Voor een sterker en fatsoenlijker Nederland

Voor een sterker en fatsoenlijker Nederland

Door De Redactie op 7 juni 2010 Delen  

‘De keuze die we woensdag maken, zal richting geven. Die zal bepalend zijn of Nederland een land is waarin iedereen meetelt. Waarin iedereen een gelijke kans krijgt. Waarin we eerlijk delen. Die keuze zal bepalend zijn of we Nederland sterker maken en fatsoenlijk.’ Dat heeft partijleider en lijsttrekker Job Cohen zaterdag gezegd in zijn speech op het voorjaarscongres van de Jonge Socialisten in de PvdA. Onderstaande video bevat de integrale speech. Klik op ‘lees verder’ voor de uitgeschreven tekst.

Download de speech van Job Cohen (PDF) >

Uitgeschreven tekst (Gesproken woord geldt):

‘Beste JS-ers, vrienden en vriendinnen,

Over vier dagen gaan we naar de stembus.
Over vier dagen maken we de keuze die bepalend is voor de richting van ons land.
De keuze die we nu maken bepaalt of we ons land straks met trots en vertrouwen aan jullie, de jongere generaties, kunnen overdragen.

Een land waarin iedereen gelijke kansen heeft.
Een land dat duurzaam van zijn hulpbronnen gebruik maakt.
Waar kinderen het beste uit zichzelf kunnen halen omdat ze het beste onderwijs van toegewijde en bekwame leraren krijgen.
Waar de zorg voor iedereen toegankelijk is.
Een land waarin mensen niet aan hun lot worden overgelaten.
Een land dat deel is van Europa, deel van een grotere wereld.

Dat land is onze toekomst, dat land is jullie toekomst.
Zelf was ik twintig toen ik lid werd van de PvdA.
Het waren de roerige jaren zestig. Het Nederland van na de oorlog bevrijdde zichzelf van het juk van verzuiling en betutteling. Er was het rotsvaste geloof dat wij de wereld konden verbeteren. Dat solidariteit een samenleving bij elkaar kan houden. Dat ongelijkheid er is om te bestrijden, niet om je bij neer te leggen.
Het was de tijd van een dromende generatie. Een generatie die veel van die dromen heeft kunnen realiseren.

Dat kunnen jullie ook.
En daarom sta ik hier.
Want ondanks begrotingstekorten, bezuinigingsplannen en koopkrachtcijfers is er ruimte voor dromen en idealen. Ruimte om te denken over en te werken aan een sterker en fatsoenlijker Nederland.
Ik sta hier om ons allemaal het vertrouwen te geven dat de inrichting van ons land een kwestie is van kiezen. Wij hebben het zelf in de hand.

Zeker in deze tijd.

En als ik dan 30 jaar vooruit kijk, dan zie ik dat Nederland voor me.
Een Nederland dat sterker is. Omdat dertig jaar investeren in onderwijs een enorm verschil maakt. Een hoger opgeleide bevolking.
Kinderen die al jong taal en sociale vaardigheden leren op de voorschool waar spelen en leren samengaan.
Kinderen die extra uren les krijgen op school als ze moeite hebben met taal of rekenen. En in het middelbaar onderwijs, het beroepsonderwijs en het hoger onderwijs is er maatwerk, hebben docenten de tijd om extra hulp te bieden voor wie dat nodig heeft, extra uitdaging te bieden voor wie meer wil en meer kan. Zodat iedereen, maar dan ook iedereen, zijn eigen talent tot ontplooiing kan brengen.
Dat is goed voor je eigen toekomst, en het is goed voor ons land. Een land dat over dertig jaar zijn geld niet meer kan verdienen met het gas uit de grond, maar wel nog steeds slim gebruik maakt van zijn ligging en zijn handelsgeest, en het bovenal moet hebben van zijn kennis en het benutte talent van zijn burgers, van de investeringen die wij nu doen en waar wij allemaal, jong en oud, aan bijdragen. Zo maken wij onze economie sterker en, natuurlijk, duurzamer. Want over dertig jaar zijn wij oneindig veel beter in het terugbrengen van CO2 en hebben wij al die slimme vindingen, waar we nu alleen nog maar van dromen, in duizendvoud aan het buitenland gepresenteerd en verkocht.

Een Nederland dat fatsoenlijk is. Een Nederland waarin de zorg voor iedereen betaalbaar en toegankelijk is. Een Nederland waar de huisarts en de verpleegzorg dicht bij huis zijn. Een land waarin we de kosten van de gezondheidszorg eerlijk delen.
Een land waarin we onze buren niet aan hun lot overlaten, een land waarin mensen meedoen, op wat voor manier dan ook.
Een land waarin we niet wegkijken, maar elkaar aankijken. Waar mensen snel weer een baan hebben, als ze werkloos worden. Maar waar je als je niet kunt werken wel een fatsoenlijk bestaan hebt. Met voldoende inkomen om boodschappen te kunnen doen en om je kinderen te laten sporten. Een land waar mensen zich naast hun werk en gezin, ook bekommeren om de buurvrouw.
Een land waar we fatsoenlijk met het milieu omgaan, en niet alleen omdat het noodzaak is. Een land waar duurzame energie de enige logische optie is, en waarin Nederland met al zijn wind en water voorop loopt.
Een land waar we niet altijd maar meer en meer willen, maar een land waarin we bereid zijn van overconsumptie af te zien ten gunste van die ander, ver weg en dichtbij.
Een land waar we niet alleen kennis en expertise, maar ook kansen exporteren.
Een land dat zich vanzelfsprekend onderdeel weet van een rechtvaardiger wereld.

Of die dromen uitkomen? Kijk, dat is een kwestie van kiezen.
De keuze die we woensdag maken, zal richting geven. Die zal bepalend zijn of Nederland een land is waarin iedereen meetelt. Waarin iedereen een gelijke kans krijgt. Waarin we eerlijk delen. Die keuze zal bepalend zijn of we Nederland sterker maken en fatsoenlijker.

Want de ontwikkeling van ons land is geen natuurverschijnsel dat niet te beïnvloeden is. Het is een kwestie van kiezen, van overtuigingskracht, van doorzettingsvermogen, van samenwerking.

Dat is de sfeer waarin mijn ouders mij hebben opgevoed. Na donkere tijden niet somber achterom, maar hoopvol vooruit kijken. De overtuiging dat we door hard te werken vooruitgang kunnen boeken. Ook als het moeilijk is. In mijn kinderjaren vlak na de oorlog heb ik gezien hoe de generatie van mijn ouders dit land opnieuw heeft opgebouwd. Letterlijk uit de rokende puinhopen van de oorlog. Van dag op dag leek de vooruitgang soms traag, maar hij wàs er. Ik zie nog de ruïne van een huis voor me, die een paar jaar later was vervangen door een nieuw huis. En zo ging het overal. Als de ouderen van toen vandaag zouden kunnen zien wat wij dankzij hun inzet hebben bereikt, dan zouden zij hun ogen niet geloven. In Nederland kun je je dromen waarmaken.

Het geloof in vooruitgang is wat Nederland groot heeft gemaakt. En zo is het ook nu: het Nederland van 2040, jullie Nederland, kan sterker zijn, fatsoenlijker zijn – en dus mooier zijn. Kortom, een land van kansen.
En 9 juni is zo’n kans!

Laat ik de keuzes nog eens voorleggen.
De wereld verandert razendsnel en die veranderingen gaan gepaard met kansen en met risico’s.
Leg de rekening van de huidige mondiale crisis niet neer bij mensen die daar geen enkele schuld aan hebben.
Voorkom dat we aarde blijven overbelasten, dat de temperatuur blijft stijgen en dat natuurlijke hulpbronnen zo schaars worden dat wij mondiaal moeten strijden om voldoende olie, gas, water en voedsel.
Maak van dat risico een kans: Nederland gaat een voortrekkersrol spelen in de overschakeling naar een eerlijke en duurzame wereldeconomie.

Maar dat is niet het enige. De wereld om ons heen verandert; ons land, Europa, vergrijst, er zijn straks veel meer ouderen dan jongeren. En de wereld is kleiner geworden: China, India, Afrika, alle landen ter wereld, ze zijn zoveel dichterbij gekomen. En dat heeft grote gevolgen. Gevolgen voor onze arbeidsmarkt. Vergrijzing en globalisering, de internationale stromen van arbeid en kapitaal, ze vragen om een andere ordening van onze arbeidsmarkt. Omdat de vraag van morgen anders is dan het aanbod van vandaag. Wij moeten, na een periode van steeds korter werken, in de toekomst langer gaan werken. Werknemers en werkgevers moeten investeren in scholing en in kennis. En in het licht van die uitdagingen ben ik blij dat werkgevers en werknemers– er in geslaagd zijn een akkoord te sluiten over een geleidelijke en verantwoorde verhoging van de AOW-leeftijd. Natuurlijk, dat akkoord verdient nadere bestudering door een volgend kabinet. Maar het is wat mij betreft de opmaat naar een groter en langjarig Sociaal Akkoord waarin verdere stappen naar modernisering van onze arbeidsmarkt worden gezet,  met zowel voldoende zekerheid voor werknemers als met optimaal acceleratievermogen voor onze economie.

En dan is er de rekening van de economische crisis. Een rekening die wij niet laten liggen voor onze kinderen en kleinkinderen. Daarom brengen we de staatskas op orde. Wij laten geen onbetaalde rekeningen achter, daarom gaan we ombuigen, bezuinigen en structureel hervormen. De opgave is om beter uit de crisis te komen.

We moeten, kortom, aanpakken.
Aanpakken om de staatskas op orde te brengen. Dat vraagt offers, maar we krijgen er wat voor terug: een sterker Nederland.
Aanpakken omdat er straks minder jongeren en meer ouderen zijn. Dat vraagt offers, van jong en oud, maar we krijgen er wat voor terug: een solidaire samenleving.
Aanpakken omdat we de aarde niet willen uitputten met onze ongebreidelde zucht naar meer, meer en meer. Dat vraagt offers, maar we krijgen er wat voor terug: een duurzame wereld.
Aanpakken omdat we welvaart en welzijn ook aan onze kinderen gunnen. Dat vraagt offers, maar we krijgen er wat voor terug: een fatsoenlijke samenleving.

Dát we de financiële problemen moeten aanpakken – dat wordt door niemand betwist. Maar de vraag is hóe je dat doet. En dat is een politieke keuze.
Voor mij is die keuze duidelijk.
Het moet eerlijk, en het kan alleen als we de handen ineen slaan en het sámen doen.
We moeten de kracht van Nederland aanboren: samenwerking en het geloof in vooruitgang. Omdat geen aanpak zo sterk is als een gezamenlijke aanpak.

En hier, beste vrienden, hier botsen de progressieve krachten en conservatieve krachten met elkaar. Wij mogen mensen niet uiteendrijven. Lotsverbondenheid en solidariteit mogen daarom geen kostenpost zijn – ze zijn een teken van beschaving.

Mark Rutte, de aanvoerder van de VVD, heeft daar totaal andere ideeën over dan ik. Hij vindt dat mensen met een kleine beurs gestimuleerd worden om harder te werken als je ze geld afpakt –  alsof de banen voor het oprapen liggen. Nou, dat liggen ze niet, zoals al die 45-plussers weten die dolgraag willen werken, maar achter elkaar en zonder succes solliciteren. En Mark Rutte denkt echt dat mensen met een heel dikke beurs gestimuleerd worden om harder te werken als je belooft de belasting te verlagen.

Een doorsnee gezin verliest bij de VVD honderden euro’s per jaar terwijl de allerhoogste inkomens er fors op vooruitgaan. Mark Rutte levert huurders over aan de vrije markt, maar pakt de hypotheekrenteaftrek niet aan. De hypotheeksubsidie aan de allerrijksten houdt Mark Rutte in stand.

Heilige landhuisjes noem ik dat. Landhuisjes waarvoor de subsidie in stand gehouden wordt op kosten van doorsnee gezinnen. Dat zijn keuzes. Maar het zijn niet mijn keuzes. Beste Mark, laat ik er ook eens een oneliner tegen aan gooien: dat is niet aanpakken, dat is afpakken!

Beste mensen,
Ik ben het met Mark Rutte niet alleen oneens, maar ik vind zijn benadering ook gewoon onverstandig. Omdat het mensen uit elkaar drijft in een tijd dat wij elkaar hard nodig hebben. Wij kunnen beter voor elkaar in de bres springen nu dat nodig is en wij moeten ons vooral niet tegen elkaar laten uitspelen. Wie zijn huishoudboekje op orde brengt door 1/3 van de sociale zekerheid te schrappen, door bijstandsmoeders onder de armoedegrens te duwen, door mensen al na één jaar geen WW meer te geven om ze vervolgens hun huis op te laten eten voor ze een bijstandsuitkering krijgen die ook nog eens 20 % lager is,  wel, die zal maatschappelijke verdeeldheid veroorzaken. En die verdeeldheid zal tot conflicten leiden, tussen mensen en tussen sociale partners en daarmee de basis onder ons economisch model in de waagschaal stellen.
Een samenleving van ieder voor zich is geen samenleving.

Als we écht willen aanpakken zullen we daar alleen in slagen als we er samen de schouders onder zetten.

Daarom kies ik voor een andere weg, een weg waarin we mensen bij elkaar brengen. Mensen bij elkaar brengen betekent ook dat je zelf bereid moet zijn tot het sluiten van compromissen als dat de boel vooruit brengt. Bindend leiderschap is dienstbaar leiderschap. Zonder borstklopperij, zonder gelijkhebberij. Met ruimte voor succes van de ander, met ruimte voor een uitgestoken hand naar iedereen die van goede wil is, ongeacht haar of zijn achtergrond – en, voeg ik daar altijd aan toe, een harde hand voor wie dat niet is.

Ik zal mensen nooit beoordelen op grond van hun afkomst of geloof. Ik kijk naar wat ze doen en trek dan mijn conclusies. Geert Wilders wil één miljoen landgenoten buitenspel zetten vanwege hun identiteit. Alleen als zij ophouden te zijn wie zij zijn, mogen zij van hem meedoen in ons land. Ik vind dat je in een fatsoenlijke samenleving van mensen mag vragen zich te voegen in ons land. En natuurlijk moet je van mensen eisen dat zij zich aan de wet houden. Maar: je mag van mensen nooit eisen dat zij verloochenen wie zij zijn. Wij spreken mensen aan op hun gedrag, op de normen in onze samenleving en op een gedeelde toekomst. Maar wij laten iedereen in haar of zijn waarde. Dat is één van de grootste verworvenheden van de Verlichting, waaruit zowel het socialisme als het liberalisme zijn ontsproten.
Ik snap dan ook werkelijk niet dat een partij als de VVD, die zich liberaal noemt, bij voorkeur de samenwerking zoekt met een beweging als de PVV, die niet alleen de grenzen van onze rechtsstaat opzoekt en soms wil overschrijden, maar ook zo fundamenteel zondigt tegen de principes van de Verlichting.

Beste mensen,
Op 9 juni staan we dus voor een keuze. Welke partij wordt de grootste van ons land? Welke partij mag daarmee richting geven aan de toekomst van ons land? Maakt Nederland de VVD de grootste partij en krijgen we dat land waarin we met ruggen naar elkaar komen te staan? Winnaars tegenover verliezers, allochtonen tegenover autochtonen, kansrijk tegenover kansarm?

Of kiest Nederland ervoor om op 9 juni de PvdA de grootste te maken zodat we vanaf 10 juni kunnen werken aan een sterker en fatsoenlijker Nederland? Een land waarin we verschillen weten te overbruggen en waarin we samen werken aan die gedroomde toekomst? Een land waarin iedereen meetelt. Een land waarin iedereen, maar dan ook echt iedereen, de kans krijgt om het beste uit zichzelf te halen.

Beste mensen,
dat is de keuze die voorligt op 9 juni. Nu we het einde van de campagne naderen en we het gedoe, de oneliners en de aandachttrekkerij achter ons laten, blijft de essentie over: Kiezen wij voor één Nederland of voor een verdergaande tweedeling in Nederland? Kiezen wij voor een land met premier Rutte en misschien vice-premier Wilders – of komt er een regering onder mijn leiding? Dát is de keuze, gemakkelijker kan ik hem niet maken.

Ik dank u wel.’

Job Cohen, 5 juni 2010, 13.00 uur, Voorjaarscongres 2010 Jonge Socialisten in de PvdA, ‘Terug naar het hart’, Instituto Cervantes, Domplein 3, Utrecht.

Delen: