Toespraak Bert Koenders bij het grote Midden-Oosten debat

Toespraak Bert Koenders bij het grote Midden-Oosten debat

Foto Flickr / Stefano

Door Bert Koenders op 28 maart 2015 Delen  

Na 20 jaar onderhandelingen zonder vrede is het tijd dat de EU haar verantwoordelijkheden neemt. Ik heb dan ook de Hoge Vertegenwoordiger gevraagd met een plan te komen hoe hier invulling aan te geven. De erkenning van Palestina zal daar een onderdeel van moeten zijn. We hebben er voor gezorgd dat erkenning niet meer wordt gezien als sluitstuk van een onderhandelingsproces, maar een instrument is dat kan worden ingezet wanneer het effectief, reëel en opportuun is in het vredesproces. Een nieuw elan is nodig om in een radicaal veranderd Midden- Oosten tot een oplossing te komen. De EU, de VS, maar ook de Arabische landen hebben daarbij een cruciale rol te spelen.

Dat zei ik zaterdag in mijn toespraak op het grote Midden-Oosten debat in de Nieuwe Buitensociëteit in Zwolle.

Hieronder de volledige toespraak:

Van hoop naar vrees en weer terug naar hoop: onze veranderde en veranderende blik op het Midden-Oosten

Twee weken geleden was ik in de Schilderswijk en sprak daar met een aantal jongeren van verschillende afkomst – Turks, Marokkaans, Surinaams, Nederlands – niet-religieus en religieus, moslim, christen en hindoe, over wat zij vonden van ontwikkelingen in de wereld. Ik deed dat als onderdeel van een permanente campagne die ik de komende tijd in Nederland wil voeren, om intern en extern beleid met elkaar te verbinden.

Die gesprekken in de Schilderswijk waren een tijdige reality check. Wij denken bij buitenlands beleid teveel aan internationale conferentiecentra, aan gesprekken op ministeries en in kanselarijen. Te weinig vragen we ons af hoe dat buitenlands beleid ervaren wordt door mensen die dat soort gebouwen nooit van binnen zullen zien. Maar daar waar zij wel zijn – in de koffie- en de buurthuizen van de Schilderswijk – is die buitenwereld waar wij over praten, wel degelijk een integraal onderdeel van de eigen belevingswereld.

Een reality check dus in eigen land en belangrijk voor een minister van Buitenlandse Zaken. Want het bleek dat voor hen het buitenlands beleid zich in het luchtledige voltrekt. Dat geldt voor ons beleid aangaande Oost-Europa – we moeten niet vergeten dat in de Schilderswijk ook steeds meer mensen van Poolse, Bulgaarse en Roemeense herkomst wonen. En dat geldt zeker voor de regio waarmee we deze wijk – gewild of ongewild –het sterkst associëren: het Midden-Oosten en Noord-Afrika.

Dat er een verbinding bestaat tussen buitenlandse en binnenlandse ontwikkelingen maakten deze jongeren mij haarfijn duidelijk. Ze lieten merken genoeg te hebben van de constante negatieve beeldvorming in media en politiek over radicalisering in de wijk. Ze wilden dat er ook aandacht is voor de positieve ontwikkelingen. Denk aan initiatieven gericht op buurtpreventie, denk aan de diversiteit van opvattingen die er bestaan in de wijk, denk aan vredesinitiatieven.

We moeten ons er constant van bewust zijn wat de impact is van ons beleid in het Midden-Oosten op onze eigen bevolking (in al zijn diversiteit). Wat daar gebeurt, komt hier terug. Dat is niet exclusief voorbehouden aan het Midden-Oosten. Het is een algemene trend in de buitenlandse politiek. De oorlog in Oekraïne heeft ook als een mokerslag gewerkt in onze samenleving.

En iedereen ziet de beelden van de bootvluchtelingen op de Middellandse Zee, dat heeft ook zijn weerslag op de stemming in de huiskamers. Het leidt tot heftige debatten en voorstellen over vluchtelingenpolitiek, migratie- en integratiebeleid. Ik zal daar zo meteen nog iets over zeggen.

Maar één feit is onmiskenbaar: het Midden-Oosten heeft een speciale plek in ons buitenlands beleid en in onze binnenlandse politieke opinievorming. Meer dan ooit!

De nuance gaat daarbij nogal eens verloren. Het is polarisatie troef: je bent voor of tegen de ene partij of de andere, voor of tegen sancties, voor of tegen engagement of solidariteit. Een land is goed of fout, je mag er wel of niet heen. Ik ben daarom blij dat deze bijeenkomst is georganiseerd. En ik ben blij dat hier niet alleen PvdA’ers zijn uitgenodigd, maar mensen van alle gezindten. Juist omdat het Midden-Oosten zo’n weerslag heeft op onze nationale verhoudingen en op de stemming tussen verschillende bevolkingsgroepen, is het goed in brede kring erover te debatteren, na te denken en hopelijk tot meer gelijkgestemdheid te komen. We zitten nu- leuk of niet in één schuitje. Meer dan ooit zijn we één wereld, het cliché van de global village is werkelijkheid geworden.

Ik gebruik met opzet het woord gelijkgestemdheid. Ik maak me geen illusie over de mate waarin we altijd unanimiteit zullen bereiken.

De verdeeldheid van de meningen is soms groot en dat zal altijd wel zo blijven. En dat is niet erg, zolang we gelijkgestemd zijn over de manier waarop we deze kwesties bespreken. Met respect voor elkaars standpunt, met zuivere argumenten, met idealisme maar met realisme en zonder enige naïviteit . Zonder haat of naijver, en zeker zonder geweld. En op basis van onze principes:

Bescherming en veiligheid van de bevolking
Respect voor mensenrechten en het internationaal recht. Dat is en blijft hoeksteen van het Nederlands buitenlands beleid
Vrijheid van meningsuiting, van religie en van religiekritiek.
Geen greintje ruimte voor extremisme en geweld

Transformatie en trends – roze en zwarte brillen

Herinnert u zich nog hoe het Midden-Oosten er vier jaar geleden uitzag? Beter nog, weet u nog hoe u vier jaar geleden naar het Midden-Oosten keek?

Een groot deel van de wereld keek nog door een roze bril naar het Midden-Oosten: de Tunesische president Ben Ali was na vierentwintig jaar heerschappij verdreven door zijn volk. President Moebarak van Egypte werd na dertig jaar aan de macht te zijn geweest verdreven door demonstraties. De Libische dictator Qadhafi was al tweeënveertig jaar aan de macht, maar naderde zijn einde. Want exact vier jaar geleden, op 28 maart 2011, konden de media berichten dat het VK en Frankrijk Qadhafi opriepen te vertrekken, “voordat het te laat was”. Ik was in die tijd veel in Egypte, in de Palestijnse Gebieden, in Noord-Afrika, ik heb het gezien.

De Amerikaanse president hield op dezelfde dag een toespraak waarin hij zijn visie ontvouwde, wat later bekend werd als de “Obama doctrine”. Ik citeer: “Het is waar dat Amerika zijn leger niet overal kan inzetten waar onderdrukking voorkomt. En gezien de kosten en risico’s van interventie, moeten we altijd onze belangen afwegen tegen de noodzaak van actie. Maar dat kan geen argument zijn voor nooit optreden ten behoeve van hetgeen juist is.” Einde citaat.

Die “Obama doctrine”, en zeker de verwijdering van Qadhafi met Westerse militaire steun, werpt ook zijn schaduw over de conflicten van vandaag de dag. De blik op het Midden-Oosten is vandaag de dag somber. De roze bril heeft plaatsgemaakt voor een gitzwarte zonnebril – zo eentje waarmee Qadhafi zich raad wist- , een bril van depressie maar ook een die onze schaamte verbergt.

Ikzelf werkte in die jaren voor de VN, en tot voor kort gaf ik leiding aan de VN-vredesmissies in Ivoorkust en Mali. De situatie in het Midden-Oosten is voor mij heel herkenbaar vanuit die ervaring: ook in West-Afrika zag je hybride oorlogsvoering, waarbij strijdende partijen conventionele tactieken, guerrillamethodes en reguliere criminaliteit met elkaar vermengden.

Ook in Mali en Ivoorkust ging het om gemarginaliseerde groepen en was een gebrek aan inclusieve regeringen, waren er regeringen die zware machtspolitieke middelen inzetten om de toestand meester te blijven. Het heeft me in ieder geval één ding geleerd – diplomatie bedrijven om vrede maken, dat doe je zonder naïviteit, zonder roze bril. Maar het is wel broodnodig en kan een verschil maken.

Ik heb daar meegemaakt hoe een land als Ivoorkust – dat in de kern bedreigd is door radicalisme, wanbestuur, corruptie en armoede – dankzij de innerlijke kracht van zijn bevolking en geholpen door een doortastende internationale gemeenschap zich kan oprichten, hoe gebrekkig ook, en dat een actief gericht buitenlands beleid wel degelijk zin heeft.

Het zicht op de trends in het Midden-Oosten wordt ook weggenomen door iets anders dan een zwarte bril: je krijgt een overrompelende indruk van immens menselijk lijden, zo groot dat je niet meer weet waar te beginnen. We zien vervaging van grenzen, niet alleen in fysiek, maar vooral ook moreel opzicht, we weten van de onvoorstelbare mensenrechtenschendingen. We zien de gigantische vluchtelingenstromen als gevolg daarvan. Ik heb met vluchtelingen gesproken in Turkije en hun verhalen hoef ik hier niet te herhalen. Vluchtelingenstromen komen vooral- ik zeg het vandaag nogmaals eens- uit dictaturen, zoals Syrië en Eritrea.

Wat ik wel wil zeggen is dat de aanpak van het vluchtelingenvraagstuk een van de grootste uitdagingen is, waar de wereld nu voor staat. Nog nooit sinds de Tweede Wereldoorlog zijn er zoveel vluchtelingen geweest. De overgrote meerderheid wordt opgevangen in de regio. De crisis in Syriëalleen al heeft geleid tot meer dan vier miljoen vluchtelingen en ontheemden. Daar zijn geen simpele oplossingen voor.

De overgrote meerderheid daarvan vangt de regio zelf op, iets waarvoor de buurlanden meer credits verdienen dan ze nu krijgen. Ook daarom moeten we meewerken aan verdere oplossing van dit vraagstuk. Een geïgeïntegreerde benadering staat voorop, waarbij je ook de criminele circuits moet aanpakken.
Waarbij ministers van BZ en van V&J in Europees verband gezamenlijk over de problematiek spreken en besluiten nemen. Dat moet hand in hand gaan met humaniteit, waarbij de hulp zich niet alleen op vluchtelingen maar ook op de gastgemeenschappen moet richten. De menselijke tragedies op de Middellandse Zee zijn een schandvlek van ons allemaal.

Twee grote trends, en hun onderliggende tendensen

Dit afschuwelijke schouwspel laat zich nader duiden door twee grote trends die de regio beheersen. Een interne trend en een externe trend – die op hun beurt weer nader toe te spitsen zijn:

De interne trend is de afwezigheid van inclusieve regeringen – regeringen die zich baseren op de pluriformiteit van hun samenlevingen en daar iets voor willen betekenen.
De externe trend is de nefaste invloed van regionale machtsverhoudingen waar het spel om de macht de boventoon voert.

Allereerst intern: politiek en maatschappij in het Midden-Oosten en Noord-Afrika zijn steeds sterker gepolariseerd en gefragmenteerd. Volken zijn intern verdeeld over hun identiteit en dus over de koers van hun verschillende landen. Autoritaire regimes die de mensenrechten schenden, worden afgewisseld met fragiele staten die op geen enkele manier hun bevolking kunnen beschermen. Die “identiteitscrisis” – want dat is het – wordt verscherpt door drie zorgwekkende tendensen, te weten:

1. De toenemende polarisatie tussen islamisten en niet-islamisten (soms seculieren genoemd)

Zeker sinds begin 20ste eeuw bestaat er spanning tussen diegenen die religie een dominante, bepalende plaats willen geven in het publieke domein, bijv. in de grondwet, en diegenen die dit willen beperken tot elementen van het publieke bestel, cultuur en samenleving.

Het brandpunt van die strijd ligt nu in Egypte en omringende landen. In Egypte zagen we het stuivertje wisselen tussen anti-Islamisten en Islamisten: van Mubarak via Morsi naar Sisi. Tunesië – het enige land waar de Arabische lente aan de zomer vooraf lijkt te gaan – is een van de weinige landen waar islamisten en seculieren aan één tafel kunnen zitten.

2. De toenemende sektarische polarisatie tussen Soenni en Shi’a

Helaas kijken steeds meer mensen in het Midden-Oosten (en ook daarbuiten) door een sektarische bril naar ontwikkelingen in hun land en in de regio. Daarbij worden sji’ieten massaal weggezet als “handlangers” van Iran en omgekeerd soennieten als aanhangers van ISIS en Al Qa’ida. In die verknipte visie wordt achter alle negatieve ontwikkelingen de hand van Saoedi-Arabië of juist van Iran gezien.
Jemen lijkt nu gevangen te zijn in een negatieve spiraal van interne machtsstrijd en externe bemoeienis van elkaar beconcurrerende regionale machten. Het conflict wordt ten onrechte “geframed” als Soenni versus Shi’a. De Houthi’s zijn weliswaar sji’iet, maar van een andere denominatie dan Iran en zeker geen marionet van Teheran, hoewel ze wel zo worden neergezet door sommige landen. De militaire actie vanaf afgelopen woensdag van een groot aantal Arabische landen tegen de Houthi opmars kan ernstige onvoorziene gevolgen hebben.

“Framing” kan ook een eigen leven gaan leiden, burgers kunnen zich niet anders dan zich identificeren met de ene of de andere groep, op straffe van onveiligheid en onderdrukking. De identiteitspolitiek krijgt een steeds ziekere en meer xenofobe strekking.

En 3. de opkomst van Jihadi Salafi’s

Jihadisme werkt feitelijk als een multiplier van deze eerste twee tendensen. Ten eerste beschouwt ISIS sji’ieten als ketters en daarmee als een legitiem doelwit. ISIS speelt zo in op de marginalisatie die veel Soenni Arabieren hebben doorgemaakt in Irak en Syrië. Dat versterkt de sektarische polarisatie verder. Ten tweede gooien anti-islamisten alle islamisten op één hoop en bestempelen hen allemaal tot terroristen.

De regio, proxies en Sykes-Picot

Nu de externe kant: de externe trend wakkert de fragmentatie van landen verder aan. Het Midden-Oosten is sinds het einde van de Eerste Wereldoorlog nooit vrij geweest van externe dominantie. Waren het eerst het VK en Frankrijk en later de VS en Rusland die het machtsspel bepaalden, nu zien we vooral de verhoudingen in de regio vooral gedomineerd worden door krachtmetingen tussen Iran, Turkije en de Golfstaten. Dat zijn heel langzame verschuivingen. Je kunt zeggen: tektonisch, want ze hebben evengoed politieke aardbevingen tot gevolg. De regimes in die landen steunen groepen in Syrië, Irak, Libië en Jemen – financieel en met wapens – waarvan ze denken dat ze hun eigen belangen bevorderen. Door het gebruik van dit soort “proxies” zijn binnenlandse conflicten geïnternationaliseerd.

Dus dezelfde polarisatie binnen landen manifesteert zich op regionaal niveau. Regimes bevechten elkaar in derde landen en escaleren bestaande conflicten in een infernale “zero sum game”. De natuurlijke rem op deze beweging zou de VN moeten zijn. Maar helaas zien we dat de VN Veiligheidsraad geblokkeerd is, om een veelheid van redenen, zodat de wereldgemeenschap onmachtig is om effectief op te treden.

Er is vaak gezegd dat ISIS het einde betekent van “Sykes-Picot”, de overeenkomst tussen Frankrijk en het VK uit 1916 over de verdeling van het Ottomaanse Rijk. Die historische verwijzing klopt eigenlijk niet want de huidige grenzen van het Midden-Oosten zijn vooral getrokken in de Conferenties van San Remo en Sèvres in 1920 en Lausanne in 1922. Hoe het ook zij: “Sykes-Picot” is als begrip blijven voortleven, als een soort stenografische term voor de hoogmoed waarmee de externe mogendheden de staatkundige ontwikkelingen in de regio wilden bepalen. Het “einde van Sykes-Picot” zou inhouden dat de nationale grenzen in het Midden-Oosten zoals destijds vastgelegd, nu zouden worden weggegumd en opnieuw getekend, een betere of meer stabiele orde ten gevolge hebbend.

Naar mijn gevoel is hier de wens de vader van de gedachte, de wens van sommigen althans. Vast staat dat de politieke fragmentatie van landen die ik zoeven noemde op veel plaatsen hand in hand gaat de geografische fragmentatie van (wat we dus noemen) “Sykes-Picot”. Tegelijkertijd willen de mogendheden van vandaag juist vasthouden aan die grenzen, dan wel op hun eigen manier herinterpreteren.

De crises die we tegenwoordig zien in Syrië en Irak, in Jemen en Libë zijn niet op te lossen door het opleggen van nieuwe grenzen tussen de verschillende groepen, of door het gedwongen samenvoegen van voorheen gescheiden gebieden. Daarvoor zijn de bevolkingen te gemengd, en hun belangen te uiteenlopend.

Een politieke en geïntegreerde aanpak

Wat kan en moet er wel gebeuren? Ik zie de volgende aspecten:

Een politieke strategie is noodzakelijk. Militaire oplossingen zijn zinloos, dat weten we uit de geschiedenis van de Westerse interventies in Irak. Praten is noodzakelijk, diplomatie is niet naïef.
Die strategie moet geïntegreerd zijn – wat wij de 3D-benadering noemen, waarbij diplomatie, defensie en ontwikkeling elkaar aanvullen en versterken. Heel concreet, heel operationeel. Mensenrechten zijn en blijven daarbij een belangrijk onderdeel van buitenlands beleid. We kunnen niet met dubbele standaarden werken.

En het westen en Europa hebben daar in eerste en enige instantie een katalyserende rol te spelen. Het is niet aan ons te bepalen in welke richting de regio zich ontwikkelen moet. Arrogantie van het westen is niet alleen ongepast, het is volstrekt zinloos.

Voorop staat de algemene noodzaak om gemeenschappelijk op te treden, in EU-kader of – zoals in Irak – via de internationale coalitie. Maar die noodzaak om in internationaal verband te handelen, ontslaat ons niet van de plicht tot eigen activisme. Dat blijkt uit onze daden en ons optreden in internationale contacten.

Mijn eigen activisme laat zich niet alleen illustreren door reizen naar de regio, onlangs nog naar Marokko en Algerije. Niet voor niets maakte ik direct na mijn aantreden prioriteit van een reis naar Bagdad, waar ik – samen met HV Mogherini – een aantal harde maar zeer nodige boodschappen heb afgegeven.

Ik zoek de contacten met mensenrechtenverdedigers op, onlangs nog met mensenrechtenverdedigers uit Syrië en Bahrein. Als het kan ter plaatse, anders per videolink, onlangs nog met dappere mensen in Homs; dat soort contacten stemmen nederig en vervullen je met diep respect. Die contacten helpen te zoeken– tegen alle tendensen in – naar gemeenschappelijke belangen, humanitaire prioriteiten.

En er zijn andere praktische voorbeelden die ons activisme onderstrepen:

In Irak zijn we krachtig pleitbezorger van het beginsel van inclusiviteit als voorwaarde. Om die reden heb ik onze diplomatieke presentie in zowel Bagdad als Erbil verdubbeld. Dat wordt gezien en gewaardeerd door de Iraki en helpt ons om de betrekkingen op alle fronten te verbreden en te verdiepen. Maar het stelt ons ook in staat steviger gesprekken te voeren. Omdat we ondanks onze uitgebreide presentie een relatief kleine speler blijven, moeten we slim zijn in onze interventies en onze krachten te bundelen met andere spelers. Concreet doen we dat bijvoorbeeld door samen met de VN te werken aan hervorming van wetgeving, die de in Irak zo broodnodige verzoening dichterbij kan brengen.
We zijn deelnemer aan de Counter Messaging werkgroep, die zich richt op het creëren van een gezamenlijk tegengeluid en op het versterken van de stem van burgers en activisten in het ISIS-gebied die ISIS proberen te ontmaskeren.
En we werken mee aan de ontmijning in gebieden die heroverd zijn op ISIS, zodat de bevolking terug kan keren.

Syrië 

De keiharde realiteit van het leven in Syrisch oorlogsgebied kwam – rauw en ongepolijst – bij mij binnen, tijdens een (video)gesprek met activisten die zich ophielden in de belegerde oude stad van Homs. Ik ben ervan overtuigd dat we ons solidair moeten verklaren met deze moedige mensen en waar we maar kunnen een oplossing moeten helpen dichterbij brengen.

In Syrië weten we ons goed vertegenwoordigd met de Nederlandse Speciaal Gezant voor Syrië, Koos van Dam die goede contacten heeft met VN-gezant De Mistura, om openingen op het politieke spoor te verkennen. Ik laat Van Dam politieke processen ondersteunen die lopen via een zogenoemde “Track II”- dialoog. Daarmee bereiken we toenadering tussen groepen Syriërs die niet tot de formele autoriteiten of oppositie behoren, maar die wel een belangrijke rol in het maatschappelijk bestel van Syrië spelen.
Ik steun de gematigde en ongewapende oppositie om vrije media en evenwichtige berichtgeving te bevorderen

Via Clingendael organiseren we onderhandelings- en diplomatieke training aan de formele Syrische Oppositie.
We zijn donor en gastland voor het Syria Justice and Accountability Centre (SJAC) dat mensenrechtenschendingen onderzoekt en documenteert. En we helpen diverse organisaties die op dit terrein actief zijn zich verder te professionaliseren.
We steunen het Access to Justice and Community Security Project (AJACS), gericht op het tegengaan van extremisme en vergroten van stabiliteit door rechtszekerheid (Rule of Law) in de door de gematigde oppositie beheerste gebieden

In Libië 

Is het een Nederlands initiatief dat moet leiden tot de opstelling door de EU van een alomvattende strategie waarin de verschillende opties als een coherent geheel benaderd zullen worden: sancties, hulp, maar ook veiligheidspolitieke opties om een toekomstige eenheidsregering te steunen. Op die manier zorgen we ervoor dat de EU inzet logisch aansluit bij het overkoepelende doel:terugbrengen van veiligheid en het instellen van een eenheidsregering die stabiliteit kan brengen aan dit land.

Ik heb t.a.v. Libië ervoor gepleit dat de EU deze crisis breder benadert dan alleen als een veiligheids- of migratieprobleem. De instabiliteit in Libië als gevolg van gebrek aan staatsgezag is ten slotte de oorzaak van al de problemen waar Libië mee kampt en die onze veiligheid raken: terrorisme, oncontroleerbare migratiestromen en proliferatie van smokkel.

En laten we niet vergeten dat we een grote humanitaire donor zijn. Via ondersteuning van UNHCR en UNRWA, maar ook met unieke projecten zoals de verscheping van zogenaamde “weesfietsen” uit Amsterdam naar Jordanië. Daar worden ze opgeknapt en aan Jordaanse vluchtelingenkampen gegeven. Klein, niet structureel, maar zo belangrijk voor de mensen waarom het gaat.

We moeten eerlijk zijn. Er zijn verschillende dilemma’s waarmee de internationale gemeenschap wordt geconfronteerd, zoals: Hoe om te gaan met Assad? Moet Iran een rol spelen bij een oplossing? Hoe kunnen we het vredesproces tussen Turkije en de PKK beïnvloeden? Daarop bestaan geen pasklare antwoorden.

Het westen worstelt met de vraag hoe te reageren op de escalerende polarisatie en fragmentatie. Eenzijdig militair ingrijpen heeft veelal geen steun van parlement en bevolking, en zal bovendien averechts werken. Niets doen wordt terecht op morele gronden niet geaccepteerd.

Maar tegen iedereen die zegt dat Nederland te afzijdig is, zou ik willen zeggen dat we relatief gezien heel veel doen. Ik heb de voorbeelden genoemd op politiek, diplomatiek en ontwikkelingsgebied. Wat de derde D van de 3D-benadering betreft, die van defensie, geldt dat Nederland, onderdeel is van de internationale coalitie tegen ISIS. De Nederlandse F16’s leveren een substantiële bijdrage aan het terugdringen van ISIS. Daarnaast trainen Nederlandse militairen het Iraakse leger en de Koerdische Peshmerga.

Prioriteit moet nu worden gegeven aan een brede “strategie van de-escalatie”. We moeten de strijd tegen ISIS niet versmallen tot alleen de militaire en contra-terrorisme-middelen, hoe belangrijk ook. Het gaat erom de voedingsbodem te bestrijden, anders steekt ISIS, of een opvolger daarvan, weer ergens anders de kop op.

Een belangrijk onderdeel van die voedingsbodem vormt (het gevoel van) marginalisatie dat breed leeft onder Soenni Arabieren in Syrië en Irak. Dus moeten de regeringen in die landen inclusief worden en moet de onderdrukking, inclusief schending van de mensenrechten van die groepen worden tegen gegaan. Het mag nooit gaan om een keuze tussen of Assad of ISIS.

Tijdens een informeel diner dat ik vorige maand had met een aantal Syrië en Irak-experts hoorde ik veel steun voor het soort activiteiten dat we uitvoeren: decentralisatie van bestuurlijke bevoegdheden in Syrië, focus op de lange termijn leggen, aandacht voor vluchtelingen en anti-radicalisering, aandacht en geld voor onderwijs, praten met niet voor de hand liggende partijen, zoals Syrische vrouwen, kunstenaars, filmmakers en intellectuelen, maar ook bijvoorbeeld stamhoofden en tribale leiders.

Waar we maar kunnen moeten we proberen de kloof te dichten tussen gewone en ongewone Syriërs.

En wat daaruit voortvloeide, bevestigde mij in mijn overtuiging: de oplossing moet een politieke zijn en afkomstig uit de landen zelf. In Irak is er een begin van een politieke strategie en een meer inclusieve regering die de kritische steun van Nederland en de EU verdient. Je ziet in Irak hoopgevende tekenen dat een combinatie van een militaire strategie, een politieke strategie en een gezamenlijk Europees optreden kan werken. Maar we moeten niet te vroeg juichen. Het sektarisme tiert nog welig.

Midden-Oosten Vredesproces (MOVP)

Een onderwerp dat daar steeds nauwer mee verband houdt, is het Midden-Oosten vredesproces. Laten we eerlijk zijn, van een dergelijk proces is op dit moment geen sprake. Dit steekt ons, dit steekt mij. Palestijnen leven al bijna vijftig jaar onder bezetting en een duurzame oplossing laat nog steeds op zich wachten. Dit is niet alleen frustrerend en slecht nieuws voor Palestijnen, maar ook voor Israël en de internationale gemeenschap.

Het uitblijven van een oplossing voedt radicalisme met alle regionale en internationale gevolgen van dien. De internationale gemeenschap krijgt steeds meer kritiek dat het met twee maten meet. Ik merk dit ook in mijn gesprekken, binnen onze eigen maatschappij en in de landen die ik bezoek. Kortom: moedeloos of niet, we zullen prioriteit blijven geven aan het oplossen van het Israëlisch/Palestijnse conflict.

Het tegengeluid dat het MOVP ondergeschikt zou zijn aan andere regionale conflicten, dat verwerp ik. Het tegengeluid dat vanwege deze regionale conflicten, een oplossing van dit conflict op dit moment niet mogelijk is, verwerp ik eveneens. Deze en andere uitspraken van Premier Netanyahu aan de vooravond van de Israëlische verkiezingen waren niet alleen zorgwekkend, zo stelde President Obama terecht. Allemaal verkiezingsretoriek? Prima, dan zien we nu graag daden die die echt bijdragen aan een oplossing van het conflict: stop de nederzettingenbouw, open Gaza, laat economische ontwikkeling toe, maar vooral: ga zo snel mogelijk aan tafel.

Ook de Palestijnen hebben huiswerk. Ook zij moeten aan tafel. Het onderling gebakkelei, de spanning tussen Fatah en Hamas en een onduidelijke strategie zijn zeer zorgelijk. Van Palestijnen mag verwacht worden dat zij daadwerkelijk onderlinge verzoening nastreven.

Het moet mogelijk zijn om ten bate van het creëren van een onderhandelingsklimaat deze internationalisering te temporiseren. Beide partijen moeten laten zien vertrouwen te kunnen wekken. Ik praat daar as week over met mijn Palestijnse collega, Al-Malki, die op bezoek is in Den Haag.

We weten dus wat we van de partijen verwachten. De vraag is: welke rol vervult NL en de EU om ze zo ver te krijgen? Gebruikelijke diplomatieke contacten met beide kanten, zullen worden voortgezet, maar dit is niet genoeg. We gaan daar in de panels over doorspreken.

Na 20 jaar onderhandelingen zonder vrede is het tijd dat de EU haar verantwoordelijkheden neemt. Ik heb dan ook de Hoge Vertegenwoordiger gevraagd met een plan te komen hoe hier invulling aan te geven. De erkenning van Palestina zal daar een onderdeel van moeten zijn. We hebben er voor gezorgd dat erkenning niet meer wordt gezien als sluitstuk van een onderhandelingsproces, maar een instrument is dat kan worden ingezet wanneer het effectief, reëel en opportuun is in het vredesproces. Een nieuw elan is nodig om in een radicaal veranderd Midden- Oosten tot een oplossing te komen. De EU, de VS, maar ook de Arabische landen hebben daarbij een cruciale rol te spelen.

Ik begon met de impact van beeldvorming en de noodzaak om buitenlands beleid te vertalen naar binnenlands beleid en omgekeerd. Daarbij is het essentieel om niet vast te zitten in een tunnelvisie en je te verplaatsen in de positie van andere partijen, hier in Nederland en in het Midden-Oosten, ook als dat ongemakkelijk is.

Alleen door beweegredenen te begrijpen – d.w.z. praten met uiteenlopende groeperingen – wat niet het zelfde is als ermee sympathiseren, kunnen we een bijdrage leveren aan de-escalatie en uiteindelijk aan het oplossen van de polarisatie in die regio.

Ik hoop, en zet me er – in alle bescheidenheid als Nederlands minister – volledig voor in dat we over enige tijd door een minder donkere bril naar het Midden-Oosten kunnen kijken. En dat die jongeren in de Schilderswijk niet steeds weer vragen over radicalisering hoeven te beantwoorden. Omdat we hier in Nederland, iedereen die welwillend is de kans geven er ook echt bij te horen.

Dank u.