuntje in de rug gaf; door niet meteen te
bezuinigen, maar door te investeren in huizen, scholen, en zorg.  Dat heeft
Mariette vanuit de Kamer en Wouter vanuit het kabinet knap gedaan. Ook daarop
kunnen we trots zijn.

De komende periode staan we voor grote uitdagingen.  In politiek en media
horen we alleen maar ‘bezuinigen, bezuinigen, bezuinigen’. Ja, het
huishoudboekje moet op orde komen – en dat gaan we doen -, maar er is veel meer.

Daarom zeg ik: kijk uit. Wees niet roekeloos.  Natuurlijk, de gevolgen van de
crisis zullen ons allemaal raken.  Wij zullen de tering naar de nering moeten
zetten. Dat is onvermijdelijk. Maar wel graag op een verstandige manier. Want de
economie is nog steeds erg broos.  Eén aswolk uit IJsland of een andere
onverwachte gebeurtenis kan het herstel remmen.  De Europese economie groeide
het afgelopen kwartaal amper.  Het herstel gaat niet hard.  Veel ondernemers
willen wel investeren, maar kunnen moeilijk krediet krijgen.  Elke maand komen
er nog werklozen bij. Financiële markten zijn instabiel en dat gaat niet alleen
over Griekenland.

En dus zeg ik: kijk uit. Wees niet roekeloos. Het gaat om mensen en het gaat
om hun banen. Als we te hard en te snel bezuinigen, dan knakken we het beginnend
herstel van de economie dan vallen we terug in het dal, duurt het langer voor we
eruit zijn zullen de maatregelen des te pijnlijker zijn, en verliezen nog meer
mensen hun baan.

Als Wouter Bos in 2009 bezuinigd had zoals Mark Rutte wilde, hadden we er nu
een leger werklozen bij ter grootte van de stad Utrecht.  Dan had Corus, waar ik
vorige week was, de mensen moeten ontslaan die ze nu, beter geschoold, nog
steeds in dienst hebben.  Door actief overheidsbeleid.  Wouter luisterde terecht
niet naar Rutte. En ik zal dat ook niet doen. We moeten verstandig handelen,
niet  roekeloos.

De crisis heeft ons geleerd wat er gebeurt als je blind op de markt
vertrouwt.  Dat recept heeft geleid tot de ontsporing van de wereldeconomie:
alle vrijheid voor de markt, te weinig toezicht.  Royaal voor hebzucht en amper
aandacht voor armoede.  En als we straks niet oppassen, gaan de blinde volgers
van de markt rustig op de oude voet verder.  Door mensen met zeer hoge inkomens
een zeer hoge hypotheekrente-aftrek te blijven bieden en tegelijkertijd de
gemeenschappelijke voorzieningen te verschralen.  Door de lasten niet naar
draagkracht te verdelen en de rekening eenzijdig neer te leggen bij mensen die
het niet breed hebben.  In de vorm van: hogere huren, hogere zorgkosten, minder
voorzieningen, en lagere uitkeringen.  Dat is de neoliberale cocktail die
verantwoordelijk is voor de crisis.

Diezelfde cocktail willen ze nu opnieuw opdienen.  Het is als de middeleeuwse
kwakzalver: wat de kwaal ook is, de dokter kent maar één remedie: aderlaten. 
Daarom zeg ik u: we mogen het oplossen van de crisis niet overlaten aan de
veroorzakers van de crisis!

Sommige politici spelen een wedstrijdje wie ‘kampioen bezuinigen’ wordt. 
Maar het gaat er op 9 juni niet om wie het meest bezuinigt. Het gaat erom wie
met de meeste wijsheid handelt in een situatie waarin de overheidsfinanciën op
orde moeten worden gebracht en tegelijkertijd grote maatschappelijke
vraagstukken moeten worden aangepakt.  Dàt is de opdracht!

Daarom brengen wij het huishoudboekje op orde in een tempo dat past bij de
huidige stand van de economie en met maatregelen waar ook volgende generaties de
vruchten van plukken.  Dus: ja Mark Rutte, je hebt gelijk dat we de boel in
beweging moeten brengen. Maar als fiets- én schaatsliefhebber weet ik dat je de
ploegenachtervolging alleen maar wint als je de boel bij elkaar houdt.

Beste mensen,

Ik ben voor u geen onbekende. U hebt mij de afgelopen jaren kunnen volgen als
burgemeester van onze hoofdstad, een stad die zo haar eigen problemen kent. U
weet dat ik , ondanks tegenwind, altijd een aanpak heb gevolgd waar ik in
geloof,  èn die werkt.  Ik geloof erin dat problemen vooral opgelost worden met
dialoog, door verbinding te zoeken, door aandacht te geven, door te zoeken naar
een gezamenlijk belang.  Maar mijn aanpak is er niet alleen een van overleg en
samenwerking. Bij mijn aanpak hoort net zo goed: grenzen stellen.  Dat doen we
thuis ook, in de opvoeding.  Grenzen zijn ook noodzakelijk op straat, in de
buurt, in bedrijven, in de omgang van landen met elkaar. Want grenzen stellen
hóórt bij samenleven.  Zonder grenzen ontbreekt veiligheid.  Alleen in een
veilige samenleving kunnen mensen zich thuis voelen. En je thuis voelen, daar
gaat het om, voor iedereen.  Want een samenleving is pas echt sociaal als het er
veilig is.

Daarom heb ik als burgemeester mijn uiterste best gedaan om Amsterdam
veiliger te maken: van preventief fouilleren tot cameratoezicht straatcoaches
die voor rust zorgen en ouders aanspreken op de verantwoordelijkheid voor hun
kinderen drugsverslaafden van straat halen en criminaliteit en overlast van
jeugdgroepen oplossen.  Door repressie en preventie te combineren, bereik je
resultaten.  Een uitgestoken hand waar het kan een harde hand waar het moet. Een
veilig Nederland en een fatsoenlijk Nederland. Dat is wat mij voor ogen staat.

Ik wil leven in een land waar beschaving geen ouderwets woord is. Waar
ambulancebroeders zonder te worden aangevallen hun werk kunnen doen waar ouderen
met een gerust hart over straat kunnen om hun kinderen te bezoeken, waar niemand
wordt uitgescholden, joden niet, homo’s niet, en ook moslims niet. Daarom geloof
ik zo in onze rechtsstaat. De rechtstaat die grenzen stelt en kansen biedt, die
respect heeft en geeft voor ieders vrijheid, die de vrijheid van meningsuiting,
de vrijheid van godsdienst en alle andere grondrechten respecteert. Waar de
rechten van de één niet meer waard zijn dan die van de ander.  Die rechtsstaat
moeten wij koesteren.  Sterker nog, we moeten die rechtsstaat verdedigen tegen
al diegenen die hem geweld aandoen.

Beste mensen,

Ik ben ervan overtuigd dat Nederland een goede toekomst tegemoet kan gaan.
Hoe die toekomst eruit ziet?  Er is voldoende perspectief.  Want ondanks de
crisis heeft Nederland een goede uitgangspositie.  Ons land is vol mensen met
kennis, ambitie, creativiteit, vakmanschap, roeping en de wil om iets te
bereiken. Mensen staan in de startblokken om mee te doen, om de uitdagingen van
onze tijd aan te pakken. We zijn een klein land, maar tot grote dingen in staat.
Laten wij al het talent ontwikkelen dat wij hebben, en laat één ding duidelijk
zijn: iedereen heeft zijn eigen talent.  Laten wij ons best doen om niets
daarvan verloren te laten gaan, want we zullen iedereen heel hard nodig hebben. 
Investeren in onderwijs, dus investeren in goede leraren, ervoor zorgen dat
iedereen het beste uit zichzelf haalt, geen genoegen nemen met matige
kwaliteit.  Kennis wordt steeds meer de banenmotor. En als je niet wilt dat die
kennis veroudert, dat mensen meekunnen in de nieuwe tijd, dan is het gebod:
scholing, scholing, scholing! En zo komen we in een nieuwe tijd terecht.

Door de vergrijzing zijn er straks meer ouderen dan jongeren.  Bovendien
worden mensen ouder, werken mannen en vrouwen en verdelen zij samen de zorg voor
de kinderen.  Er is veel minder zwaar lichamelijk werk dan vroeger.

Daar is onze maatschappij nog niet op ingericht, en dat zal ons perspectief
op werk grondig doen veranderen.

Het zal eerder voorkomen dat mensen, jong en oud, banen aangeboden krijgen
dan dat zij honderdvoudig moeten solliciteren.  Zo ver is het nog niet, maar het
komt eraan, en sneller dan wij denken. Wij moeten dus maar gauw aan dat
perspectief wennen. En verstandige besluiten nemen die ons op deze nieuwe tijd
voorbereiden.

We moeten ons nu eerst een weg banen uit de economische crisis.  Daarom
hebben wij een Sociaal Akkoord voorgesteld.  Partijen bij elkaar brengen,
gemeenschappelijke belangen opzoeken.  Verantwoorde loonontwikkeling is
noodzakelijk om de problemen van nu op te lossen. Van werknemers wat vragen,
maar dan ook van werkgevers

Tegelijkertijd sorteert het Sociaal Akkoord voor op de nieuwe tijd: meer
ruimte voor scholing, het delen van zorgtaken, sterke deelname aan de
arbeidsmarkt.

Ook hoe je bezuinigt, moet passen in dat nieuwe perspectief.  Vandaar onze
voorstellen voor een houdbare AOW, een doelmatige toepassing van de
hypotheekrenteaftrek en het omzetten van de studiefinanciering in een sociaal
leenstelsel, waarbij iedereen die kan, ook echt gaat studeren, maar een deel van
het profijt teruggeeft aan de samenleving. Dat zijn stuk voor stuk keuzes die
passen in de traditie van de sociaal-democratie. Want het zijn eerlijke keuzes.

Beste mensen,

Terwijl we de economie herstellen en rekening houden met de vergrijzing is
misschien nog wel onze grootste opdracht: de wereld schoner achterlaten voor
onze kinderen en kleinkinderen.  We moeten een duurzaam evenwicht vinden tussen
mens en aarde.  Geen opdracht doet zo’n beroep op ons vernuft, onze creativiteit
en ons doorzettingsvermogen. En juist daarom liggen hier voor ons land kansen. 
Met onze kennis en vakmanschap kunnen wij hier een prachtige bijdrage leveren. 
Met onze ingenieurs, waterbouwers, baggeraars, bergers, offshore-industrie, met
onze bereikbare havens en met onze Noordzee voor de deur hebben we uitgelezen
mogelijkheden.  Nederland kan een wereldspeler zijn op het gebied van
windenergie op zee waardoor we zelfs grote delen van Noord West Europa van
energie kunnen voorzien.  Het is maar een voorbeeld, er zijn er zoveel meer.

Als er in de komende jaren ergens arbeid èn exportmogelijkheden te vinden
zijn, dan is het op het enorme terrein van duurzaamheid en energievoorziening. 
De keuzes die we de komende jaren maken, zijn bepalend voor de toekomst van ons
land.  Landen als China, India en Brazilië, ze schieten vooruit, en wij moeten
werkelijk ons uiterste best doen om dat allemaal bij te benen.  In dat
internationale krachtenveld speelt Nederland altijd een opmerkelijke rol.
Geografisch klein, maar economisch groot.  Dat komt omdat we altijd de blik naar
buiten hebben gehad. We verdienen ons geld voor een belangrijk deel in het
buitenland.  Daarom zeg ik: wij moeten ons niet achter de dijken verschansen.

Lotsverbondenheid tussen mensen houdt ook niet op bij de grens. In de eerste
helft van de vorige eeuw, toen nationalisme de norm was en Europese landen
bloedige en nietsontziende oorlogen met elkaar voerden, riepen socialisten al op
tot internationalisme.  Want zij wisten dat het arbeiders in het ene land nooit
duurzaam goed zou gaan als arbeiders in het andere land onderdrukt zouden
worden. De wereld is sindsdien complexer, kleiner en veel drukker geworden.  Als
het elders niet is uit te houden, zien mensen altijd de mogelijkheid zich te
verplaatsen naar landen waar het beter is. Die mensenstroom is een bron van zorg
voor het land van vertrek èn voor het land van aankomst.  Want het zijn de
sterksten en de slimsten die vertrekken en die daardoor de kans op verbetering
in eigen land verminderen. In het land van aankomst is het een bron van zorg
voor mensen die daar niet om gevraagd hebben en hun omgeving wèl hebben zien
veranderen: die als het ware verhuisd zijn zonder verhuisd te zijn.

Dat leidt bij hen tot uitholling van solidariteit, als die aan hen wel
gevraagd, maar niet gegeven wordt.

Ons antwoord hierop is de combinatie van een strenge, maar rechtvaardige
Vreemdelingenwet en het bieden van perspectief in de landen van herkomst. Het
handhaven van duurzame vrede, het stimuleren van democratie en het bieden van
economisch perspectief zal niet alleen het lot van mensen in die landen
verbeteren, maar ook een deel van de zorg en onrust in onze eigen samenleving
wegnemen.

Beste mensen,

Veel kiezers hebben zich uit onvrede afgekeerd van de politiek.  Zij
vertrouwen politici niet meer en hebben het gevoel niet gehoord te worden.
Politici moeten zich dat aantrekken.  Er is in de huidige politiek een cultuur
ontstaan, waarin schelden en elkaar verdacht maken gewoon lijken te zijn.  Het
gaat meer om het spel dan om de knikkers. En bij gebrek aan daden zijn het de
grote woorden die indruk moeten maken. Kiezers willen daar niet bijhoren. En ik
ook niet.

Kiezers willen serieus worden genomen. En terecht. We leven in een nieuwe
tijd, een tijd van Twitter en Facebook. We moeten in deze informatiesamenleving
de mogelijkheden van een echte dialoog beter benutten. Daarom zeg ik: durf de
representatieve democratie te versterken. Niet bang zijn voor vormen van directe
democratie. Want: wie goede argumenten heeft, kan overtuigen. Verstevigen van
onze democratie is urgent, en daarom willen wij werken aan een Nationaal
Democratie Akkoord, zodat wij door stappen vooruit, het vertrouwen in onze
democratie werkelijk vergroten.

Beste mensen,

Vrienden,

Ik heb u het perspectief geschetst dat ik voor mij zie: samen uit het
economische dal klimmen, op een verstandige manier, en de inrichting van onze
samenleving aanpassen aan de nieuwe tijd. Nederland veiliger maken en onze
wereld in stand houden door te investeren in duurzaamheid. Mensen vertrouwen
geven in onze democratische rechtsstaat. Dat is voor mij de fatsoenlijke
samenleving. ‘Iedereen telt mee’ is voor mij meer dan een slogan. Het is iets
wat mij mijn hele leven heeft gedreven. De laatste jaren als burgemeester toen
ik al die burgers, waar ze ook vandaan kwamen, het gevoel kon geven dat het
ertoe doet wat ze doen, dat ze bijdragen aan onze samenleving, door de straat
schoon te maken, door prachtige muziek te maken, door onderwijs te geven, door
huizen te bouwen en spoorwegen te onderhouden, door ideeën werkelijkheid te
laten worden., door talent, welk dan ook, de gelegenheid te geven, zich te
ontplooien.

Vandaag aanvaard ik uw opdracht  om er in Nederland voor te zorgen dat
iedereen meetelt.’