Vragen over regulerende taken rond kernenergie

Vragen over regulerende taken rond kernenergie

Door Diederik Samsom op 26 oktober 2010 Delen  

Het lijkt erop dat de minister van Economie, Landbouw en Innovatie (ELI) zich
bezig gaat houden met het reguleren van kernenergie. Volgens verschillende
internationale verdragen is dit niet toegestaan, omdat dit ministerie
tegelijkertijd over het faciliteren van kernenergie gaat. Ook mij lijkt het
verstandig dat het ministerie dat kernenergie mogelijk wil maken, niet hetzelfde
ministerie is dat de veiligheid in het oog houdt. Ik heb Kamervragen gesteld om
duidelijk te krijgen of dit inderdaad het geval is en hoe het kabinet dit rijmt
met de internationale verdragen.

Hieronder mijn vragen aan de Minister President en de ministers van
Economie, Landbouw en Innovatie en van Infrastructuur en Milieu.

1. Betekent de formulering “Onze Minister van Economische Zaken, Landbouw en
Innovatie wordt belast met de behartiging van de aangelegenheden op het terrein
van energie”, uit het ‘ Besluit houdende opheffing van de Ministeries van
Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer en van Verkeer en
Waterstaat en instellingen van een ministerie van Infrastructuur en Milieu’
(10.002841) dat de taken op het gebied van de kernenergiewet naar het Ministerie
van ELI gaan?

2. Zo ja, hoe verhoudt die nieuwe indeling zich tot de artikelen 8 lid 2 van
het Verdrag inzake Nucleaire Veiligheid en artikel 5 lid 2 van de Euratom
richtlijn nucleaire veiligheid, waarin is vastgelegd dat er een scheiding van
taken moet zijn tussen het regulerende lichaam en andere lichamen of
organisaties die zich bezighouden met de bevordering of het gebruik van
kernenergie?

3. Klopt het dat de taken op het gebied van de kernenergiewet per 1 juli 1999
juist van het Ministerie van Economische Zaken naar het Ministerie van VROM
waren overgedragen, vanwege de verplichte scheiding op grond van het Verdrag
inzake Nucleaire Veiligheid?

4. Indien het antwoord op vraag 3 ontkennend luidt, waarom vermeldt het
betreffende overdrachtsbesluit (Stb, 1999, 275) het Verdrag dan expliciet als
reden?

5. Indien het antwoord op vraag 4 bevestigende luidt, wat is er sinds 1999
veranderd aan de internationale verdragen dat terugdraaien van de scheiding in
de ogen van de regering mogelijk maakt?

6. Bent u bereid om het besluit 10,002841 te wijzigen om de
verantwoordelijkheden inzake de kernenergiewet weer in lijn met de in vraag 2
genoemde verdragen te brengen? Zo nee, bent u dan bereid de IAEA te verzoeken
hun oordeel te geven over de nieuwe indeling en bijbehorende bevoegdheden inzake
de kernenergiewet en dit oordeel aan de Kamer te doen toekomen?