Succes in strijd tegen onderbetaling, oneerlijke concurrentie en verdringing

Succes in strijd tegen onderbetaling, oneerlijke concurrentie en verdringing

Foto Shutterstock / SergeBertasiusPhotography

Door John Kerstens op 29 maart 2016 Delen  

Nadat ik er al een paar keer kritische Kamervragen over had gesteld, bepaalde vorige week ook de rechter dat de in de transportwereld bekende ‘Cyprusroute’ een schijnconstructie is. Een mooi succes in onze strijd en die van de vakbeweging tegen onderbetaling, oneerlijke concurrentie en verdringing. Zo komt een fatsoenlijke arbeidsmarkt weer een stap dichterbij. Een arbeidsmarkt waarin medewerkers niet worden gezien als noodzakelijke kostenpost waarop zoveel mogelijk wordt bezuinigd, maar als het grootste kapitaal van een onderneming waarin juist wordt geïnvesteerd.

Via radiospotjes en een fraaie website werden transportbedrijven gelokt met de belofte dat ze fors op hun personeelskosten konden besparen. Hoe? Door hun mensen arbeidscontracten te laten tekenen bij een op Cyprus gevestigd ‘uitzendbureau’, dat ze vervolgens weer uitleende aan de eigenlijke werkgever. Op die manier zouden allerlei premies niet hier te hoeven worden betaald, maar kon worden volstaan met het afdragen ervan in Cyprus. En dat is een stuk goedkoper. Dat de desbetreffende chauffeurs daardoor ook veel minder rechten bij bijvoorbeeld ziekte of werkloosheid zouden opbouwen, dat was blijkbaar even minder van belang.

Dat de mannen in kwestie nimmer een voet op Cyprus hadden gezet, daar ook nooit met hun vrachtwagen kwamen, het uitzendbureau in kwestie eigenlijk niet meer dan een ‘brievenbusfirma’ was en er feitelijk helemaal niks veranderde aan de dienstbetrekking van betrokkenen: ook dat deed er niet toe voor de transportbedrijven en het uitzendbureau in kwestie. Voor de rechter deed het er wel toe: de chauffeurs vallen gewoon onder de Nederlandse wetgeving en er moeten dus ook gewoon hier premies voor hen worden betaald.

En zo zette de rechter een streep door de zoveelste schijnconstructie. Dat is mooi, maar er is nog genoeg te doen. Zo bleek dit weekend weer: het grote Mercedes laat z’n peperdure auto’s vervoeren door transportbedrijven die hun Oost-Europese chauffeurs 200 euro per maand betalen, plus 17 cent per kilometer. Daar moet dan nog wel elke maand 100 euro vanaf voor de gezamenlijke pot waaruit chauffeurs de schade aan hun wagen zelf moeten betalen.

Juist om aan situaties als deze een eind te maken, heb eerder gepleit voor het uitbreiden van de Wet Aanpak Schijnconstructies naar de transportsector. De in die wet geregelde ketenaansprakelijkheid zorgt er namelijk voor dat opdrachtgevers als Mercedes niet langer de andere kant kunnen opkijken. Twee weken geleden was het ook al raak: Nederlandse werknemers werden gedumpt voor zwaar onderbetaalde Roemeense lassers. Ook daartegen ben ik in het geweer gekomen.

Tenslotte: zowel in eigen land als in Europa lopen we als PvdA voorop in het aanpakken van onderbetaling, oneerlijke concurrentie en verdringing bij de inzet van buitenlandse arbeidskrachten. Binnenkort debatteer ik in de Kamer over de Wet Arbeidsvoorwaarden Gedetacheerde Werknemers in de Europese Unie. Die maakt controle van de regels eenvoudiger, onder meer door het introduceren van een meldingsplicht, ook voor zzp’ers. Op aandrang van minister Asscher presenteerde de EU onlangs een aantal verbeteringen in de Europese regelgeving en ook die zullen we op korte termijn bespreken. Gaan ze niet ver genoeg, dan moet Nederland zelf een tandje bijzetten om misbruik van regels zoals bijvoorbeeld in de scheepsbouw aan te pakken. Gelijk loon voor gelijk werk is van levensbelang, voor alle werknemers en voor een fatsoenlijke arbeidsmarkt.

Delen: