Rwanda: ruim vijftien jaar na de genocide

Rwanda: ruim vijftien jaar na de genocide

Door Martijn van Dam op 9 januari 2010 Delen  

Ik ben op de terugweg van een reis met de Kamercommissie voor Buitenlandse
Zaken naar Congo en Rwanda. Een indrukwekkende reis. Eigenlijk heeft alles wat
ik deze week gezien en gehoord heb te maken met de genocide van 1994 in Rwanda.

Na jaren van oplopende spanningen vermoordden extremistische hutu’s in drie
maanden tijd bijna een miljoen mensen, voornamelijk tutsi’s, maar ook gematigde
hutu’s die zich verzetten tegen de genocide. Ons werkbezoek aan Congo en Rwanda
sloten we vanmorgen af met een bezoek aan het genocidemuseum in Kigali, waar we
nogmaals geconfronteerd werden met de wreedheden van ruim vijftien jaar geleden.
In het museum werd ook aandacht gevraagd voor het feit dat de VN-militairen en
andere westerse troepen de genocide hadden kunnen voorkomen, maar de Rwandezen
in de steek lieten op het slechtst denkbare moment.

Rwanda maakt intussen een stormachtige ontwikkeling door. Onder heerschappij
van president Kagame streeft het land naar zoveel mogelijk eenheid en consensus
en wordt gewerkt aan economische ontwikkeling. Wie de grens van Congo naar
Rwanda oversteekt, merkt het meteen. Van de chaos en rotzooi van Congo, betreed
je in seconden tijd het asfalt van het schone, keurige Rwanda. Plastic tassen
zijn zelfs verboden om het afval op de straat te voorkomen. De economie groeit
in behoorlijk tempo. Er is relatief weinig corruptie en het landbestuur houdt
zich aan afspraken. Rwandezen hebben inmiddels een zorgverzekering en er is
onderwijs voor iedereen. Fascinerend.

Dat alles gaat gepaard met een lichte repressie en beperkingen aan
democratische vrijheden. Het zette me aan het denken. Valt het in een land als
Rwanda met deze geschiedenis en in de wetenschap dat de ideologie van
extremistische hutu’s nog steeds leeft, te begrijpen dat men vrijheid van
meningsuiting en democratische vrijheid enigszins inperkt?

Vorig jaar staakte Nederland de begrotingssteun aan Rwanda toen uit een
VN-rapport naar voren kwam dat Rwanda mede verantwoordelijk was voor de
instabiliteit in Oost-Congo. Die maatregel was terecht. De situatie is inmiddels
echter veranderd met de arrestatie van Nkunda en de integratie van de CNDP
(tutsi-rebellen) in het Congolese leger. Het ligt voor de hand om met minister
Koenders te spreken over hervatting van de begrotingssteun. Er is bijna geen
land in Afrika dat zich zo goed aan zijn (ontwikkelings)afspraken houdt als
Rwanda.

Congo

De situatie in Oost-Congo heeft alles te maken met de genocide in Rwanda.
Hutu’s vluchtten in 1994 naar Congo uit angst voor represailles van de
uiteindelijk sterkere tutsi’s. Daar is hen jarenlang wijsgemaakt dat het leven
in Rwanda niet veilig zou zijn. Hutu’s die terugkeren uit de jungle van Congo
kijken hun ogen uit. Extremistische hutu’s vormden een rebellenleger in
Oost-Congo, de FDLR, geleid door harde kern genocidairs. Ze verdienen geld met
mijnbouw en handel in grondstoffen. Om die reden bezochtten we in Congo niet
alleen ontwikkelingsprojecten en de VN-vredesmacht MONUC, maar ook een
handelshuis in grondstoffen.

Onder meer met steun van Nederland wordt hard gewerkt om de
grondstoffenhandel transparant te maken. Uiteindelijk zal een
certificeringssysteem voor mijnen en tussenhandel noodzakelijk zijn, net zo goed
als de winning van diamanten een zogenaamd Kimberley-certificaat vereist. Dat
proces gaat mij niet snel genoeg. Hoe lang moet het nog duren voordat wij geen
apparaten op de Nederlandse of Europese markt meer willen toelaten waarvan de
grondstoffen niet gewonnen zijn in legale, nette mijnen? Nu garandeert geen
enkele fabrikant van elektronica, ook niet de providers van mobiele telefonie,
dat het gebruikte tin, tantalum of wolfraam in de apparaten niet gewonnen is
door rebellen en zodoende de oorlog in Oost-Congo financiert.
Die oorlog is nog lang niet over. Er wordt dagelijks gevochten in de jungles van
Oost-Congo, hoofdzakelijk in Noord en Zuid-Kivu. Wij brachten aan deze twee
provincies een bezoek en zagen hoe met Nederlands ontwikkelingsgeld voorzichtig
de landbouw en economie wordt opgebouwd en vooral hoe gerechtigheid en hulp aan
slachtoffers wordt ondersteund. Zo zagen we hoe Congolese militairen worden
getraind om hen bewust te maken wat verkrachting voor de slachtoffers betekent.
En we spraken verschillende hulporganisaties die zich inzetten voor de opvang
van slachtoffers van seksueel geweld. Verkrachting en andere vormen van seksueel
geweld komen veel voor in Oost-Congo. In het eerste half jaar van 2009 meer dan
12.000 keer. Daders zijn zowel rebellen als officiële Congolese militairen.

De VN-vredesmacht MONUC heeft een ruim mandaat om burgers te beschermen. Toch
gebeurt dat onvoldoende. MONUC heeft ongeveer 16.000 mensen in Congo. In
Afghanistan zitten komend jaar zeker 130.000 buitenlandse militairen. MONUC
wordt bovendien bemand door Pakistanen, Uruguayanen, Indiërs en Bangladeshi. Er
zijn nauwelijks westerse troepen actief.
Na deze reis naar Congo ben ik er van overtuigd dat de bevolking van Oost-Congo
de bescherming van VN-troepen keihard nodig heeft. Het zou goed zijn als
westerse landen, Nederland voorop, een grotere bijdrage zouden leveren aan
VN-operaties. Congo kan de kennis en kwaliteit van westerse troepen goed
gebruiken. De bescherming van VN-troepen moet gepaard blijven gaan met training
van het Congolese leger om te zorgen dat die op een fatsoenlijke manier zelf de
veiligheid gaan handhaven in Congo, en ontwikkelingsprojecten die zorgen voor
economische ontwikkeling, gerechtigheid en respect voor mensenrechten.

Congo is een prachtig land en het oosten heeft minstens zoveel potentie als
Rwanda. Maar zonder hulp van de internationale gemeenschap komt het land er niet
bovenop. Alle reden voor blijvende, en wellicht in de toekomst zelfs een grotere
Nederlandse betrokkenheid.

Delen: