Publiek én privaat investeren

Publiek én privaat investeren

Door Bert Koenders op 14 oktober 2009 Delen  

In een opiniestuk in het Financieele Dagblad van 14 oktober, geschreven door Nanno Kleiterp van ontwikkelingsbank FMO en mij, betogen wij dat de kraan niet moet worden dichtgedraaid en dat ontwikkelingsgeld zo effectief mogelijk moet worden ingezet. Dit in tegenstelling tot de visie van de Zambiaanse econome Dambisa Moyo over ontwikkelingssamenwerking.

‘Hulp helpt niet. Hulp werkt verslavend. Niet hulp, maar handel en investeringen moeten landen uit de armoede trekken.’ Met deze forse stellingen uit haar boek Dead Aid wil de bankier en schrijfster Dambisa Moyo de ontwikkelingssamenwerking op scherp zetten. Heilige huisjes ter discussie stellen is zeer nodig, de hulpindustrie openbreken ook. Maar dat betekent niet dat we het met haar visie eens zijn.

Titel en inhoud vragen om een reactie, nu Moyo recentelijk in Nederland een aantal lezingen heeft gegeven. Wij zullen ons beperken tot haar centrale stelling dat de private sector alleen het werk wel af kan en ontwikkelingssamenwerking averechts werkt.

Jaarlijks wordt er wereldwijd $ 100 mrd besteed aan ontwikkelingssamenwerking. Dat is 10% van de wereldwijde defensie-uitgaven. Het is wel een belangrijk bedrag, vooral nu als gevolg van de economische crisis de kapitaalstromen naar de armste landen juist sterk zijn afgenomen. De Afrikaanse landen die de afgelopen jaren flink groeiden, ontberen nu handelskredieten en investeringen hoewel ze part noch deel hebben aan de oorzaken van de wereldcrisis. Daarbij moeten we beseffen dat ontwikkelingslanden steeds belangrijker worden als de motor van onze eigen economie.

Ontwikkelingsbank FMO en Ontwikkelingssamenwerking werken samen om juist die investeringen in de private sector weer op gang te brengen. Waar westerse landen begrotingstekorten laten oplopen en hun banken en industrieën beschermen wordt dat voor de armste landen steeds moeilijker. Er was een wereldwijde consensus bij de VN, het IMF en de Wereldbank dat juist nu zowel investeren in de private sector als het op gang houden van hulpstromen meer dan ooit van belang is.

De economische groei is toegenomen, het percentage armen in de wereld neemt af en het investeringsklimaat in veel landen is zodanig verbeterd dat de private sector steeds beter zijn belangrijke rol in economische groei en verdeling kan spelen. Ontwikkelingssamenwerking heeft daarbij een katalyserende rol gespeeld. De kern is mensen helpen zichzelf te helpen, mede door het internationale handels- en monetaire systeem ontwikkelingsvriendelijk te maken.

Moderne ontwikkelingssamenwerking investeert in het versterken van de private sector, ondernemerschap, werkgelegenheid en een betere dienstverlening door de overheid, maar is ook zeer actief op het terrein van internationale publieke goederen als klimaat en conflict. Publieke en private samenwerking voor ontwikkeling zoals uitgevoerd door de FMO is een goed voorbeeld van hoe dit tot stand kan worden gebracht.

Binnen de Nederlandse ontwikkelingssamenwerking worden in toenemende mate middelen voor de verdere ontwikkeling van de private sector ter beschikking gesteld. FMO heeft tot doel de private sector te bevorderen door het financieren van bedrijven. Doordat de overheid gedurende 15 jaar tot 2005 ongeveer 1% van het ontwikkelingssamenwerkingbudget ter beschikking heeft gesteld kan FMO nu per jaar rond euro 1 mrd aan nieuwe financieringen aan bedrijven verstrekken. Dat is te vergelijken met 20% van het ontwikkelingsbudget. Private kapitaalstromen worden gekatalyseerd en werkgelegenheid en belastinginkomsten worden gegenereerd, cruciaal voor een goede dienstverlening van overheden. Dit jaar heeft het ministerie euro 15 mln nieuwe middelen verstrekt om kredieten aan bedrijven te geven.

Moyo heeft erg veel vertrouwen in de kapitaalmarkten. In de huidige omstandigheden is het naïef om te denken dat alle ontwikkelingslanden in staat zijn om zelf geld uit de internationale kapitaalmarkt op te halen. Daarvoor zijn het IMF, de Wereldbank en de regionale ontwikkelingsbanken in Afrika, Latijns-Amerika en Azië nodig, en nu door de financiële en economische crisis meer dan ooit. Ontwikkelingslanden direct naar de kapitaalmarkt sturen, zoals Moyo wil, is nu geen optie. Dat geldt ook voor lokale banken en microfinance-instellingen.

Een voorbeeld van moderne ontwikkelingssamenwerking is het millenniumakkoord dat vorige week gesloten is met het ministerie van Financiën om belastingopbrengsten in ontwikkelingslanden te verhogen. Burgers in Afrikaanse landen kunnen overheidsuitgaven beter controleren, omdat de begroting transparanter is. Zij kunnen de regering aanspreken als ontwikkelingsgelden voor onderwijs of gezondheidszorg niet goed worden besteed.

Als laatste voorbeeld het Initiatief Duurzame Handel, waarbij ook Nederlandse bedrijven zich hebben aangesloten. Via een speciaal daartoe opgezette handelsketen worden samen met niet-gouvernementele organisaties Afrikaanse boeren in staat gesteld om hun duurzaam geproduceerde cacao tegen een betere prijs op de internationale markt te kunnen afzetten. Maar hiermee is nog geen sprake van een level playing field voor de zwakste schakel in de keten. Hulp en handel zijn door dit publiek-private initiatief verbonden en dat kan tot enorme veranderingen leiden voor werkgelegenheid en armoedebestrijding.

Het komt erop aan om ontwikkelingsgeld zo effectief mogelijk in te zetten. Op alle terreinen wordt ontwikkelingssamenwerking gemoderniseerd. Zij is belangrijker dan ooit voor het bereiken van de millenniumdoelen. Een sterke private sector die zich richt op de behoeften van de armsten is cruciaal. De geldkraan naar ontwikkelingslanden dichtdraaien is geen oplossing.