S.O.S. Syrië!

S.O.S. Syrië!

Door Désirée Bonis op 31 maart 2013 Delen  

Op Tweede Paasdag werk ik mee aan het tv-programma ‘S.O.S. Syrië!’ dat de Vara en de EO samen uitzenden (Ned. 2, 20.15 uur). Afgelopen week zijn de Samenwerkende Hulporganisaties via Giro555 een actie begonnen om de slachtoffers van de burgeroorlog in Syrië bij te staan. In het programma wordt een oproep gedaan om deze actie te steunen met een financiële bijdrage.

Mijn eigen bijdrage heb ik al overgemaakt. Ik hoop dat met mij vele partijgenoten zullen meedoen om de nood van het Syrische volk te helpen verlichten.

Dat de nood hoog is, staat buiten kijf. Elke dag zien we de hartverscheurende beelden uit Syrië op het nieuws. Week na week zien we de dramatisch oplopende statistieken: van doden en gewonden, van vluchtelingen en ontheemden, van hulpbehoevende bejaarden, zieken, weduwen en kinderen. Echt aan alles is gebrek: voedsel, drinkwater, tenten, dekens, medicijnen.. Dankzij de daadkracht van minister Ploumen droeg de Nederlandse regering reeds meer dan 32 miljoen euro bij om de ergste noden te lenigen. Maar dat is bij lange na niet genoeg.

Want terwijl de oorlog voortraast, vallen ook hier weer verreweg de meeste slachtoffers onder de onschuldige burgerbevolking. Ik kan mij nauwelijks voorstellen dat het land, waar ik nog maar kort geleden drie jaar woonde en werkte, nu zo systematisch kapot gemaakt wordt. Intussen zijn meer dan vijf miljoen mensen op de vlucht geslagen. Zij hebben huis en haard verlaten en hun heil gezocht bij familie elders, of in één van de vele kampen in de buurlanden. Helaas is er nog geen enkel zicht op een spoedige beëindiging van het conflict. In de twee jaar dat de oorlog nu duurt, hebben de opstandelingen flink wat terrein gewonnen, met name in het noorden en het oosten van het land. Maar het regime van Assad heeft nog alle grote steden (Damascus, Homs, Hama en Aleppo) in handen en is vast van plan de macht te houden, koste wat kost.

Een internationale militaire interventie is niet goed mogelijk, bij gebrek aan mandaat van de VN-Veiligheidsraad. Die is verdeeld, want Rusland en China blijven het bewind van Assad steunen. Bovendien, wie zouden we nu eigenlijk vooruit helpen met zo’n interventie? In de Nationale Coalitie, het verenigde Syrische verzet, bevinden zich tal van goede krachten: democraten die een seculier of gematigd nieuw Syrië voorstaan, met respect en ruimte voor religieuze en etnische minderheden. Zo zijn de Syriërs gewend met elkaar om te gaan. Maar er zitten ook van buitenaf bewapende jihadistische groepen bij, zoals Jabhat an-Nusra, die een streng islamitisch bewind voorstaan voor iedereen, moslim of niet. Daar heeft de doorsnee Syriër zoals ik die heb leren kennen bar weinig mee op. Het is dus zaak te voorkomen dat wapens in de handen van dergelijke extremisten vallen.

Daarom blijft het EU-wapenembargo voor Syrië voorlopig van kracht. Daarom blijft de EU, inclusief Nederland bij monde van minister Timmermans, aandringen op een politieke oplossing van het conflict. Niet het huidige militaire geweld, maar slechts de onderhandelingstafel biedt uitzicht op duurzame vrede in Syrië: eerst een staakt-het-vuren, dan een vredesregeling, gevolgd door voorbereidingen voor een nieuwe grondwet die de rechten van minderheden voldoende waarborgt. Kofi Annans Zes-punten-plan van een jaar geleden zal daarbij goed van pas komen.

Zover is het helaas nog niet. Daarom is het nu des te belangrijker om alle humanitaire hulp te bieden die nodig is. Zodat de vele slachtoffers van het aanhoudende geweld zich niet in de steek gelaten voelen door de internationale gemeenschap. Zodat zij nu de nodige krachten kunnen opdoen om straks verder te kunnen met hun leven en met de wederopbouw van hun land. Daarom doe ik mee aan het programma ‘S.O.S. Syrië!’.

Als het goed is, verschaft de SHO-actie via Giro555 de Syrische oorlogsgetroffenen niet alleen de nodige hulp, maar ook de nodige hoop op een betere toekomst, die komen zal. Dat lijkt mij een mooie gedachte voor deze Paasdagen.

Delen: