PvdA moet socialer zijn

PvdA moet socialer zijn

Door De Redactie op 8 oktober 2009 Delen  

PvdA-lid Henk Licher mist binnen de PvdA het fundamentele debat dat voor een
politieke beweging even nodig als eten en drinken voor het dagelijks leven. Er
ontbreekt ook überhaupt een visie op de positie van ouderen in onze maatschappij
met de vraag of het niet beter is om deze maatschappij aan de ouderen aan te
passen dan andersom. Een opiniestuk.

‘Het is onmiskenbaar: de PvdA stevent op een diep gat af.  Het tekent zich
publiek af in de peilingen,  maar het was eerder zichtbaar in de  futloze staat
van de afdelingen, de onzichtbaarheid van ons bestuur, de  slapte van het
inhoudelijk-politieke  debat, de wisselkoers in het parlement en het onvaste
openbare optreden van onze mensen.

Telkens als onze politieke voormensen over de slechte peilingen spreken
klinkt daar teleurstelling in door. Over zichzelf? Nee, teleurstelling omdat de
‘mensen in het land’ niet goed begrijpen dat de PvdA het zo goed met ze voor
heeft en dat juist deze partij ervoor zorgt dat het beleid van de regering een
sociale kleur heeft. Zo bezien ligt het dus aan de mensen en niet aan de partij.
Een stap verder en we horen onze politici zeggen dat ze het land ingaan om het
allemaal nog eens goed uit te leggen. Maar wat als de mensen in het land het
juist heel goed begrijpen en  onze partij er volkomen naast zit?

Sinds per lezing van Wim Kok, welhaast als oekaze aan de partij verboden is
fundamenteel over de sociale grondslag en inrichting van onze maatschappij na te
denken, is het akelig stil geworden.  Immers, dat denken was een te grote
hindernis voor het uitvoeren van praktische politiek en hinderde de partij in
haar Haagse salonfahigkeit, het wrijvingsloos aanschuiven bij de politieke
stromingen die de status quo in de samenleving willen handhaven. Maar sociale
politiek is niet het aandraaien van schroeven en moeren in de machine van een
maatschappij die asociaal functioneert.

Bij gebrek aan fundamenteel debat (ja inderdaad, het verboden woord
ideologisch dient zich hier aan) is er ook geen fundament voor sociale politiek
Dat gemis uit zich in de organisatie, de beleidskoers en het publiek optreden
van onze partij. Want wat bindt ons eigenlijk? En laten wij ons niet vergissen:
die ontbinding van het denken over de inrichting van de maatschappij  voelen de
mensen -de kiezers- heel goed aan.

Politiek inhoudelijk en bewogen debat verwarmt de harten; dat was de grote
aantrekkingskracht van Den Uyl. Wars van presentatie en uiterlijkheid op zoek
naar de grenzen van de opvattingen binnen de partij. Hij lokte uit en trachtte
die te verenigen en in praktische politie om te zetten. Dat ging gepaard met het
nodige geruis en geloei en dat maakte de partij nu juist tot een interessante
politieke beweging waar je bij wil horen en aan mee wil doen. Het besef dat
ongewenste bestaande  structuren kunnen worden veranderd door politiek optreden.

Dit ideologische debat is voor een politieke beweging even nodig als eten en
drinken voor het dagelijks leven. Maar laten wij ons niet vergissen, deze
inhoudelijke armoede werkt ook direct door in de dagelijkse politiek. Het
onbegrijpelijke van zeven miljard voor de aanschaf van een vliegwapen, twee keer
het bedrag dat nu inzet van de AOW is. Vraag het de mensen op straat. De woede
in het gesprek over de AOW. De manier waarop onze partij zich hierin opstelt is
tekenend voor de armoede van het sociaal denken. Er ontbreekt elke visie op de
manier waarop wij het werk in onze maatschappij organiseren en welke rol daarin
aan de ouder wordende mens toevalt. Er ontbreekt dus ook überhaupt een visie op
de positie van ouderen in onze maatschappij met de vraag of het niet beter is om
deze maatschappij aan de ouderen aan te passen dan andersom.

De pijnlijke uitvlucht wordt nu het ‘ontzien’ van de mensen met zware
beroepen. Maar dat maakt het alleen maar erger. Het beledigt ook nog al diegenen
die in een lichte  omgeving, een zwaar beroep uitoefenen, want wat is immers een
zwaar beroep? Een classificatie is willekeurig en discriminerend, sluit mensen
uit, wekt boosheid die zich vervolgens ontlaadt in sociaal cynisme. Maar
blijkbaar wil men het debat ter kalmering van de gewekte weerzin  reduceren tot
dit probleem. Dat illustreert de armoede van het denken over werk, mens en
maatschappij. Met als oorkwetsende klap op de vuurpijl de nonchalante opmerking
van Wouter Bos dat het zware werk maar moet worden afgeschaft. Inderdaad, zoals
al het leed in de wereld…Ja, als het toch zo eens zou kunnen, dan  is er
inderdaad geen sociale beweging nodig.

Heel praktisch nu: De PvdA doet er goed aan geen ingrepen toe te staan in de
AOW en de ruimte te nemen om eerst een degelijk inhoudelijk beeld op te bouwen
over de rol van ouderen , werk en inkomen, in een maatschappelijke samenhang
waarvoor de partij verantwoordelijkheid wil dragen.  De AOW- kuil is nu nog te
ontwijken.’

Henk Licher

Delen: