Stageproblematiek simpel aanpakken

Stageproblematiek simpel aanpakken

Dagelijks ontvang ik van studenten met een niet Nederlandse achtergrond het verzoek of ik hen kan helpen aan een stageplek.

Deze jongeren hebben vaak zelf geen sociaal netwerk en vallen dan, als ze via de school geen stageplek kunnen vinden, buiten de boot. Het niet kunnen vinden van een geschikte stageplek betekent dat deze jongeren hun opleiding niet kunnen afronden. Bovendien is het vaak de springplank voor grotere problemen en is het frustrerend voor leerlingen om op de bank te zitten. Zeker als hun Nederlandse klasgenoten wel aan de slag kunnen.

De afgelopen jaren heb ik in Provinciale Staten van Noord-Holland gewerkt aan oplossingen voor die probleem, die ik ook in Brussel wil introduceren. In Noord-Holland heb ik voorgesteld een stagebank op te richten zodat jongeren via een loket een geschikte stageplek kunnen vinden. Het aanbod van stageplekken is nu te versnipperd.

Daarnaast heb ik een proef voor Social Return voorgesteld. De overheid moet het goede voorbeeld geven en ook stageplekken aanbieden. Dat kan enerzijds door het zelf te doen, maar ook door bedrijven waar ze mee werken daar toe aan te moedigen. Social Return houdt in dat bij investeringen die de overheid doet er van bedrijven iets extra’s gevraagd wordt als ze daar aan willen werken, bijvoorbeeld aan een wegenbouwer die in opdracht van de provincie een weg mag aanleggen. De provincie kan aan deze wegenbouwer vragen stage- en leerwerkplekken aan te bieden.

Europa investeert ontzettend veel geld in verschillende regio’s. Ik wil voorstellen om duidelijke eisen te stellen aan die investeringen, net zoals ik dat in de Provincie heb gedaan. Hierdoor betalen investeringen zich niet alleen uit in infrastructuur of nieuwe projecten, maar ook economisch door werkgelegenheid en stageplekken te creëren. Dan snijdt het mes aan twee kanten.

Brussel moet niet voor gaan schrijven welke eisen aan regio’s voor die investeringen gesteld worden, maar die de vrijheid geven om op hun specifieke behoeften in kaart te brengen en daar op in te spelen.

Daarnaast wil ik dat Brussel afspraken maakt met haar partners (zoals publieke instellingen en bedrijven die zaken doen met het het Europees Parlement en Europese Commissie) voor het aanbieden van extra stage- en leerwerkplekken. Er zijn tientallen instellingen en bedrijven waarmee Brussel zaken doet. In deze voor vele Europese burgers zware tijden mogen wij iets extra’s vragen van deze ondernemingen. Op die manier worden niet alleen gebieden ontwikkeld, maar komt ook de ontwikkeling van de mensen die er wonen centraal te staan. Ik wil dat Europa geen ver-van-m’n-bed show is, maar concrete problemen oplost en kansen biedt.