Sociaal leenstelsel

Sociaal leenstelsel

Foto shutterstock / Stokkete

Door Mohammed Mohandis op 28 mei 2014 Delen  

GroenLinks, D66, VVD en PvdA hebben een akkoord bereikt over het studievoorschot. Hierdoor wordt er de komende jaren tot maximaal 1 miljard euro geïnvesteerd in de kwaliteit van onderwijs. Daarnaast zijn er scherpe afspraken gemaakt waardoor het onderwijs toegankelijk blijft voor iedere student. In de eerste plaats wordt de aanvullende beurs voor kinderen van minder draagkrachtige ouders verhoogd. Naast het behouden van de Ov-kaart voor studenten wordt deze ook voor minderjarige mbo-studenten ingevoerd. Daarmee kunnen alle jongeren kosteloos naar hun studie of stage reizen. Tot slot gelden gunstige terugbetalingsregelingen voor afgestudeerden.

Het omzetten van de basisbeurs in een sociaal leenstelsel maakt investeringen mogelijk in bijvoorbeeld kleinere klassen, meer contacturen en betere docenten. Kortom, het studievoorschot borgt de toegankelijkheid en bevordert de kwaliteit van het onderwijs.

Wat betekent het studievoorschot concreet voor studenten?

Nieuwe bachelor- of masterstudenten krijgen vanaf het studiejaar 2015-2016 geen basisbeurs meer (€ 100 voor een thuiswonende student, € 279 voor een uitwonende student). Zij kunnen geld lenen om hun studie te bekostigen, middels het studievoorschot. Waarbij ze tegen sociale voorwaarden geld lenen.

Voor studenten met ouders met tot een modaal inkomen blijft de aanvullende beurs bestaan. Dit is geen lening maar een gift. Deze aanvullende beurs wordt verhoogd met maximaal 100 euro per maand om het hoger onderwijs voor iedereen toegankelijk te houden.

De Ov-jaarkaart voor studenten blijft behouden in de huidige vorm. Minderjarige mbo-studenten krijgen straks ook een Ov-kaart, zodat ook zij kosteloos naar school of stage kunnen reizen. Deze groep had tot nu toe nog geen Ov-kaart en de PvdA maakt zich al jaren sterk voor deze jongeren.

Jongeren die hun ouder niet kennen of om een andere reden geen beroep kunnen doen (de onvindbare en weigerachtige ouders) behouden ook hun aanvullende beurs. Dit was voor de PvdA een harde eis.

Door het studievoorschot kan een student vanaf 2015-2016 tegen gunstige, sociale voorwaarden geld lenen. Na het behalen van hun diploma hebben studenten maximaal 35 jaar doen over het afbetalen, terugbetalen mag sneller en na 35 jaar wordt de restschuld kwijtgescholden.

Afgestudeerden betalen pas terug wanneer zij een inkomen hebben dat hoger is dan het wettelijk minimumloon. Dus dat betekent dat afgestudeerden zonder baan niets hoeven af te lossen. Terugbetalen gaat ook naar draagkracht, hoe meer iemand verdient hoe meer hoger het aflosbedrag. Afgestudeerden betalen nooit meer dan 4% van hun inkomen af en gemiddeld komt het aflosbedrag uit op slechts 1% van hun jaarinkomen;

Afgestudeerden krijgen vijf ‘jokerjaren’ waarin niet terugbetaald hoeft te worden. Ze hebben recht op een terugbetaalpauze, zij kunnen deze jaren zelf inzetten als dat nodig is.

Waarom heeft de PvdA dit akkoord gesloten?

Door het omzetten van de basisbeurs in een sociaal leenstelsel wordt er tot maximaal 1 miljard euro geïnvesteerd in de kwaliteit van ons onderwijs. Dat betekent dat iedere euro die het nieuwe stelsel oplevert direct ten goede komt aan de studenten. Er wordt geïnvesteerd in meer contacturen, de beste docenten en betere begeleiding;

Met het studievoorschot zorgen we er voor dat de de kosten van ons onderwijs eerlijker worden verdeeld. Niet langer maken alle jongeren aanspraak op een beurs, maar we reserveren deze specifiek voor kinderen van ouders die modaal of minder dan modaal verdienen. Aan de overige studenten vragen we om bewust te investeren in hun studie, omdat deze investering zich dubbel en dwars terug betaalt. Met een universitair diploma verdien je namelijk 1,5 tot 2 keer meer dan een mbo-afgestudeerde;

We zorgen voor een eerlijkere en socialere aflossing van de schuld dan in de huidige situatie, afgestudeerden mogen 35 jaar doen over hun aflossing. Gemiddeld betalen zij 1% van hun jaarinkomen af en maximaal betalen zij 4% van hun jaarinkomen af;

Wie krijgt er te maken met het studievoorschot?

Studenten die vanaf het collegejaar 2015/2016 een bachelor of master gaan volgen krijgen te maken met het studievoorschot. Iedere student die in 2014 is begonnen aan zijn bachelor- of masteropleiding ontvangt dus gewoon de basisbeurs gedurende zijn studie.

Blijft de overheid studenten in de toekomst nog financieel steunen?

Ja, de overheid blijft ook met het studievoorschot stevig bijdragen aan de studie van de Nederlandse student. De staat betaalt gemiddeld 6.000 euro per student per jaar. Daarnaast blijft de aanvullende beurs voor jongeren waarvan de ouders minder draagkrachtig zijn bestaan. Het studievoorschot betekent enkel dat we studenten (minder) tegemoet komen in de kosten van hun levensonderhoud, het verschil kan een student lenen of via bijverdienste aanvullen. De bijverdiengrens komt dan ook te vervallen, ook voor studenten met aanvullende beurs.

Maar wat nu als er minder mensen gaan studeren vanwege het studievoorschot?

Dat zal niet gebeuren, want met dit voorstel garanderen we de toegankelijkheid van ons onderwijs. We willen namelijk dat iedereen zijn of haar talent kan ontplooien. Onderzoeken van het Centraal Planbureau en Sociaal en Cultureel Planbureau laten zien dat bijna geen enkele scholier af zou zien van een studie. Enkel sommige mbo-studenten twijfelen over verder studeren, maar voor deze groep jongeren stellen we extra geld beschikbaar. Om ze te stimuleren om een hbo-opleiding te volgen wanneer dit bij hen past. Ook maken we het stapelen van mbo naar hbo of hbo naar universiteit betaalbaarder.

Blijft de aanvullende beurs bestaan?

Ja, die blijft bestaan! Sterker nog, deze wordt behoorlijk verhoogd om jongeren waarvan ouders minder verdienen te stimuleren om vooral te gaan studeren. Concreet betekent dit: iedere jongere waarvan de ouders € 46.000 of minder verdient, heeft recht op een aanvullende beurs. Maximaal is dit € 365 euro per maand. Dit is geen lening maar een gift. Zo zorgen we ervoor dat deze groep jongeren kan blijven studeren. De aanvullende beurs zorgt ervoor dat het hoger onderwijs toegankelijk blijft voor iedereen.

Blijft de Ov-studentenkaart bestaan?

Ja! Studenten houden recht op hun Ov-kaart. Daarnaast geven we minderjarige mbo-studenten straks ook recht op een Ov-kaart. Dat is goed nieuws voor deze groep, zij moesten immers tot nu toe zelf hun reiskosten betalen. De PvdA probeert al jaren om deze groep van een Ov-kaart te voorzien.

Is het wenselijk om jongeren met meer schuld op te zadelen?

Lenen voor een studie is echt iets anders dan lenen voor een vakantie of een auto. Een studie levert meer op dan dat hij kost. Daar heeft een student in principe zijn of haar hele leven voordeel van. Zo blijkt uit onderzoek van het CBS dat iemand met een bachelor- of masterdiploma ongeveer anderhalf à twee keer zoveel verdient dan iemand die een mbo-diploma heeft. Over een hele loopbaan weegt dat ruimschoots op tegen een beperkte studieschuld die tegen sociale voorwaarden afgelost kan worden.

Profiteren studenten al direct van het studievoorschot?

Ja, ook de huidige studenten en de scholieren die vanaf 2015 aan een opleiding beginnen zullen profiteren van de extra investeringen in het onderwijs. Hoewel het studievoorschot pas over enkele jaren geld oplevert hebben we met hogescholen en universiteiten afgesproken dat zij nu al extra investeren in de kwaliteit van het onderwijs. Zij maken 200 miljoen euro beschikbaar voor meer contacturen, de beste docenten en betere begeleiding. Daarnaast krijgen studenten die in 2015 beginnen met een studie een voucher ter waarde van 2.000 euro, deze kunnen zij later gebruiken om onderwijs te volgen. Zo zorgen we er voor dat iedere student profiteert van de invoering van het studievoorschot en de verbetering van de kwaliteit van het onderwijs. Ook geven we afgestudeerden toegang tot het collegegeldkrediet, waardoor ook zij tegen gunstige voorwaarden bij de overheid geld kunnen lenen om bij- of nascholing te volgen.

Wat betekent de studieschuld voor de afgestudeerden die een huis willen kopen?

Het hebben van een studieschuld hoeft geen rol te spelen wanneer je een hypotheek wilt aanvragen. Je studieschuld wordt dan ook niet geregistreerd bij het Bureau Kredietregistratie (BKR). Als banken er wel voor kiezen om te kijken naar de hoogte van je studieschuld dan wegen banken de studieschuld lang niet zo zwaar mee als een normale lening. Sterker nog, de wegingsfactor van studieschulden wordt voor studenten die onder het studievoorschot vallen verlaagd van 0,75% naar 0,45%*. Het bedrag dat je na je studie kunt lenen voor een huis wordt dus hoger. Dit doen banken omdat ook zij inzien dat door de lange aflossingstermijn die we invoeren en het feit dat slechts een kleine percentage (gemiddeld 1%)van het inkomen dat een afgestudeerde verdient hoeft te worden afgelost je ook met een studieschuld genoeg geld over zult houden voor het kopen van een huis. Het krijgen van een hypotheek en kopen van een huis blijft dus voor iedere afgestudeerde mogelijk.

* Hierdoor wordt bij een studieschuld van €10.000 dus verondersteld dat de oud-student een maandlast van €45 heeft in plaats van €75 en wordt de leencapaciteit groter (bron: http://www.nvb.nl/).

Wordt een studieschuld geregistreerd bij het BKR (Bureau Kreditietregistratie)?

Nee. Nu is dat ook niet het geval.

Een verbonden samenleving

Eerlijke spelregels zijn nodig. Zodat grote bedrijven netjes belasting betalen, net als de bakker op de hoek. Zodat we uitbuiting van werknemers aanpakken. En zodat we minder schreeuwen en beter naar elkaar luisteren.

Lees ons verkiezingsprogramma