Stop fusiegolf in thuiszorg

Stop fusiegolf in thuiszorg

De thuiszorg is van onschatbare waarde. Nu dreigt een golf van nieuwe fusies
en overnames de zorg te vervlakken. De overheid moet de sector nu een halt toe
roepen in plaats van te wachten op een ongewenste fusiegolf. Dat schrijf ik in
een ingezonden brief in Het Financieele Dagblad.

Het volledige artikel:

Nieuwe fusies en schaalvergroting dreigen in de thuiszorg als de overheid
niet ingrijpt. Volgens adviesbureau PwC was bij 60% van de thuiszorgaanbieders
vorig jaar de financiële positie ongezond. Ze hadden te weinig financiële
reserves door aanbestedingen, bezuinigingen op de AWBZ en inadequaat management.

Dit jaar neemt het aantal financieel zwakke thuiszorgorganisaties alleen maar
toe, is de verwachting. De gedachte dat de thuiszorg geprivatiseerd is en dat
het primaat daarom bij de raden van toezicht ligt, is sinds de kredietcrisis
achterhaald. De overheid heeft bewezen dat zij kan ingrijpen.

De scheidslijn tussen privaat en publiek is minder scherp dan we dachten en
voor de thuiszorg is er een ander essentieel argument voor rechtstreekse
overheidsbemoeienis. Zonder ingrijpen is de kans op nieuwe fusies en
schaalvergroting groot. Dat is ongewenst. Daarnaast geeft financiële steun aan
de thuiszorg een ongekende kans het beleid te sturen in de richting van
kleinschalig organiseren op buurtniveau: de wijkverpleegkundige keert terug.

In plaats van te wachten op de volgende ongewenste fusiegolf in de zorg,
moeten staatssecretaris Jet Bussemaker en minister Wouter Bos vooraf actie
ondernemen. Als we vinden dat patiënten na ziekenhuisopname thuis verpleegd
moeten worden, dat ouderen zo lang mogelijk thuis moeten kunnen blijven en dat
chronisch zieke mensen niet per se opgenomen hoeven te worden, dan is het behoud
van nabij georganiseerde thuiszorg topprioriteit.

Belonen van mismanagement is niet aan de orde. Maar de overheid zou
thuiszorgorganisaties, die in principe gezond zijn en die zich bijvoorbeeld door
nieuwe wet- en regelgeving in zwaar weer bevinden, actiever financieel moeten
helpen – onder voorwaarden. Naar analogie van de bancaire wereld en de steun aan
bedrijven, is de vraag relevant welke voorwaarden het kabinet dan aan deze
thuiszorgaanbieders moet stellen.

Het ligt voor de hand dat gekeken wordt naar de topsalarissen en naar de
efficiency in de bedrijfsvoering. In de zorg is een inhoudelijk argument echter
van nog veel groter belang: het kabinet moet de thuiszorg, in ruil voor
financiële garanties, dwingen zichzelf anders te organiseren.

De thuiszorg zou meer in buurten moeten werken, met vaste teams van
wijkverpleegkundigen en verzorgenden.
Zij zouden in de eerste lijn hun werk moeten doen, in nauwe samenwerking en
rechtstreeks gekoppeld aan de huisarts. En wat misschien nog wel belangrijker
is, deze wijkverpleegkundigen zouden moeten werken zonder dat dit eerst
goedgekeurd moet worden door een afstandelijke instantie zoals het CIZ. Niet aan
het begin, maar ook niet na drie maanden of na een half jaar.

Waarom moeten Bussemaker en Bos iets afdwingen dat zo vanzelfsprekend is,
waarom organiseert de thuiszorg dat niet spontaan, waar is het wachten nog op?
De wijkverpleegkundige terug in de buurt, een vast team met de huisarts en de
verzorgenden op fietsafstand, waarom is dat zo moeilijk? Waarom moet dat met
dwang en drang, geholpen door de financiële problemen in de thuiszorg, tot stand
worden gebracht?

Het antwoord is even simpel als ontluisterend: ook in de thuiszorg is het
management niet meer gewend te denken vanuit de menselijke maat of vanuit de
medewerkers. De geld gedreven managementstijl legt het zwaartepunt louter bij
efficiency. Hoe meer je het alledaagse contact tussen mensen splitst in
schijnbaar efficiënte deeltaken, des te meer verlies je uit het oog dat
medewerkers zelf vaak de slimme oplossingen hebben. Medewerkers worden geperst
in een afstandelijk keurslijf en zij verliezen de motivatie waarmee zij in de
thuiszorg aan de slag gingen.

Naar analogie van de banken lijkt ook in de thuiszorg de top niet meer te
weten wat er aan de basis van de organisatie aan werk wordt verricht. De
managers hebben geen idee meer hoe de diensten eruit zouden moeten zien als ze
gezond, duurzaam en op de menselijke maat uitgerust worden. Dat geldt natuurlijk
niet voor iedere organisatie. Daar waar medewerkers wel zelfstandig mogen
werken, blijken wijkverpleegkundigen met hetzelfde geld twee keer zo veel
cliënten te kunnen helpen, zelf niet ziek te worden en een 8 plus te krijgen als
waardering.

De thuiszorg is van onschatbare waarde en van groot maatschappelijk belang.
Reden genoeg om de dreigende golf van nieuwe fusies en overnames in de sector
een halt toe te roepen en het werk zo overzichtelijk in te richten dat
professionals het heft weer in handen kunnen nemen en indicaties tot een minimum
teruggebracht kunnen worden.

Delen: