Strafrechtsketen eerst op orde

Strafrechtsketen eerst op orde

Door Jeroen Recourt op 3 maart 2012 Delen  

Zolang de strafrechtsketen een rommeltje is en daders niet worden bestraft en
opgesloten, is het zinloos om steeds maar strengere strafwetten te maken. De
Tweede Kamer moet de wetten van minister Opstelten en staatssecretaris Teeven op
de plank leggen en niet behandelen totdat de boel op orde is. Dat betogen mijn
collega’s Sharon Gesthuizen (SP), Magda Berendsen (D66) en Tofik Dibi
(GroenLinks) en ik in een opiniestuk dat zaterdag door NRC Handelsblad is
geplaatst.

De Algemene Rekenkamer heeft met het rapport Prestaties in de strafrechtketen
genadeloos blootgelegd dat het een rommeltje is. Slechts een op de twintig
meldingen bij de politie leidt tot een veroordeling. Dit is een dramatisch laag
percentage.

De Rekenkamer constateert dat veel gewelds- en vermogensmisdrijven op de
plank blijven liggen. Er wordt veel tijd gestoken in kansrijke zaken die
vervolgens niet worden afgerond, door capaciteitsgebrek. Ook de samenwerking
tussen politie, Openbaar Ministerie en rechterlijke macht laat ernstig te wensen
over. Zaken raken kwijt of verjaren.

Door allerlei omstandigheden krijgen de daders van misdrijven kortom niet de
straf die zij verdienen. Als klap op de vuurpijl bleek vorige week ook nog eens
dat van de daders die wel een straf opgelegd krijgen door de strafrechter, een
bedroevend laag percentage daadwerkelijk achter de tralies verdwijnt.

De bewindspersonen Opstelten en Teeven moeten heel hard aan de slag. Een
belangrijke verkiezingsbelofte van de VVD luidde immers: ,,Voor iedereen die
straf verdient: straf”. Dit wordt volstrekt niet waargemaakt door deze
bewindspersonen. Ze hebben het imago van aanpakken, problemen oplossen en
daadkracht, maar dit blijkt slechts ketelmuziek en uiterlijke schijn.

Vrijwel iedere week verschijnen er diverse persberichten van dit VVD-duo en
sturen ze wetsvoorstellen naar de Tweede Kamer. De strekking luidt vaak dat de
straffen omhoog moeten, de aanpak van misdrijven strenger moet en de wetten
moeten worden aangepast om dit te bereiken.

Het is echter volstrekt zinloos het Wetboek van Strafrecht te wijzigen zolang
het niet of nauwelijks lukt een aangifte bij de politie uiteindelijk te laten
uitmonden in een vonnis van de strafrechter en het ondergaan van straf.

Terwijl de minister en staatssecretaris op het ministerie nieuwe wetten over
strengere straffen schrijven en persberichten versturen waarin staat dat ze de
criminelen zullen aanpakken, lopen de veroordeelde misdadigers dus vrij rond.
Minimumstraffen bijvoorbeeld hebben alleen zin als je de daders te pakken
krijgt, kunt veroordelen en in de cel stopt.

We moeten ophouden met doen alsof het ministerie de criminaliteit in
Nederland kan bestrijden met wetten en persberichten. De mensen in de praktijk,
zoals de politieagenten maar ook reclasseringswerkers, moeten uiteindelijk het
werk doen. Vaak worden zij eerder gehinderd door het ministerie dan dat zij baat
hebben bij al het gemaakte beleid. De échte problemen moeten worden aangepakt.
Dat is dus meestal niet de wet, maar de uitvoering in de praktijk. Daar komt het
op aan.

Zolang de pakkans laag is, zolang zaken op de plank blijven liggen bij
politie en justitie en zolang opgelegde straffen niet worden ondergaan, heeft
behandeling van nieuwe wetten in de Tweede Kamer weinig nut. Het wetsvoorstel
dat minimumstraffen introduceert, bijvoorbeeld – dat is rijp om op de plank te
worden gelegd.

Voortaan spreken we niet meer van ‘plankzaken’ bij politie en justitie, maar
van ‘plankwetten’.

Ook hebben wij voorlopig geen behoefte aan daadkrachtig ogende persberichten
van deze minister en staatssecretaris, waarin zij weer eens aankondigen
overvallers te zullen oppakken, misdaadgeld in de toekomst te zullen afpakken
van criminelen of de straffen voor een bepaald strafbaar feit te verhogen. Dit
zijn loze woorden zolang de daders uiteindelijk niet worden gepakt en bestraft.
Het is zonde van de energie. Ga gewoon aan de slag. En regel dat mensen die
straf verdienen, ook echt straf krijgen – zoals de VVD beloofde.