Toekomst voor de sociale werkvoorziening

Toekomst voor de sociale werkvoorziening

Toekomst voor de sociale werkvoorziening

Door John Kerstens op 16 juni 2016 Delen  

Een belangrijke rol van de sociale werkvoorziening bij de uitvoering van de nieuwe Participatiewet: dat is waar ik me in de Tweede Kamer sterk voor maak. De in de loop der tijd daar opgedane kennis en ervaring met het opleiden, bemiddelen en begeleiden van mensen met een ‘sw-indicatie’ kan immers veel breder worden ingezet: voor iedereen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Ik ben dan ook blij met de eerder deze week door de Sociaal Economische Raad gepubliceerde ‘verkenning’ waarin vakbonden, werkgevers en onafhankelijke deskundigen tot dezelfde conclusie komen.

In de Kamer (maar ook daarbuiten) zet ik me al een tijd in om ervoor te zorgen dat de sociale werkvoorziening die rol ook kan waarmaken. Met 100 miljoen euro extra voor beschut werk (bij uitstek vorm te geven in sociale werkplaatsen) en met 60 miljoen om sw-bedrijven ‘fit’ te maken voor hun nieuwe rol. Maar ook met het invoeren van het ‘lage inkomensvoordeel’ waarmee sw-bedrijven een deel van hun loonkosten vergoed krijgen. En ik heb me hard gemaakt voor extra geld voor diezelfde bedrijven zodat na een lang onderhandelingstraject een fatsoenlijke cao kan worden afgesloten.

Blij ben ik ook met de door de SER gedane oproep dat gemeenten meer werk moeten maken van beschut werk. We hebben afgesproken dat er (bovenop minstens 125.000 ‘garantiebanen’ in het bedrijfsleven en de overheid) 30.000 plekken komen voor mensen met de grootste afstand tot de arbeidsmarkt. Omdat dat nu nog onvoldoende van de grond komt, heb ik al eerder aangedrongen op het opnemen van een wettelijke verplichting daartoe. Staatssecretaris Jetta Klijnsma treft daar nu de voorbereidingen voor.

Met de vorig jaar in werking getreden Participatiewet willen we mensen die ontzettend graag hun steentje bijdragen op de arbeidsmarkt, maar daar wat meer hulp bij nodig hebben, die hulp ook geven. Omdat werk zoveel meer is dan een loonstrookje per maand. Werk betekent sociale contacten, meedoen, jezelf ontwikkelen en er toe doen.

Gemeenten hebben bij het verstrekken van die hulp een centrale rol: zij staan het dichtste bij hun inwoners, weten wie ze zijn, wat ze kunnen, wat ze willen en wat er voor nodig is om daar te komen. Gemeenten moeten daarbij rekening houden met de persoonlijke omstandigheden van mensen en maatwerk leveren. Ik zit erbovenop om te zorgen dat ze dat ook doen.

Tenslotte zetten we ook stevig in om ervoor te zorgen dat ook de overheid zelf haar deel van bovenbedoelde afspraak om 125.000 extra banen voor mensen met een beperking te creëren waarmaakt. Als de overheid van bedrijven vraagt iedereen een kans te geven, moet ze daarbij natuurlijk zelf wel het goede voorbeeld geven.

Delen: