Hoorn van Afrika: noodhulp opvolgen met ontwikkelingsbeleid

Hoorn van Afrika: noodhulp opvolgen met ontwikkelingsbeleid

Door Thijs Berman op 14 juli 2011 Delen  

Vluchtelingenkampen in Ethiopië en Kenia
stromen
opnieuw vol
. Het is goed dat giro 555 door de samenwerkende Nederlandse
hulporganisaties
is
opengesteld
om geld in te zamelen voor de mensen in de Hoorn van Afrika. Het
gaat om de grootste humanitaire crisis in de wereld, zo wordt gezegd. Alleen was
dat in 1983 niet anders, en in 1991, in 1998 en 2006. De urgentie van nu toont
slechts aan dat de humanitaire hulp van toen niet is gevolgd door een aanpak
voor de lange termijn.

De dreigende hongersnood in de Hoorn van Afrika is puur mensenwerk en had
voorkomen kunnen worden. Droogtes volgen elkaar steeds sneller op door
klimaatverandering. Lokale stammen in het gebied kunnen de gevolgen daarvan niet
opvangen, omdat zij al decennia lang te weinig aandacht krijgen van regeringen
en internationale donoren.

Enkele weken geleden was ik in Noord-Kenia, in de uitgestrekte Turkana regio
op bezoek bij de herders in dat gebied. Het gebrek aan voedsel en water was er
pijnlijk zichtbaar. Er liepen ondervoede kinderen in de dorpjes en in
Oost-Turkana zag ik in een droge rivierbedding gezinnen met de handen naar water
graven. Kopje voor kopje werd het water in een emmer geschept, voor henzelf en
voor hun geiten en kamelen. Koeien waren nergens te zien, die zijn vanwege de
toenemende droogte de laatste jaren bijna verdwenen.

Hoewel de droogte een steeds frequenter probleem is, hebben Somalië,
Ethiopië, Kenia en Oeganda te weinig geïnvesteerd in aanpassing aan de
verandering. De verwoestijning is in Noord-Kenia nu duidelijk te zien. Van
oudsher weten alleen herdersgemeenschappen, de Pastoralisten, daar nog te
overleven.

Omdat de herders zich niet vestigen op één plek, benutten zij de omgeving
optimaal. Zij trekken rond met hun vee en putten daardoor de watertoevoer niet
uit. De vegetatie krijgt na elke begrazing de kans zich te herstellen. Hun
hutjes van takken, bladeren en oude lappen lijken onvoorstelbaar armoedig, maar
de herders verzorgen ondertussen wel het grootste deel van de vleesproductie in
deze landen, en dus van proteïnen. Hun economische waarde is groot, al ontvangen
zij zelf maar een schijntje van de opbrengst – want zo gaat dat vaak met boeren.

Toch worden de herders door nationale autoriteiten zelden serieus genomen;
een nomadenbestaan is niet modern, zo vinden de politieke leiders in de
hoofdsteden. Zij laten zich liever overhalen om het land van de machteloze
herders te verkopen aan buitenlandse investeerders.

Alleen Kenia heeft een ministerie voor droge en semidroge gebieden, maar dat
dreigt binnenkort weer te verdwijnen. De wegen in deze gebieden zijn ontstellend
verwaarloosd, veemarkten zijn moeilijk te bereiken. Voorzieningen als onderwijs
en gezondheidszorg zijn er nauwelijks. Grensconflicten zorgen ervoor dat de
herders niet vrij kunnen rondtrekken en niet optimaal gebruik kunnen maken van
de begraasbare gronden in elk gebied. En met de komst van kleine wapens,
mogelijk gemaakt door de oorlogen in Soedan en Somalië, zijn conflicten tussen
stammen bloediger geworden.

Humanitaire hulp hoort tijdelijk te zijn. Het feit dat ECHO, de
noodhulporganisatie van de EU, al jaren aanwezig is in de Hoorn van Afrika geeft
duidelijk aan dat de verbinding tussen noodhulp en ontwikkelingsbeleid
ontbreekt. Dat verandert te traag, zowel bij donoren als bij lokale
autoriteiten. De noodhulp van nu moet opgevolgd worden met blijvende, goed
functionerende voorzieningen zoals waterputten, elektriciteit door zon of wind,
gezondheidszorg, onderwijs en infrastructuur. Samen met de betrokken landen
moeten de EU en andere internationale donoren in de explosieve Hoorn van Afrika
werken aan conflictbeheersing en vredesopbouw.

Essentieel is vooral dat de lokale bevolking de kans krijgt om zelf te zorgen
voor de eigen voedselvoorziening. Dat kan alleen als er een einde komt aan het
‘land grabbing’ door ontwikkelde landen, dat is het op grote schaal opkopen van
vruchtbare grond om granen te verbouwen voor onder meer biobrandstoffen. Dit
ondermijnt de directe voedselvoorziening in de ontwikkelingslanden, net zoals de
grove speculatie met granen dat ook doet. Het Europese ontwikkelingsbeleid moet
dit weten uit te sluiten.

Pas als de overgang van directe humanitaire hulp naar lange termijn
ontwikkelingsbeleid nu eindelijk eens fatsoenlijk wordt afgestemd, kan een ramp
zoals nu in de Hoorn van Afrika voor eens en voor altijd voorkomen worden.

Een verbonden samenleving

Eerlijke spelregels zijn nodig. Zodat grote bedrijven netjes belasting betalen, net als de bakker op de hoek. Zodat we uitbuiting van werknemers aanpakken. En zodat we minder schreeuwen en beter naar elkaar luisteren.

Lees ons verkiezingsprogramma