Goede zorg vergt meer samenwerking

Goede zorg vergt meer samenwerking

Door Kim Putters op 26 oktober 2010 Delen  

Het kabinet investeert in meer handen aan het bed, maar de vele organisaties
die zich met de ouderen bezig houden werken langs elkaar heen. Hun financiering
komt uit verschillende potjes, waardoor ouderen tegen bureaucratie op blijven
lopen. De ’all inclusive zorgpolis’ die Johan Polder en Marco Varkevisser
voorstellen (Trouw, 22 oktober) lost dit echter onvoldoende op.

Dit opiniestuk verscheen eerder in Trouw (Podium, 26 oktober 2010).

Zo is voor ouderen niet alleen het verpleeg- of verzorgingshuis belangrijk
voor goede zorg, maar ook het ziekenhuis, de huisarts en de wijkverpleegkundige.
Zij moeten op ziekenhuizen terug kunnen vallen als er specialistische zorg nodig
is. Het kabinet kiest voluit voor marktwerking, voor ziekenhuizen die winst
maken. Massaproductie van heupen oogoperaties levert snel rendement op. Dat
leidt tot goede specialistische centra, maar niet tot betere zorg waarbij er
tijdens en na het ziekenhuisbezoek ook aandacht is voor dagelijkse dingen – hulp
bij het douchen, steunkousen aantrekken, huishouden. Dat kost tijd, geld en veel
samenwerking, maar levert geen winst op. Als je bovendien samenwerkt dan
waarschuwt de NMa tegen kartelvorming en oneerlijke concurrentie. Terwijl goede
ouderenzorg meer samenwerking vergt.

Als winst maken doorslaggevend wordt, dan zijn de ’onrendabele lijnen’ het
kind van de rekening. Dat zijn de behandelingen die minder vaak worden
uitgevoerd of te duur zijn omdat het slechts een kleinere groep patiënten
betreft. Voor ouderen die lang zelfstandig thuis willen blijven wonen is dit
nadelig, omdat ze niet altijd kunnen terugvallen op specialistische zorg op
momenten dat dit nodig is. Tel hier de aangekondigde korting op de zorgtoeslag
en verhoging van de zorgpremie en eigen bijdragen bij op en de ouderenzorg wordt
duurder en slechter bereikbaar.

Ten slotte: goede afstemming voorkomt verspilling van geld en tijd door
verkeerde onderzoeken en behandelingen. Maar samenwerking wordt niet beloond.
Bovendien kondigt het kabinet een nieuwe toezichthouder aan die de minimale
financiële buffers bij zorginstellingen gaat beoordelen opdat die verantwoord
winsten uitkeren aan aan kwaliteitseisen voldoen. De nadruk ligt nog meer op de
instelling in plaats van op de samenwerking in de zorgketen.

Hulpverleners zijn daardoor nog meer tijd kwijt met verantwoording naar
financiers en toezichthouders, in plaats van aan de cliënt of patiënt. Dat is
ondoelmatig. Kortom, het kabinet investeert in handen aan het bed, maar past het
systeem niet aan. De all inclusive zorgpolis kan helpen, maar is niet voldoende.
Als de nadruk ligt op het maken van rendement en op concurrentie tussen
zorginstellingen dan wordt samenwerking in de ouderenzorg tegengewerkt.

Als de toezichtbureaucratie onverminderd uitdijt, blijven zorgprofessionals
meer tijd besteden aan registraties dan aan patiënten en cliënten. Dat verbetert
de kwaliteit van zorg niet. Als ouderen zelf minder mogelijkheden hebben om de
zorg te betalen dan is dat ook niet cliëntgericht. De aantrekkelijkheid van de
zorgsector voor de 12.000 nieuw te vinden medewerkers is er al evenmin mee
geholpen.

Dit valt te voorkomen. Dan moet het parlement – waar nu meerderheden gezocht
en gevonden moeten worden – zijn grondwettelijke opdracht serieus nemen. Die is
in dit geval dat parlementariërs het hele pakket aan maatregelen in de zorg
toetsen op de gevolgen voor kwaliteit, toegankelijkheid en doelmatigheid. Mijn
eerste toetsing hierboven maakt duidelijk dat de oudere er niets mee opschiet
als de extra handen aan het bed een schaamlap zijn voor de verschraling van de
ouderenzorg.

Delen: