Pak arbeidsmarktfraude aan

Pak arbeidsmarktfraude aan

Door John Kerstens op 21 januari 2013 Delen  

De Partij van de Arbeid wil frauduleuze constructies op de arbeidsmarkt, waarbij buitenlandse bedrijven te weinig premies afdragen, aanpakken. Deze bedrijven creëren een uiterst onwenselijke situatie, waarvan de werknemer de dupe is en waardoor er oneerlijke concurrentie ontstaat. Daarom zou ik graag zien dat de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid de daartoe bevoegde instanties meer slagkracht geeft om dit type fraude te kunnen bestrijden.

Met deze constructies benadelen bedrijven vooral de werknemer uit Nederland, die door een goedkopere arbeidskracht uit het buitenland van de arbeidsmarkt wordt verdrongen. Door een arbeidskracht die goedkoper is, omdat zijn werkgever zich niet aan de regels houdt. Aan deze onwettige praktijken moet paal en perk worden gesteld. Door een van de controlerende organisaties, bijvoorbeeld de Belastingdienst of de Inspectie SZW, meer bevoegdheden te geven om frauderende ondernemingen een halt toe te roepen.

In datzelfde licht moeten we ook uitbuiting van buitenlandse werknemers zien te voorkomen. Daar heb ik de minister onlangs toe opgeroepen. Want voor arbeidskrachten uit het buitenland geldt eveneens: gelijk loon voor gelijk werk.

Hieronder de vragen die ik aan de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heb gesteld:

1. Heeft u kennis genomen van de artikelen ‘Vrij spel met lonen in de bouw’ en ‘Pak loonfraude aan’?*

2. Bent u op de hoogte van de in bedoelde artikelen beschreven constructie waarbij in het land van herkomst premies over een lager bruto uurloon worden afgedragen dan in het land van tewerkstelling wordt uitbetaald? Bent u van mening dat daarbij sprake is van een onwettige dan wel onwenselijke constructie die dient te worden aangepakt? Bent u bereid nader onderzoek naar deze constructie te (doen) verrichten?

3. Deelt u de in bedoelde artikelen geventileerde mening dat een effectieve controle op de naleving van Europese en Nederlandse regels om uitbuiting, oneerlijke concurrentie en verdringing bij de inzet van buitenlandse arbeidskrachten te voorkomen wordt bemoeilijkt nu zich in Nederland wel meerdere instanties met die controle bezig houden, maar er zich blijkbaar ‘niet één volledig verantwoordelijk voelt’. Zo nee, waarom niet?

4. Zou u de hierboven gestelde vraag anders beantwoorden als de formulering zou luiden dat ‘niet één instantie hoofdverantwoordelijk is’? Zo nee, waarom niet?

5. In bedoelde artikelen wordt beweerd dat in landen als bijvoorbeeld België en Duitsland respectievelijk een speciale ‘Sociale Inspectie’ en de Belastingdienst in deze verregaande bevoegdheden hebben en ‘daardoor’ de kans op fraude kleiner is. Deelt u die mening? Zo nee, waarom niet?

6. Bent u bereid te bezien of de bijvoorbeeld in België en Duitsland gevolgde handelwijze dan wel elementen daaruit in Nederland kunnen worden ingevoerd? Zo nee, waarom niet?

7. Bent u bereid om bij het door u invulling geven aan de door de Kamer met de motie Kerstens/Azmani gevraagde geïntegreerde aanpak tegen uitbuiting, oneerlijke concurrentie en verdringing bij de inzet van buitenlandse arbeidskrachten het in bedoelde artikelen genoemde onderwerp van één hoofdverantwoordelijke instantie met meer bevoegdheden te betrekken? Zo nee, waarom niet?

*Financieele Dagblad, 21 januari 2013

Delen:

Een verbonden samenleving

Eerlijke spelregels zijn nodig. Zodat grote bedrijven netjes belasting betalen, net als de bakker op de hoek. Zodat we uitbuiting van werknemers aanpakken. En zodat we minder schreeuwen en beter naar elkaar luisteren.

Lees ons verkiezingsprogramma