Publieke taak is publieke zaak

Publieke taak is publieke zaak

Door André Postema op 21 januari 2014 Delen  

Dinsdag 21 januari debatteert de Eerste Kamer met de ministers Blok, Plasterk en Dijsselbloem over de bevindingen en aanbevelingen van de Parlementaire Onderzoekscommissie Privatisering en Verzelfstandiging van overheidsdiensten, zoals opgetekend in het rapport “Verbinding verbroken?”. Deze titel is veelzeggend, aangezien de talrijke verzelfstandigingen en privatiseringen van de afgelopen decennia er toe hebben geleid dat veel mensen niet weten waarvoor de overheid nu nog wel en waarvoor zij niet verantwoordelijk is. Het resultaat is vervreemding, maatschappelijk onbehagen en onvrede over de politiek.

Tegelijkertijd is het onjuist hieraan de conclusie te verbinden dat verzelfstandiging of privatisering van overheidsdiensten een slechte zaak is. Er zijn talrijke voorbeelden waarin dit juist heel goed is uitgepakt, zoals bij de verzelfstandiging van de Nederlandse universiteiten en de Informatie Beheer Groep en de privatisering van Hoogovens en DSM. Het probleem is veeleer dat daar waar er sprake is van falende dienstverlening, zoals nogal eens bij de Nederlandse Spoorwegen, of “affaires” zoals bestuursconflicten (Centraal Orgaan opvang asielzoekers) en bezoldigingskwesties (diverse woningbouwcorporaties), het voor burgers en politici niet zelden volstrekt onduidelijk is wie hierop nu eigenlijk aanspreekbaar is.

De Parlementaire Onderzoekscommissie concludeert dan ook in haar rapport dat de publieke belangen die met deze dienstverlening worden gediend onvoldoende helder zijn en dat ook de borging hiervan nogal eens onder de maat is. Zij roept dan ook op tot een brede (her)weging van deze publieke belangen en een betere borging. Het kabinet heeft schriftelijk reeds laten weten effectieve borging van publieke belangen bij verzelfstandigingen en privatiseringen als essentieel te beschouwen. En daartoe ook transparanter richting het parlement te zullen opereren. Eind goed al goed. Of gaat dit te snel?

Er zijn nogal wat redenen om de vermeende overeenstemming over de bevindingen en aanbevelingen van de Parlementaire Onderzoekscommissie met de nodige scepsis te bezien. De belangrijkste is wel dat het onduidelijk blijft wat nu precies die publieke belangen zijn en hoever de verantwoordelijkheid van de overheid hiervoor nu strekt. Opvallend is dat noch de Onderzoekscommissie, noch het kabinet hierover klare wijn schenkt. Hierbij een suggestie daartoe.

‘Publieke belangen’ zijn eerder door de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (Het borgen van publiek belang, 2000) gedefinieerd als maatschappelijke belangen waarvoor de overheid de eindverantwoordelijkheid op zich neemt. Deze omschrijving mag tautologisch zijn, zoals de Onderzoekscommissie stelt, zij is daarmee niet minder richtinggevend. Want juist uit deze benadering volgt dat het identificeren van publieke belangen de uitkomst is van een maatschappelijk weging en een democratisch proces.

Dus geen economenpraat over externe effecten en geen juristerij over beperkte ministeriële verantwoordelijkheid. Wat vinden we met elkaar zó belangrijk en tegelijkertijd zó moeilijk privaat zeker te stellen, dat we daar de overheid – en dat wil zeggen het collectief, met een democratisch gekozen bestuur aan het roer – verantwoordelijk voor willen maken? En als we het daar over eens zijn, hoe gaan we dat dan zo organiseren dat het werkt, ergo dat er sprake is van bevredigende dienstverlening en een volstrekte helderheid dat er uiteindelijk maar één is de eindverantwoordelijkheid draagt: de overheid, in het bijzonder haar bestuurders?

Bijvoorbeeld het betalingsverkeer. Het kan zijn dat dit stokt omdat de banken over onvoldoende liquiditeit beschikken, of door een cyberaanval zijn platgelegd. Verantwoordelijkheid van de banken. Maar ook van De Nederlandsche Bank. Die heeft de goede werking van het betalingsverkeer immers als één van haar hoofdtaken. Verantwoordelijkheid Klaas Knot. Maar ook van het ministerie van Financiën. Dat is enig aandeelhouder en principaal van DNB. Eind-verantwoordelijkheid Jeroen Dijsselbloem. Eindverantwoordelijkheid? Voor een computervirus? Jazeker. Of we moeten met elkaar afspreken dat een goede werking van het betalingsverkeer géén publieke taak is. Hetgeen bepaald onwenselijk is.

Kortom, een publieke taak is een publieke zaak. Het is aan het kabinet om, elke keer weer, helder te maken welke publieke taken het als zodanig aanmerkt en waar het aldus volledige (eind)verantwoordelijkheid voor neemt. En dan niet pas wanneer er gedonder is, maar bijtijds en met de publieke taken van zijn voorganger als vertrekpunt. Dit geldt evenzeer voor de lagere overheden. Zodat het allemaal weer wat duidelijker wordt. En democratischer ook. Zodat de verbinding weer wordt hersteld.

Delen: