Polarisatie als redmiddel

Polarisatie als redmiddel

Door De Redactie op 11 december 2012 Delen  

Het kabinet Den Uyl was het eerste kabinet in Nederland met een meerderheid van linkse ministers. Het waren tijden met veel en snelle maatschappelijke veranderingen. En in de ogen van (het jongere deel van) de PvdA was polarisatie hét middel om die veranderingen ook politiek te vertalen. Duidelijk maken van politieke verschillen in plaats van ze te verhullen door steeds maar compromissen als succes te verkopen, zou de kiezers doen inzien waar hun belangen nu echt lagen en zou de confessionele middenpartijen eindelijk eens uit hun machtspositie in het midden verdrijven. Verkiezingen moesten een echte keuze zijn: tussen links of rechts.

Door Berend Jan van den Boomen, oud-directeur Alfred Mozer Stichting (1990-2002)

Nederlagenstrategie
Het kabinet Den Uyl zelf was mede een gevolg van deze polarisatiestrategie, die met de tot standkoming van dat kabinet overigens niet was afgelopen. Integendeel, de polarisatie werd ook onder het kabinet Den Uyl stevig doorgezet.

Ed van Thijn, voorzitter van de PvdA-Tweede Kamerfractie, hanteerde wat intern ‘de nederlagenstrategie’ werd genoemd. De PvdA-Kamerfractie wilde op een aantal belangrijke terreinen grote hervormingen doorgevoerd zien. Als die niet in voldoende mate zouden worden gerealiseerd, zou daarvoor de schuld bij het niet-progressieve deel van het kabinet en hun partijen worden gelegd en kon bij de volgende verkiezingen de kiezer om een duidelijke keuze worden gevraagd.

Het hanteren van deze strategie veronderstelde wel dat de Kamerfractie het kabinet voortdurend onder druk hield. En dat deed de fractie dan ook. Dat moest ook wel, want vanuit de partij werd weer uiterst kritisch naar de fractie gekeken. Het partijbestuur en de partijraad volgden de verrichtingen van de Kamerfractie op de voet en waren niet te beroerd om, als ze vonden dat er te slap werd opgetreden door eigen bewindslieden of eigen fractie, dat dan ook luid en duidelijk en zeer publiekelijk te zeggen.

De partij onderhandelde voortdurend, niet eens zozeer met de andere partijen in de coalitie maar ook met zichzelf. De fractie onderhandelde met de bewindslieden, het partijbestuur met de fractie en de partijraad met iedereen. En je kon dat hele proces gewoon in de krant volgen. Erg leuke tijden voor de politieke liefhebber. Nog leuker was het dat de kiezer het ook beloonde. De PvdA behaalde na de val  van het kabinet Den Uyl de grootste overwinning tot dan toe in haar bestaan en vervolgens bracht de overschatting van het gewicht van die overwinning door diezelfde PvdA een grote nederlaag. Het tweede kabinet Den Uyl kwam er nooit.

Formatie-onderhandelingen
Tijdens de formatie-onderhandelingen kwam Ed van Thijn, de PvdA-fractievoorzitter onder het kabinet Den Uyl, regelmatig in een moeilijk parket. Hij had met Den Uyl een politieke ‘vader-zoon relatie’ en een groot ontzag voor Den Uyl als politiek leider. En hij wilde graag dat er een tweede kabinet Den Uyl zou komen. Tegelijk geloofde hij oprecht in de polarisatiestrategie. Omdat in een coalitie nu eenmaal altijd compromissen moeten worden gesloten en een ministersploeg vaak de neiging ontwikkelt om zo plezierig mogelijk met elkaar zaken te doen, moest hij van buiten de regeerploeg de druk op de ketel houden. En dat betekende dat hij ook naar de eigen mensen in de regering een harde onderhandelaar was, die zelf weer onder druk stond van zijn eigen achterban in de partij.

Van Thijn rekende erop dat zijn politieke leermeester Den Uyl er uiteindelijk voor zou zorgen dat er geen brokken gemaakt werden. Den Uyl zou de ultieme grens bewaken en Van Thijn zou dat dan respecteren. Maar dat lukte niet altijd en de laatste mislukking had grote gevolgen. Van Thijn beschrijft dat in zijn boek Kroonprinsenleed. Het gaat over de mislukte formatieonderhandelingen voor het tweede kabinet Den Uyl, waarin hij namens de fractie in de eindfase onderhandelde met Den Uyl, die informateur was: ‘Tegenover mij zat mijn leermeester, de man tegen wie ik nog altijd huizenhoog opzag. Ik dacht hij komt wel, vroeg of laat. Hij bepaalt de grens, maar als je hem een vinger geeft, pakt hij de hele hand. Maar Joop kwam niet, ook niet in de weken daarna (…), omdat hij zo tegen Ed van Thijn was gaan opkijken.’

Van Thijn kan het niet geloven, zelfs achteraf nauwelijks en noemt het een folie à deux en een rampzalige taxatiefout. Van wie laat hij in het midden maar hij had, te laat, gelijk. Het tweede kabinet Den Uyl kwam er nooit en de PvdA belandde weer voor jaren in de oppositie. Op een kort momentje na.

Einde van een periode
Onder het ongelukkige kabinet Van Agt II, waarbij Den Uyl als ‘superminister’ Sociale Zaken en Werkgelegenheid onder zijn grote rivaal Van Agt moest dienen, was Wim Meijer fractievoorzitter. Meijer was niet in dezelfde positie als eerder Van Thijn. Terwijl het kabinet Den Uyl ‘ons’ kabinet was, bleef de fractie – en daarachter de partij – uiterst kritisch. Het kabinet Van Agt II was allerminst ons kabinet. Toch was de houding van de fractie veel meer dan daarvoor gericht op verdediging van die club dan het onder druk zetten. De kater van de mislukte formatie van ’77 speelde een rol. De partijraad had moeten inbinden. De polarisatieperiode was voorbij.

Wim Meijer was een andere man dan Ed van Thijn. Hij verdedigde het kabinet. En dat beloonde de kiezer niet. Bij de Provinciale Statenverkiezingen was het verlies voor de PvdA zo desastreus, dat kort daarna dit kabinet viel.

Dit artikel verscheen eerder in Rood, het ledenblad van de Partij van de Arbeid

Delen: