Handen uit de mouwen voor ‘Nederland Kennisland’

Handen uit de mouwen voor ‘Nederland Kennisland’

Door Tanja Jadnanansing op 30 november 2010 Delen  

We moeten juist nu investeren in het Hoger Onderwijs. Er gaat een hoop goed, maar ik zie mogelijkheden tot verbetering. De voorstellen van de regering helpen daar niet bij. 3000 euro collegegeld als je langer dan vier jaar studeert en zogenaamde prestatieprikkels voor hogescholen maken het onderwijs er niet beter op. Tijdens het Wetgevingsoverleg Hoger Onderwijs heb ik de staatssecretaris drie van mijn voorstellen gepresenteerd. Als we de strijd aangaan met uitval, voorkomen dat verwoestende bezuinigingen en roekeloos wanbeleid de aanwezige kwaliteit kapot slaan en te allen tijde verzekeren dat het hoger onderwijs voor iedereen toegankelijk blijft, komt het ideaal ‘Nederland Kennisland’ een stuk dichterbij.

Hieronder mijn integrale bijdrage aan het Wetgevingsoverleg Hoger Onderwijs maandag:

‘Voorzitter,
Op deze kille maandagmiddag neem ik u allen even mee naar Paramaribo, de stad waar ik ben opgegroeid en ik zie mijn oma Loes voor mij, mijn dierbaarste herinnering is dat zij mij net als alle andere Surinaamse oma’s altijd zei: ‘Meisje, studeer hard hoor, want je diploma is je eerste man’. Het belang van goed onderwijs, het belang van een diploma halen was voor haar evident, zij had vertrouwen in het onderwijs als krachtig empowerment-instrument, als instrument om verder te komen.

Hoe anders is het nu gesteld in 2010 hier in Nederland, veel mensen hebben het vertrouwen in de kwaliteit van het HBO onderwijs verloren. Recente discussies rondom te makkelijk afgegeven diploma’s aan ‘langstudeerders’, een gebrekkig onderwijsniveau en topsalarissen voor bestuurders doen het imago van het Hoger Onderwijs geen goed. Er lijkt een groot gevoel van cynisme over de kwaliteit van ons onderwijs te bestaan en dat is geen goede voedingsbodem als we ambitieus zijn over de toekomst van ons onderwijs.

Cynisme en wantrouwen naar het Hoger Onderwijs, dat kan niet, daar moet echt werk van worden gemaakt. Dit kabinet wil een kabinet zijn van aanpakken, dus vraag ik de Staatssecretaris: “Wat gaat u doen om dit cynisme en wantrouwen te keren?” De PvdA reikt u de hand om dat samen te doen, omdat al die studenten en al die docenten die wel oprecht gemotiveerd zijn dat zo ontzettend verdienen.

Met de ‘Motie Hamer‘ is een groot signaal gegeven, een enorme ambitie uitgesproken om het Nederlandse onderwijs kwalitatief tot de top 5 van de wereld te laten behoren. 150 voor, 0 tegen.

Dat is fantastisch, maar dat verplicht ook. Dat verplicht om echt actie te ondernemen, om niet in mooie intenties te blijven hangen, maar over te gaan tot investeringen zodat ieder talent een kans krijgt om Hoger Onderwijs te genieten. Overigens moet de kwaliteit van het onderwijs op alle niveaus van onderwijs goed zijn. Van VMBO tot VWO en van MBO tot HO.

De Motie Hamer heeft het hele onderwijsland optimistisch gestemd: nu zou het gaan gebeuren, hoe mooi dat vergezicht Nederland Kennisland… Maar toch rijst direct de vraag of de aangekondigde maatregel om studenten die langer dan één jaar vertraging oplopen een verhoogd collegegeld van 3000 euro te laten betalen dat optimisme nog kan voeden.

Nederland Kennisland lijkt wel heel ver weg. Waar is de alomvattende, stimulerende en enthousiasmerende visie op het Hoger Onderwijs?

De PvdA vraagt de staatssecretaris om duidelijkheid te geven hoe die ambitie om tot de Top 5 te gaan behoren wordt waargemaakt, hoe die ambitie die zo kamerbreed wordt gedragen ook daadwerkelijk wordt omgezet in daden.

Graag reik ik de staatssecretaris drie elementen aan:

  • Uitval uitsluiten
  • De strijd om de kwaliteit
  • Het HO toegankelijk houden voor iedere student met talent

Uitval uitsluiten

De studie-uitval in het Hoger Onderwijs is schrikbarend. De cijfers liegen er niet om: ruim 30 procent van de studenten die aan een studie begint zal deze nooit afmaken, ruim dertig procent! Dertig procent van de studenten zal nooit een diploma halen.

In veel van die gevallen heeft dit te maken met een verkeerde studiekeuze. Vaak aangemoedigd door prachtige glossy folders en wervelende introductiebijeenkomsten waarbij de ene studie nog aantrekkelijker wordt voorgespiegeld dan de andere studie, waar de aankomende student denkt een soort studieparadijs te betreden wordt een keuze gemaakt waarvan later blijkt dat die keuze toch minder, veel minder aantrekkelijk is dan gedacht.

Tussen de 20 en 25 procent van de studenten switcht binnen twee jaar van opleiding. Volgens het Researchcentrum voor Onderwijs en Arbeidsmarkt kunnen de indirecte kosten voor de samenleving oplopen tot 3.3. miljard euro per jaar. Deze cijfers geven aan dat er werk aan de winkel is, dat er hard moet worden gewerkt om de uitval te verminderen.

Dat kan onder andere door de volgende inzet:

  • Allereerst door de in het vorig kabinet ingevoerde studiekeuzegesprekken nog breder in te zetten en niet alleen aan het begin van het studie jaar maar juist ook aan het einde van het eerste jaar.
  • Door ten tweede de verantwoordelijkheid ook bij de onderwijsinstellingen neer te leggen. Die instellingen zullen dan moeten meedenken en gemotiveerd moeten formuleren wat er in hun ogen nodig is om dit probleem aan te pakken.
  • Een gedegen onderzoek te laten uitvoeren naar de oorzaken van studie-uitval. Een gedegen onderzoek waarbij niet alleen wordt gekeken naar de studenten, maar ook naar de docenten. Hoe zit het met de kwaliteit van de lesstof en wat wordt eraan gedaan om die te optimaliseren? Welke eisen kunnen er worden gesteld ook aan de docenten?

Het gaat steeds om motivatie, verantwoordelijkheid en echte kansen. Zowel voor de studenten als docenten. De vraag aan de Staatssecretaris is dan ook om een gedegen, eerlijk en transparant onderzoek naar studie-uitval waarbij alle actoren in ogenschouw worden genomen.

Strijd om de kwaliteit

Naast het terugdringen van studie-uitval is ook het naar een hoger niveau tillen van de kwaliteit van het Hoger Onderwijs van groot belang. Onderwijs waar docent en student worden uitgedaagd in een interactief proces, onderwijs waar ontwikkelen en onderzoeken centraal staat. Waar op universiteiten het belang van onderzoek niet ondersneeuwt, waar de academische uitdaging geborgd blijft.

Waar de studenten ook optimaal onderwijs mogen verwachten. Er wordt van de student steeds vaker gevraagd meer te betalen, meer in te leveren, dan mag daar ook tegenover staan dat zij kwaliteit geleverd krijgen. In de vorige kabinetsperiode is de ‘Motie Besselink: niet goed, geld terug’ aangenomen. Het principe is dat een student collegegeld mag terugvorderen als de opleiding qua niveau of organisatie beneden maat blijkt. Graag van de Staatssecretaris een reactie op de vraag hoe het ervoor staat om deze aangenomen motie uit te voeren.

Voorts is het universitair-wetenschappelijk onderzoek een belangrijk aandachtspunt.

Hoewel wij als Nederland er thans goed voor staan, heel goed zelfs, we zijn vierde van de wereld in de ‘Quotationsindex’, dringt de vraag zich op of die positie wel stand houdt. Immers, er is veel onduidelijkheid ontstaan over het voortbestaan van het al jarenlang gevestigde universitair-wetenschappelijk onderzoek omdat het kabinet dat onderzoek kennelijk wil overhevelen naar het ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie (ELI). Ik zou ervoor willen pleiten dat er eerst een grondige analyse komt met vermelding van de pro’s en contra’s op basis waarvan een gedegen en verantwoorde afweging kan worden gemaakt omtrent een mogelijke overheveling van het ministerie van Onderwijs, Cultuur & Wetenschappen (OCW) naar ELI.

  • Een visie op het Nederlands universitair-wetenschappelijk onderzoek.
  • In hoeverre een overheveling een dergelijke visie ondermijnt of wenselijk is
  • In hoeverre het verstandig is om onderzoek, wetenschap en de bijbehorende instellingen aan ELI te willen koppelen.

Houd onderwijs toegankelijk

Mijn derde punt heeft te maken met de toegankelijkheid: hoe blijft het Hoger Onderwijs toegankelijk voor iedereen met talent om te studeren? Het is onrustig in studentenland. Mailboxen van verschillende Kamerleden stromen over. Er is zelfs een steekwagen met 100.000 handtekeningen en ruim duizend schrijnende verhalen van studenten aan de Staatssecretaris overhandigd. Het is onrustig omdat studenten worden geconfronteerd met een verhoging van 3000 euro wanneer zij langer dan 1 jaar vertraging oplopen.

De schrik zit er goed in, want deze maatregel zou volgend schooljaar al moeten ingaan!

Natuurlijk moeten luie studenten niet heel veel jaren over hun studie mogen doen, maar gezien veel van de verhalen gaat het hier niet om luie studenten, maar om studenten die om uiteenlopende redenen vertraging oplopen, zoals ziekte of een handicap. De gevolgen zijn heftig, de student zal wel drie keer nadenken voordat er aan bestuurswerk, extra vakken of het beginnen van een eigen bedrijf wordt gedacht.

De bezuinigingen zullen leiden tot een verdere uitholling van de kwaliteit. Studenten zullen wel drie keer nadenken voor zij met een pittige opleiding beginnen. Het zou moeten gaan om investeren in het onderwijs. Meer les, betere ‘matching’. Maar als deze maatregel doorgaat is het gevaar van nog meer uitval zeer reëel. Nu al zijn er studenten die aangeven dat zij dan maar stoppen met de studie.

Het is een harde maatregel die studenten flink aanpakt en drempels opwerpt voor afronding van de studie. Daarnaast is het ook erg zorgelijk dat ook de instelling een efficiencykorting krijgt van 3000 euro. Zorgelijk omdat dit InHolland-toestanden kan opleveren waarbij er werk wordt gemaakt om zoveel mogelijk studenten zo snel mogelijk te laten afstuderen, desnoods ten koste van de kwaliteit. Daarom wil ik de Staatssecretaris vragen om deze maatregel tegen ‘langstudeerders’ te heroverwegen.

Naast wat meer compassie met ‘langstudeerders’ is er nog een ander zorgelijk punt en wel de selectie aan de poort . De Regering neemt in het regeerakkoord de aanbevelingen van Veerman onverkort over inclusief selectie aan de poort en dat is wel erg snel. Is het niet zo dat dit nog moet worden besproken hier in de kamer ? Conclusies overnemen zonder behandeling in de Kamer, dat is op z’n minst niet erg netjes. Selectie aan de poort onverkort is een stap te ver, een te hoge drempel! Het uitdagen van studenten in hun onderwijs door extra begeleiding, door studieadvies, dat verdient steun, maar een hoge drempel aan de voordeur absoluut niet!

Voorzitter,
Ik kom tot een afronding. Ik begon met mijn Oma die riep: “je diploma is je eerste man!” Zij riep dat vanuit een oprecht vertrouwen in het Hoger Onderwijs. Mijn Oma is er niet meer. Het vertrouwen lijkt in ieder geval in Nederland in het Hoger Onderwijs ook steeds minder te worden. Dat cynisme kunnen wij aanpakken door te investeren in het Hoger Onderwijs, door echt aan ‘Motie Hamer’ uitvoering te geven. Door te doen en niet te veel meer te praten en te blijven hangen in prachtige ambities.’