Groei, banen en toekomstperspectief

Groei, banen en toekomstperspectief

Door Diederik Samsom op 24 mei 2012 Delen  

We voeren vandaag het verantwoordingsdebat formeel over 2011. Maar met de val van het kabinet is het feitelijk een verantwoordingsdebat over de regeerperiode van het kabinet-Rutte. Een periode van bijna twee jaar doormodderen met de gedoogconstructie van VVD, CDA en PVV. De Nederlandse economie is vorig jaar tot stilstand gekomen. Dat is de verantwoording over 2011 in een zin samengevat.

Groei. Banen. Toekomstperspectief. Dat is de agenda van de Partij van de Arbeid. Onze uitdaging is om de economie weer aan de praat te krijgen. En dat kan. We zijn nog altijd een land met ongekende mogelijkheden. Maar om dat te zien, moet de blik omhoog, weg van de navel en op naar de toekomst. Onze toekomst. En belangrijker, de toekomst van onze kinderen.

Verantwoordingsdebat, 24 mei 2012.

Mevrouw de voorzitter,
‘Wij zouden een economie kunnen zijn, die in Nederland sneller groeit dan in omliggende landen als Duitsland of België of Engeland.’

Deze woorden sprak premier Rutte bij de presentatie van het gedoog- en regeerakkoord op 30 september 2010. Twee jaar later kijkt Nederland vertwijfeld naar de ruines van deze voorspelling. Nederland is in een recessie beland.

De voorspeller zelf probeert er– geheel in lijn met zijn opgeruimde karakter – nog een draai aan te geven. Hij zocht en vond voor zijn verantwoordingsbrief het understatement van het jaar en schreef over de toestand van de Nederlandse economie: ‘Het herstel hield in 2011 niet aan.’

Voor de onversneden beschrijving van de werkelijkheid moet je ditmaal – tot mijn niet geringe verbazing – bij de vice-premier zijn, zo blijkt. Die draaide er in zijn jaarverslag, van het ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, niet omheen. Ik citeer: ‘De Nederlandse economie is in 2011 tot stilstand gekomen.’ Kijk, dat is de verantwoording over 2011 in een zin samengevat.

Voorzitter,
We voeren vandaag het verantwoordingsdebat formeel over 2011. Maar met de val van het kabinet is hetfeitelijk een verantwoordingsdebat over de regeerperiode van het kabinet Rutte. Een periode van bijna 2 jaar doormodderen met de gedoogconstructie van VVD, CDA en PVV.

Twee jaar waarin de premier waarschuwing na waarschuwing negeerde en lachend verder wandelde op de doodlopende weg.

Twee jaar waarin de Nederlandse economie het moeras werd ingetrokken, terwijl de ons omringende landen economisch opveerden.

Twee jaar van rancuneus rechts begrotingsbeleid waarin groei, banen en perspectief het af moesten leggen tegen een kale bezuinigingsobsessie.

En twee jaar waarin het door de premier omschreven ‘snoeien om te groeien’ is uitgelopen op een voor vele Nederlanders desastreus ‘snijden om te lijden’.

Voorzitter,
Het is dus hoog tijd voor verantwoording. Op alle fronten doet Nederland het namelijk slechter dan de ons omringende landen. Terwijl de landen om ons heen economisch groeien, krimpt de Nederlandse economie.

Het vertrouwen van consumenten – van de mensen om ons heen, buren, vrienden – is sinds begin 2011 sneller gedaald dan waar dan ook in Europa. Een daling van ongekende omvang, zonder enig precedent in de geschiedenis van ons land.

En terwijl in de buurlanden de werkloosheid daalt, stijgt de werkloosheid hier. En snel, zeker onder jongeren en ouderen. De cijfers van vandaag zijn  ontluisterend. Bijna 500.000 mensen zitten momenteel thuis, alleen al in de afgelopen maand kwamen er 24.000 bij. In 24.000 extra gezinnen schuift er ’s avonds iemand aan tafel aan die geen werk meer heeft.

Ik vraag de premier dus hier en nu: hoe verklaart u dat ons land er na twee jaar onder uw leiding zo beroerd voor staat? En wat is er overgebleven van uw idee dat ons land sneller zou kunnen groeien dan landen om ons heen? En wat is er overgebleven van de ‘banenmotor’, zoals u uw regeer- en gedoogdakkoord noemde?

Eén verklarende factor die deze premier graag hanteert, kunnen we alvast wegstrepen: onze open economie. Aan onze export ligt het niet. Het probleem van onze economie is een binnenlands probleem. Door het volstrekte gebrek aan vertrouwen in onze economie, houden bedrijven en burgers de hand op de knip. Ook het Financieel jaarverslag van het Rijk erkent dit volmondig. Hier lezen wij: ‘Opvallend is het snelle en bestendige herstel van de uitvoer na de economische crisis van 2008 en 2009. Deze bevindt zich in 2011 ruim boven het niveau van voor de crisis. Dit geldt echter niet voor binnenlandse private bestedingen: consumptie en met name investeringen zijn nog niet hersteld van de crisis.’

De cijfers in het jaarverslag spreken boekdelen. Deze regering krijgt het overheidstekort niet onder controle, niet omdat het te veel uitgeeft, maar door de enorme tegenvallende inkomsten. Bijna 8 miljard bruto minder dan geraamd. Minder vennootschapsbelasting, minder loonbelasting, minder BTW-opbrengsten en minder overdrachtsbelasting. Laag consumentenvertrouwen is daar debet aan, maar ik heb de regering in de jaarverslagen hiervoor geen verantwoording zien afleggen. Alsof consumentenvertrouwen een natuurverschijnsel is, een regenbui, waar geen regering iets aan kan doen.

Het consumentenvertrouwen daalt niet zomaar tot historisch lage proporties. Het is niet iets wat deze regering is overkomen. En het is niet zomaar het gevolg van de wereldwijde crisis, want andere landen hadden ook te maken die crisis en doen het beter.

De Europese Commissie speelt gelukkig geen verstoppertje. Zij vindt de verklaring voor het lage consumentenvertrouwen – ‘hovering near historical lows’ – in de vastzittende huizenmarkt – het taboe van het kabinet, de achterblijvende lonen – een maatregel van het kabinet, de hogere belastingen –door het kabinet opgelegd – en de invloed van de bezuinigingen – het vlaggenschip van het kabinet.

De premier zat met zijn gedoogconstructpolitiek op een doodlopende weg, en economisch in een vicieuze cirkelredenering: bezuinigen leidt tot diepere recessie, leidt tot grotere tekorten, leidt tot meer bezuinigingen. Ziedaar het recept Rutte, niet alleen niet lekker, ook nog eens niet voedzaam.

Voorzitter,
32%, de daling van het consumentenvertrouwen, 3 van de 10 mensen van wie de hypotheekschuld groter is dan de waarde van de woning, ruim 7000 failliete bedrijven. Dat zijn de cijfers. En achter die cijfers zitten mensen. Op de markt in Amsterdam Zuid-Oost. Waar marktkooplui je haarfijn kunnen vertellen dat er aan die 32% nog geen eind gekomen is, zij zien het vertrouwen nog iedere dag verder afnemen. Aan de deur in Sneek, waar een alleenstaande vader vertelde over de enorme restschuld die nu op hem rust na gedwongen verkoop van woning door verlies van baan. En bij bijeenkomsten zoals in Leeuwarden. Een mevrouw, een kleine middenstandster, vertelde mij met tranen in haar ogen dat zij niet meer weet hoe zij het hoofd nog boven water moet houden.

Wat vertelt de premier deze mensen, vraag ik hem? Welke boodschap zou hij ze geven? Wat heeft hij voor hen in petto? De verdubbeling van het eigen risico in de zorg te of het invoeren van liggeld voor het ziekenhuis? Waardoor de klanten op de markt van Ganzenhoef nog koopschuwer worden, omdat ze bang zijn anders die kosten niet kunnen opbrengen? Of de maatregelen op de woningmarkt die de doorstroming nog verder zullen belemmeren? Of dat hij de BTW gaat verhogen waardoor middenstanders de volgende klap kunnen verwachten?

Denkt de premier werkelijk dat dit een boodschap is waarmee hij het vertrouwen van Nederlanders herstelt en Nederland verder helpt, voorzitter? Als hij – en de vier partijen die deze maatregelen bedachten – dat al dacht is ie gister uit de droom geholpen door het CBS: En alweer daalde het vertrouwen; de marktkoopmannen hadden het goed gezien. Oorzaak volgens het CBS: de maatregelen uit het Lenteakkoord.

Ik moet tot mijn spijt constateren dat zo doof als de premier was voor de waarschuwingen over de instabiliteit van zijn gedoogconstruct, zo blind is bij voor het falen van zijn economische recept. En dus draait hij lachend nog een rondje in de vicieuze cirkel. En ditmaal draaien CDA, CU, D66 en GL met hem mee.

Onnodig, onrechtvaardig en onverstandig.

De nominale verhoging van eigen risico’s en eigen bijdragen in de zorg zijn onrechtvaardig en onnodig, omdat er een inkomensafhankelijke variant bestaat. De snelle verhoging van de AOW leeftijd is onrechtvaardig voor de pre-prensioener die opeens wordt geconfronteerd met een inkomensgat dat hij niet meer kan goedmaken En de verhoging van de BTW is onverstandig, nu juist consumentenbestedingen aangejaagd moeten worden, niet afgeremd. Het akkoord dat vorige maand werd gesloten verlengt de recessie van Nederland en verdiept daarmee de problemen van Nederlanders.

Nederland heeft iets heel anders nodig. Groei. Banen. Toekomstperspectief. Dat is de agenda van de PvdA.

Onze uitdaging is om de economie weer aan de praat te krijgen. En dat kan. We zijn nog altijd een land met ongekende mogelijkheden. Maar om dat te zien, moet de blik omhoog, weg van de navel en op naar de toekomst. Onze toekomst. En belangrijker, de toekomst van onze kinderen.

Die toekomst vraag nu om investeringen in innovatie en onderwijs, in vaklui en in ingenieurs, zodat we straks Made in Holland producten kunnen exporteren.

Die toekomst vraagt om een financiële sector die het bonusdenken achter zich laat en dienstbaar is aan de reële economie, een financiële sector die bedrijven, ook kleine bedrijfjes, weer krediet verleent, zodat zij de banenmotor van onze economie kunnen blijven vormen.

En die toekomst vraagt om investeringen in duurzame energie en infrastructuur, zodat we straks een nieuwe energievoorziening hebben, wanneer de oude opraakt. En bovendien nieuwe banen creëren waar oude verdwijnen, nieuwe groei realiseren, waar de oude stilvalt.

Wie gaat kijken brainport Eindhoven, in Food Valley Wageningen, in het noorden bij EnergyVally, maar ook op al die plekken waar metaalbedrijven, transportondernemingen en creatieve ondernemers de Nederlandse economie draaiende houden en werkgelegenheid realiseren op alle niveaus, die realiseert zich hoeveel kansen Nederland heeft om zich te ontworstelen aan de grauwsluier van deze recessie. Maar die kansen worden niet vanzelf benut. Dat vraagt om een overheid die actief meedoet in die regionale samenwerkingssuccessen. Een overheid die soms dwingend een richting voorschrijft, richting een duurzame
economie en zo nieuwe groei aanjaagt. Het laatste wat we nodig hebben is een overheid die er eigenlijk niet wil zijn.

We hebben juist nieuwe betrokkenheid nodig. Leg een elektriciteitsnet op zee aan om offshore energiewinning te ontsluiten, investeer in nieuwe projecten voor biogrondstoffen, maak de ontwikkeling van elektrisch vervoer mogelijk. Realiseer een nieuwe trotse vorm van nationale industriepolitiek in Europese context. Want laat een ding duidelijk zijn. We hebben die Europese context hard nodig. Een Europa dat groeit, laat Nederland groeien. Een Europa dat werkt, laat Nederland weer werken.

Voorzitter,
Gisteren sprak ik daarover met Europese sociaaldemocratische premiers, ministers en partijleiders. We maakten afspraken over een gezamenlijke agenda voor groei en werkgelegenheid. Een agenda die steeds meer weerklank vindt. En terecht. De eenzijdige bezuinigingsagenda is immers failliet: politiek failliet, economisch failliet en sociaal failliet. In Zuid Europa bereikt de jeugdwerkloosheid nu percentages van 50%, een hele generatie groeit daar op zonder perspectief. En voorzitter, ik snap nog dat er verschillend wordt gedacht over Europese samenwerking, maar wat ik niet snap, is dat een welvarend continent als laat
gebeuren dat jonge mensen het zicht op de toekomst wordt ontnomen. En dus ben ik blij met de verkiezing van Hollande, ben ik blij met de aaneenrijging van overwinningen van de SPD in Duitsland in deelstaatverkiezingen. Het betekent dat er ruimte komt voor een nieuwe visie. Eentje die de Europese jeugd wel hoop biedt.

Ook in Nederland kan er ruimte komen voor een nieuwe visie. Op 12 september. Die verkiezingen gaan uiteindelijk niet over de Euro, of de EU, over de BTW of over de AOW. De verkiezingen gaan in essentie over de keuze tussen twee visies op hoe we het Nederland van onze kinderen willen vormgeven. Wordt het een land dat zich achter de dijken terugtrekt, waarin de overheid zich terugtrekt en dat probeert de concurrentie aan te gaan op de laagste lonen, de flexibelste arbeidscontracten, de karigste publieke voorzieningen of het snelste flitskapitaal? Een land waarin het ieder voor zich is?

Of kunnen we onze kinderen met trots een open samenleving nalaten, waarin we meer zijn dan een verzameling individuen, en dat concurreert op kracht, op het beste onderwijs, op sociale arbeidsrust, op een degelijke financiële sector en hoogwaardige infrastructuur. Een land waarin we samen de cruciale voorzieningen opbouwen waardoor iedereen de kans krijgt het beste uit zichzelf te halen?

Voorzitter, de PvdA heeft gekozen. De premier ook. Nu de kiezer nog.

Delen:

Een verbonden samenleving

Eerlijke spelregels zijn nodig. Zodat grote bedrijven netjes belasting betalen, net als de bakker op de hoek. Zodat we uitbuiting van werknemers aanpakken. En zodat we minder schreeuwen en beter naar elkaar luisteren.

Lees ons verkiezingsprogramma