Toekomst in de zorg

Toekomst in de zorg

Door Jet Bussemaker op 22 januari 2010 Delen  

De Algemene Wet
Bijzondere Ziektekosten
(AWBZ) is van oorsprong bedoeld voor iedereen die
complexe, onverzekerbare en langdurige zorg nodig heeft. Bijvoorbeeld zwaar
dementerenden of mensen met een ernstige handicap. De afgelopen jaren zijn
echter steeds meer zaken onder de AWBZ komen te vallen die daar eigenlijk niet
thuishoren, en meer met welzijn en participatie te maken hebben dan met complexe
zorg-vragen.

Als ik niets zou doen, zouden de uitgaven van de AWBZ fors toenemen, en zou
ik tegelijkertijd geen middelen meer hebben om aan andere belangrijke
prioriteiten tegemoet te komen, zoals meer handen aan het bed in verpleeghuizen
en meer geld voor dagbesteding voor gehandicapten. Politiek is keuzes maken en
ik heb de keuze gemaakt om de AWBZ weer terug te brengen naar de kern; het
garanderen van complexe, onverzekerbare en langdurige zorg. Zo ontstond de
pakketmaatregel. Zo kan ik AWBZ-zorg ook in de toekomst voor alle kwetsbare
mensen in onze samenleving blijven garanderen.

Met de pakketmaatregel is het de bedoeling dat mensen meer regie krijgen om
taken weer zelf uit te voeren. In sommige gevallen kunnen zij een beroep doen op
andere systemen, zoals de gemeenten via de Wet maatschappelijke ondersteuning
(Wmo), jeugdzorg of onderwijs. Die terreinen hebben daarvoor financiële
compensatie gekregen. Met name de gemeenten zijn van belang vanwege hun
verantwoordelijkheid voor welzijnsbeleid. Zij hebben de ruimte en mogelijkheden
om in plaats van kostbare individuele aanspraken, collectieve voorzieningen vorm
te geven, bijvoorbeeld via een buurtrestaurant, boodschappenbus en
maatjesprojecten. Maar het betekent wel dat gemeenten zelf alternatieven moeten
organiseren om deze ondersteuning te bieden, creatief te werk moeten gaan en
vooral diverse partijen bij elkaar moeten brengen. Dat is kiezen voor de
sociaaldemocratische oplossing. Daarbij is het prioriteit om iedereen
kwalitatief goede ondersteuning te bieden en dit zo veel mogelijk via buurt- en
wijkzorg te organiseren.

Dat is nogal een verandering. Daarom was 2009 een overgangsjaar. Nu dat jaar
voorbij is, hebben we gekeken hoe men deze ombuigingen in de AWBZ ervaart.
Daarvoor is een onderzoek gestart door cliëntenorganisaties om de effecten van
de maatregelen in kaart te brengen – de cliëntenmonitor. De afgelopen week heb
ik de cliëntenorganisaties uitgenodigd om de conclusies uit deze cliëntenmonitor
nader toe te lichten. En die conclusies wil ik deze week graag met jullie delen.

Een belangrijke conclusie is dat gemeenten de opbouw van eigentijdse
welzijnsvoorzieningen in de Wmo moeten versnellen. Daarom roep ik gemeenten op
hiermee aan de slag te gaan! We moeten laten zien dat we in staat zijn goede
resultaten te leveren. De bal ligt bij de gemeenten: laat met de
gemeenteraadsverkiezingen in het vooruitzicht maar zien dat we kunnen scoren!

In de eerste plaats moeten er op lokaal niveau nieuwe verbonden aangegaan
worden. Daarmee help ik door gemeenten structureel 127 miljoen euro extra
middelen te geven. Dat geld moet worden ingezet voor compensatie van de effecten
van de pakketmaatregelen. Hierbij kan gedacht worden aan collectieve
welzijnsactiviteiten voor ouderen, zoals dagactiviteiten.

Ik heb daarin mijn eigen verantwoordelijkheden. Daarom ga ik een palet aan
goede voorbeelden verspreiden om gemeenten op weg te helpen. Uiteindelijk maken
zij dan zelf de keuze. Maar ook daar waar zich onvoorziene knelpunten voordoen
is uiteraard altijd de bereidheid om te kijken of ik kan helpen deze op te
lossen.

In dat licht ben ik blij deze week te kunnen melden dat zo’n tienduizend
alfahulpen uit de thuiszorg dit jaar weer een vast contract krijgen bij een
thuiszorgbedrijf. Bij de invoering van de Wmo werden veel huishoudelijke hulpen
ontslagen bij thuiszorginstellingen en verplicht zich als alfahulp tegen een
laag tarief opnieuw in te laten huren. Dit om de overheadkosten van deze
instellingen laag te houden en hoog te scoren bij aanbestedingstrajecten voor
gemeenten. Met een wetswijziging heb ik dit gekeerd. Ondertussen zien we ook dat
gemeenten hogere prijzen hanteren en steeds meer waarde hechten aan kwalitatief
goede zorg, waarbij deze is ingebed in de lokale omgeving. En zo hoort het ook!

Kortom, ik houd bij de uitwerking van de maatregelen een vinger aan de pols.
En de gemeenten moeten er intussen alles aan doen om ervoor te zorgen dat
niemand tussen wal en schip beland. Want dat is natuurlijk het belangrijkste:
iedereen telt mee!