Rotterdam houdt links ideaal hoog

Rotterdam houdt links ideaal hoog

In Rotterdam wordt het oude linkse ideaal hoog gehouden dat iedereen een
zinvolle bijdrage kan leveren aan de samenleving. Dat is de kern van mijn
opiniestuk dat de Volkskrant publiceerde.

Hieronder het volledige artikel zoals dat verscheen in de Volkskrant van 21
januari:

In zijn column ‘De sloop van de bijstand’ (Forum, 14 januari) geeft Marcel
van Dam een reactie op mijn voorstel om Rotterdamse wijken werkloosheidsvrij te
maken. Van Dam stelt dat mensen in de bijstand de vaardigheden missen om betaald
werk te verrichten en ze desondanks verplicht worden dit toch te doen, op
straffe van intrekking van hun uitkering. Dat is dwangarbeid en vernedering van
mensen zo stelt hij.

Tegelijkertijd erkent hij dat het overgrote deel van de mensen in de bijstand
wel degelijk wil werken (92 procent volgens het SCP) en dat in het verleden veel
te weinig aandacht is geweest voor het activeren van deze mensen.

De hoofdvraag die Van Dam stelt is of er een humane manier is om mensen die
niet in staat zijn volledig betaald werk te verrichten toch aan de slag te
krijgen.

In Rotterdam zien we ons al langer voor dit vraagstuk gesteld. Van de grote
steden kent Rotterdam het hoogste aandeel laagopgeleiden en arbeidsinactieven.
Vanaf 2006 hebben we een omslag gemaakt waarbij twee punten centraal staan: 1.
Richt je op de kracht van mensen in plaats van op beperkingen. Iedereen kan
iets. En 2. Erken dat niet iedereen 100 procent arbeidsproductief kan zijn.

Vanuit deze uitgangspunten is een nieuwe werkwijze ontwikkeld waarbij samen
met de persoon wordt gekeken naar een haalbare vorm van arbeidsparticipatie. We
leggen de lat hierbij hoog, maar accepteren dat het niveau van participatie per
individu verschilt. Ook wordt na verloop van tijd bekeken of er verdere
ontwikkelingsmogelijkheden zijn. Voor de één betekent dat het volgen van een
cursus Nederlands of vrijwilligerswerk voor 4 uur per dag. Voor de ander het
volgen van een leer-werktraject of het werken bij een bedrijf met een
loonkostensubsidie.

In elk van deze gevallen is er geen sprake van 100 procent
arbeidsproductiviteit, dat wil zeggen dat iemand met het geleverde werk niet
zijn eigen salaris kan terugverdienen. We kiezen ervoor dat deel dat iemand niet
‘rendabel’ is door de overheid te laten betalen. Oftewel, een reumapatiënt in de
bijstand die maar voor 40 procent productie levert, wordt toch voor 100 procent
betaald. Zo wordt het gat gedicht tussen volledig inactief zijn met een
uitkering en volledig marktconform werken.

Anders dan Van Dam betoogt, maken wij de wijken hiermee niet bijstandsvrij,
maar vrij van werkloosheid en inactiviteit. Iedereen kan iets en iedereen doet
iets. De bijstandsgelden worden benut om mensen te laten participeren.

De manier waarop we dit doen, is niet zo kil en koud als Van Dam beweert.
Nogal wat mensen in de bijstand kennen een stapeling van problemen. Juist zij
worden geconfronteerd met loketten en formulieren en weten dikwijls niet waar
zij hulp kunnen halen.

Daarom wachten wij niet tot mensen bij een loket komen, maar zoeken we hen
thuis op. Zonodig wordt hulp geboden om het huishouden weer op orde te krijgen,
schulden te saneren of sociaal-medische problemen op te lossen. Pas als
stimulering en aanpassing van de situatie niet werkt, wordt er meer druk
uitgeoefend om mensen te bewegen aan de slag te gaan. Het stoppen van de
uitkering is daarbij het einde van een proces, niet de start.

Wat Van Dam zich ook niet lijkt te realiseren, is dat we het ons niet kunnen
veroorloven zoveel mensen onnodig aan de kant te laten staan. Niet omdat ze een
kostenpost zijn, maar omdat ze ook een zinvolle bijdrage kunnen leveren aan een
vitale samenleving waarin iedereen meetelt en meedoet.

Het is jammer dat de oude Van Dam dit krachtige linkse ideaal is kwijtgeraakt
en door teleurstellingen uit het verleden oude oplossingen die niet hebben
gewerkt, blijft verdedigen. Alle idealisme moet juist worden aangewend om mensen
die langdurig aan de kant staan, weer perspectief te bieden op een betere
toekomst.

Delen: