Bezuiniging onderwijs raakt zorgleerling hard

Bezuiniging onderwijs raakt zorgleerling hard

Door Jeroen Dijsselbloem op 9 februari 2011 Delen  

In dezelfde week dat het kabinet besluit de belasting op hele dure huizen te
verlagen, zet zij het mes in het ’passend onderwijs’. Passend onderwijs betekent
dat kinderen met bijvoorbeeld handicaps of gedragsproblematiek zoveel mogelijk
naar gewone scholen gaan. Een nieuwe aanpak, waar leraren net vertrouwen in
kregen. Het stelt kinderen in staat om het beste uit zichzelf te halen.

Trouw publiceerde dit opiniestuk op 9 februari 2011.

Passend onderwijs vraagt veel van de scholen en de leraren. Zij kunnen hun
werk alleen doen als ze de ondersteuning krijgen die daarvoor nodig is. Het
vorige kabinet heeft zich altijd hard gemaakt voor deze ondersteuning; scholen
kregen die dan ook. Maar door de ingrijpende bezuinigingskeuzes van het huidige
kabinet staat het passend onderwijs op de helling.

Als deze bezuinigingen realiteit worden, zal veel expertise en goede
begeleiding verloren gaan, expertise die scholen en hun samenwerkingspartners
hard nodig hebben.

Het zal ertoe leiden dat duizenden kinderen eenzaam achterin de klas
belanden, door hun handicaps of beperkingen niet in staat om met de rest van de
klas mee te komen.Of erger, dat deze kinderen zelfs thuis komen te zitten. Wat
gaan we doen om deze kinderen het onderwijs te geven dat ze verdienen? Kiezen we
voor een bezuiniging van 300 miljoen of geven we de leraren de middelen om deze
kinderen goed te begeleiden? Dat is de keuze.

Een veel groter deel van het geld voor passend onderwijs zou in elk geval ten
goede moeten komen aan de echte zorg voor leerlingen. De bezuiniging van het
kabinet raakt juist de zorg. Als er al bezuinigd moet worden, kan dat beter door
te bezuinigen op bureaucratie en de organisatie eenvoudiger te maken dan nu het
geval is. De Regionale Expertise Centra, de rugzakjes en de indicatieprocedures,
kunnen veel effectiever en simpeler. En dus goedkoper.

De voorstellen van dit kabinet grijpen keihard in op de zorg voor kinderen,
die zonder begeleiding vastlopen. Het gaat het om kinderen met ernstige
beperkingen, zoals autisme, alle vormen van lichamelijke handicaps, geestelijke
beperkingen, kinderen met chronische ziekten, met ernstige gedragsproblematiek,
maar ook blinde en dove kinderen. Speciale scholen voor die laatste
categoriemoeten van de minister gemiddeld 22 procent van hun budget inleveren.
Waarom? Wordt op het ’Doveninstituut’ in St. Michielsgestel geld verspild aan
deze kinderen? De botte bijl van minister Van Bijsterveldt laat van mooie dingen
weinig heel.

Na het verschijnen van het rapport van de parlementaire commissie
onderwijsvernieuwingen beloofde iedereen beterschap. Wat beloofden we ook al
weer? Bij grote onderwijsvernieuwingen eerst te experimenteren en met de
resultaten van die experimenten ook echt iets te doen.

Tijdens grote onderwijsvernieuwingen niet snel forse bezuinigingen door te
voeren. Bij grote onderwijsvernieuwingen zou de politiek zich steeds rekenschap
te geven van het draagvlak onder leraren. Moet ik doorgaan?

Een zorgvuldig proces dat in de vorige periode is ingezet en voorzichtig
resultaten begon af te werpen,wordt op klassieke wijze voor het Haagse karretje
gespannen. Draagvlak? Binnen een week hebben zestigduizend mensen de petitie
’Stop bezuiniging 300 miljoen op Passend Onderwijs’ getekend. Zou minister Van
Bijsterveldt al die docenten die al bezig zijn om zoveel mogelijk kinderen
gewoon in hun klas te houden, iets hebben gevraagd?

Naast draagvlak gaat het steeds om drie dingen; geld, tijd en expertise. Geld
en tijd is er ineens niet meer. Hierdoor zullen volgend jaar duizenden banen
worden geschrapt, vooral onder de begeleiders die scholen adviseren over omgaan
met autisme, gedragsstoornissen en handicaps. Het gewone onderwijs moet meer
zorgleerlingen opnemen, maar heeft die expertise meestal niet.

De minister wil dat docenten beter worden opgeleid om wel met deze problemen
in de klas te leren omgaan. Prima, maar dat duurt jaren. Bovendien is de vraag
van welk geld dit dan zou moeten gebeuren. Mijn idee is een ander. Het minste
wat de minister kan doen is honderd miljoen euro uit het budget voor de
prestatiebeloning beschikbaar stellen aan het passend onderwijs, voor goede
begeleiding en bijscholing van de docenten. Als de kinderen dan geen begeleiding
meer krijgen, zorg dan in ieder geval voor goede begeleiding van de docenten.