Toespraak Samsom op Dag van de Arbeid

Toespraak Samsom op Dag van de Arbeid

Door Diederik Samsom op 1 mei 2012 Delen  

Het is vandaag een bijzondere dag voor de Partij van de Arbeid. 1 mei, de Dag van de Arbeid, of zoals ze in BelgiĆ« mooi zeggen: het Feest van de Arbeid. Een dag waarop wij mensen als Hendrik Horsman, Bart van Pelt en al die anderen eren die zich onbaatzuchtig hebben ingezet voor de fundamentele rechten van werknemers: fatsoenlijke arbeidsomstandigheden, fatsoenlijk loon, fatsoenlijke werktijden, zekerheid van werk. Een dag waarop wij dus terugkijken. Terugkijken naar ongeveer 125 jaar sociale verworvenheden. Voor mij is het ook een dag van vooruitkijken. Naar de dag van morgen.

Toespraak Diederik Samsom (pdf) – 1 mei viering Tilburg

Beste mensen,
Het is vandaag een bijzondere dag voor de Partij van de Arbeid. 1 mei, de Dag van de Arbeid, of zoals ze in Belgie mooi zeggen: het Feest van de Arbeid. Het is me een bijzonder groot genoegen om juist hier – in de oude NS Werkplaats, in de oude wagen- en zadelmakerij – onze 1 mei viering te houden. Want zoals Ton Wagemakers net al opmerkte: hier ligt de bakermat van de roemruchte Tilburgse sociaaldemocratie.

Vrienden,
Vandaag staan we stil bij het feit dat op 4 mei 1886 in Chicago een vreedzame demonstratie voor een 8-urige werkdag bloederig werd opgeschud door een bomaanslag, waarbij vele demonstranten het leven lieten.

Een dag waarop wij mensen als Hendrik Horsman, Bart van Pelt en al die anderen eren die zich onbaatzuchtig hebben ingezet voor de fundamentele rechten van werknemers: fatsoenlijke arbeidsomstandigheden, fatsoenlijk loon, fatsoenlijke werktijden, zekerheid van werk.

Een dag waarop wij dus terugkijken. Terugkijken naar ongeveer 125 jaar sociale verworvenheden. Voor mij is het ook een dag van vooruitkijken. Naar de dag van morgen. Daarover straks meer.

Maar eerst nog even vandaag. Vandaag zijn door Jetta Klijnsma en haar kwartiermakers de contouren van de nieuwe vakbond gepresenteerd. Het is goed dat de vakbeweging een herstart maakt. De vernieuwing is nodig omdat de vakbeweging, zeker in deze roerige economische tijd, voor nieuwe uitdagingen staat. De snel oprukkende flexibiliteit op de arbeidsmarkt stelt andere eisen aan de strijd voor betere arbeidsvoorwaarden. De discussie over pensioen leek beslecht maar laait opnieuw op. De oprukkende internationalisering van het bedrijfsleven vereist een internationaal antwoord. Dat vraagt om een vakbeweging die anders is georganiseerd, meer werknemers betrekt bij haar werk en zowel op werkvloer als aan de onderhandelingstafel zo sterk mogelijk vertegenwoordigd is. De contouren van de kwartiermakers bieden hiervoor een prima basis. De PvdA wenst de werknemersorganisaties dan ook heel veel succes met deze nieuwe start.

Beste aanwezigen,
De strijd voor fatsoenlijke arbeidsomstandigheden als een achturige werkdag stond niet op zichzelf aan het einde van de 19e en het begin van de 20e eeuw. Ook de roep om andere basale behoeften – goed onderwijs, een fatsoenlijke en betaalbare woning, elementaire sociale voorzieningen – werd  op het ‘breukvlak van twee eeuwen’ steeds luider.

De wereld was in beweging. Met de komst van de auto, de telefoon, de radio, en eerder de opkomst van staal en stoom, en een steeds kleiner wordende wereld, leek het vooruitgangsdenken ongelimiteerd. De trein van vooruitgang denderde voort en wie bij machte was om in één van de wagons te springen, zat gebakken.
Maar de spiegel van deze vooruitgang werd ook steeds duidelijker: kinderarbeid, slechte arbeidsomstandigheden, verkrotting, verpaupering en het ontbreken van fatsoenlijk onderwijs voor de minder bedeelden sprongen des te meer in het oog toen het een bepaald deel van de bevolking juist veel beter ging.

Het is dan ook geen wonder dat arbeiders in actie kwamen. En het is evenmin een wonder dat de basis van veel van onze meest elementaire voorzieningen, de woningwet, de kinderwet van Van Houten, de Ziektewet, de onderwijswet en de achturige werkdag, rond het breukvlak van twee eeuwen is gelegd.

Na het woeste kapitalisme realiseerde men zich dat een samenleving niet kan functioneren zonder een goede collectieve basis:  goed onderwijs, fatsoenlijke arbeidsomstandigheden, een goede woning. Die voorzieningen vormen immers de sporten van de maatschappelijke ladder waarlangs mensen omhoog klimmen. Die voorzieningen vormen daarmee de verheffende en verbindende kracht van de samenleving. De ladder slaat ook een brug, tussen groepen in een steeds diversere samenleving.

We zijn meer dan een eeuw verder. En weer vraagt de basis onze volle aandacht

Juist in deze tijd waarin de de economie door een achtbaan gaat, arbeid met de dag internationaler wordt en flitskapitaal met de snelheid van het licht de wereld bestrijkt is de noodzaak voor een sterke basis groter dan ooit.

Vraag Nederlanders waar hun onbehagen vandaan komt, waar hun verweesde gevoel op gebaseerd is. En het antwoord verwijst naar de basis. De onveiligheid van hun straat, de school van hun kinderen, opgegaan in een conglomeraat van 60 scholen, en de onzekerheid van hun baan, nu het bedrijf is overgenomen door een Amerikaanse investeerder. Teveel mensen hebben het gevoel de grip op hun leven kwijt te raken. Dat vreet aan een samenleving.

De politiek van vandaag, en dat geldt met name voor de PvdA, heeft als opdracht die basis te versterken, de eerste sporten van de maatschappelijke ladder. En die opdracht is voor ons des te belangrijker in een tijd waarin het hele politieke debat lijkt te draaien om het op orde brengen van de staatskas.

Ja, het is noodzakelijk de staatskas op orde te brengen. En daar hebben wij ook onze plannen voor gepresenteerd. Plannen waarin het overheidstekort structureel wordt teruggebracht. Plannen die voldoen aan de begrotingsafspraak in Brussel. Niet alleen het deel voor de komma, 3%, maar de héle afspraak, namelijk dat het in omstandigheden als een recessie verstandig is om een jaar langer te nemen voor dat herstel. Gelukkig lijkt Brussel zich opeens ook te realiseren dat dat verstandiger is.

Maar belangrijker dan de financiële route uit de crisis, is de maatschappelijke route; welke keuzes liggen er onder dat financiële herstel. Die gaan niet over geld. Die gaan over het behoud van werk, over zorg dichtbij huis, over het best denkbare onderwijs en over een duurzame economie. Die keuzes maakten we en presenteerden we drie weken geleden in het document Keuzes voor de toekomst.

De afgelopen weken lichtte ik op diverse bijeenkomsten er telkens een paar onderwerpen uit. Dat doe ik vandaag ook. En op de dag van de arbeid kan dat natuurlijk geen ander onderwerp zijn dan werk, fatsoenlijk werk. Daar waar het op de 4e mei in Chicago allemaal om draaide.

De parallel tussen vandaag en zo’n 125 jaar geleden dringt zich op. Weer dreigt een versnelde tweedeling. Ook, of beter juist, op de arbeidsmarkt. Daar drijft een groeiend leger van flexwerkers in steeds onzekerder constructies als 0-urencontracten, payroll-overeenkomsten of gedwongen zzp-schap, steeds verder weg van de kern van vaste werknemers in bedrijven.

In honderdduizenden gezinnen schuift er ‘s avonds iemand aan tafel aan die niet weet of ie volgende week nog werk heeft. Dat vreet aan die gezinnen, dat vreet aan de gehele samenleving.

Waarom leggen we ons eigenlijk neer bij die veramerikanisering van de arbeidsmarkt, terwijl
ervaring en onderzoek uitwijst dat een samenleving met duurzame relaties tussen
werkgevers en werknemers beter werkt? Ik niet.

Ook de zorgwerkers – mensen uit de thuiszorg of werkzaam in verzorgingstehuizen – die ik vorige week op het Plein in Den Haag mocht toespreken, doen dat niet. Zij strijden momenteel voor een goede CAO. Een fatsoenlijk loon, minder werkdruk, minder onzekerheid door de vele nul-uren contracten, maar bovenal: meer waardering voor het onmisbare werk dat ze doen.

Of neem de schoonmakers. Zij sloten na weken van actievoeren twee weken geleden hun verbeterde CAO af. Met een beter salaris, betere opleidingen en meer zekerheid voor uitzendkrachten.

Het kan dus wel, die fatsoenlijke arbeidsvoorwaarden. Maar het is mij een doorn in het oog dat er weken van acties aan vooraf moeten gaan, voordat hele elementaire arbeidsvoorwaarden in een CAO geregeld konden worden.

Beste mensen,

We willen dus een einde maken aan de oprukkende hyperflexibiliteit.  Door de positie van flexibele arbeid te verstevigen. Minimumtarieven voor zzp’ers in bepaalde sectoren, meer WW-recht bij kortdurende contracten en een einde aan de praktijk dat je jarenlang hetzelfde werk mag doen op een uitzendcontract.
Flexibele arbeid moet weer worden waar het voor was bedoeld. Voor de werknemer een opstapje naar vast werk en voor een werkgever de mogelijkheid om flexibel mee te ademen met de economie. Geen goedkoop alternatief voor vaste arbeidscontracten. Geen gedwongen onzekerheid voor mensen die onvrijwillig van tijdelijk naar tijdelijk contract hoppen.

Maar als we de verschillen tussen flexibele arbeid en vaste contracten echt willen overbruggen, moeten we ook aan de vaste kant iets doen. En dus willen we het stelsel mobieler maken: alles op alles zetten om mensen zo snel mogelijk van baan naar baan te helpen. Daarom hervormen wij de WW door de werkgevers verantwoordelijk te maken voor de eerste 6 maanden WW-betaling en zetten we de ontslagvergoeding in voor baan-naar-baan begeleiding.

Onze keuzes zetten traditionele waarden als ‘fatsoenlijk en zeker werk’ in een nieuwe tijd. We repareren de basis en herstellen zo de weggeslagen verbinding tussen zekerheid en verandering op de arbeidsmarkt.

Met deze keuzes staan wij fier in de sociaal-democratische traditie. Een traditie van strijd voor rechtvaardigheid, voor goed werk en eerlijke arbeidsomstandigheden. Een strijd gevoerd vanuit idealen en een scherp oog op de realiteit.

Partijgenoten,
Die strijd voerde de fractie ook in de afgelopen week bij het opzetten van een nieuwe begroting tussen de partijen in de Kamer. Maar dat bleek al snel vruchteloos. 5 partijen met 77 zetels besloten rechtsaf te slaan met een akkoord dat obsessief gericht blijft op zoveel mogelijk bezuinigen in zo weinig mogelijk tijd, dat uitgaat van meer markt, en meer flexibiliteit. De heilige 3% moest gehaald.

Ja, er staan ook goede dingen in het Kunduz-akkoord. De bezuinigingen op het Passend Onderwijs, de griffierechten, de PGB’s en op natuur worden teruggedraaid. En terecht. De PvdA zal dit binnen en buiten de Kamer van harte steunen.

Maar dat kan niet verbloemen dat het akkoord uiteindelijk kiest voor een eenzijdige benadering. Die van het gedoogakkoord, waar wij zo fel tegen streden.
Omdat dat gedoogakkoord de bruggen wegsloeg uit de samenleving. Tussen hoog en laagopgeleide, tussen goedverdieners en de gewone inkomens en tussen allochtonen en autochtonen.

Die laatste brug kan met het verdwijnen van Wilders worden hersteld. Wij delen die opluchting en zullen van harte met iedereen medewerken aan herstel van dat gat, dat zulke diepe wonden sloeg in de samenleving.

Maar de andere verbindingen zijn in een samenleving minstens zo belangrijk. Tussen de academicus en de vmbo’er, tussen de consultant die een ton verdient en de cassiere op minimumloon. Allen maken onderdeel uit van één samenleving maar hebben heel andere verwachtingen van de toekomst. Juist in onzekere tijden moet de politiek de brug slaan tussen hen. Een brug dus tussen het verlangen naar zekerheid en de noodzaak tot verandering. Wie doorslaat naar een van beide, bedient wellicht bepaalde groepen in de samenleving, maar bewijst de samenleving als geheel geen dienst.

Het vorige week gesloten akkoord slaat politieke bruggen, compliment daarvoor, maar geen maatschappelijke bruggen. En daar ging het ook om. 

Een akkoord dat de mensen in de frontlinie van onze publieke voorzieningen – de leraar, de politieagent, de brandweerman, de vuilnisman– er opnieuw twee jaar geen cent bij geeft, terwijl we juist deze mensen beter zouden moeten betalen; zo’n akkoord slaat geen brug.

Een akkoord dat de dagelijkse boodschappen voor iedereen duurder maakt, maar van de hoogste inkomens en vermogens nauwelijks een extra bijdrage vraagt; zo’n akkoord slaat geen brug.

En een akkoord dat onder de valse noemer van ‘hervormen’ het zorgvuldig gesloten Pensioenakkoord opblaast, waardoor voor oudere werknemers de de onzekerheid wordt vergroot en de kansen op een nieuwe baan op latere leeftijd drastisch worden verkleind; zo’n akkoord slaat geen brug.

Na het Kunduz-akkoord is een politieman met een gezin in een huurwoning meer dan 100 euro per maand slechter af, terwijl de consultant met een salaris van 150.000 euro vrijwel ongeschonden door de komende jaren komt.

Na het Kunduz-akkoord blijft de zorg voor mensen met een laag IQ uit.

Na het Kunduz-akkoord blijft de marktwerking in de zorg onverminderd oprukken.

Zo’n akkoord kunnen wij simpelweg niet steunen.

Maar onze strijd eindigt hier niet. Onze strijd gaat door. De komende maanden in de Kamer. Het akkoord is immers nog niet af, het is nog niet uitgewerkt, nog niet doorgerekend. Overal waar wij dus bruggen kunnen herstellen zullen we dat doen. En we rekenen daarbij op de partij die van de nieuwe coalitie het dichtst bij ons staan: GroenLinks en ik heb ook het CDA, hoeders van de overlegeconomie, nog lang niet vaarwel gezegd.

Er komen dus genoeg kansen. Met als belangrijkste 12 september. Dan krijgt Nederland de ultieme kans op een nieuwe start.

Na 2 jaar rechtsaf geslagen te zijn met Rutte, eerst gedoogd door Wilders, daarna door Kunduz kan Nederland na 12 september een andere richting inslaan.

Van een land waarin het steeds meer ieder voor zich is, naar een land waarin we elkaar samen sterker maken.

Van een land waarin hyperflexibele arbeid oprukt, naar een land waarin een goede baan, met goed loon en bijbehorende zekerheid weer de norm wordt.

Van een land met stijgende inkomensverschillen en groeiende armoede, naar een land waar we van de sterkste schouders de zwaarste lasten vragen en zorgen dat niemand aan zijn lot wordt overgelaten.

Van een land van groeiende onzekerheden en onbehagen, naar een land van optimisme en vertrouwen.

Dat is het land waar we voor strijden. In de Kamer, buiten de Kamer. Voor verkiezingen, na verkiezingen. Als de wind in de rug blaast, en als het tegenzit. Door samen te werken met anderen als dat mogelijk is. Door een streep in het zand te trekken als dat moet.

Met onze ideeën en idealen in de hand wil ik samen met u zaal voor zaal, deur voor deur, cafe voor cafe zoveel mogelijk mensen overtuigen dat ze samen met ons Nederland een nieuwe start kunnen bezorgen.

Dank u wel.

Delen: