Ga niet mee met pathologische rancune

Ga niet mee met pathologische rancune

Door Frans Timmermans op 10 februari 2012 Delen  

Het patroon is inmiddels even helder als hilarisch. De PVV eist op schrille
toon het recht op naar hartelust te treiteren en te beledigen en tegelijkertijd
eist zij op even schrille toon dat anderen, die kritiek op de PVV uiten, de mond
wordt gesnoerd.Ā Helaas zijn er ook ministers die meegaan in de pathologische
rancune van de beweging van Wilders, betoog ik in een opiniestuk in NRC
Handelsblad. Zo maakt minister Rosenthal, in zijn onbedwingbare neiging Wilders
over de bol te aaien, meer kapot dan mij lief is.

NRC Handelsblad, 10 februari 2012.
‘Het patroon is inmiddels even helder als hilarisch. De PVV eist op schrille
toon het recht op naar hartelust te treiteren en te beledigen en tegelijkertijd
eist zij op even schrille toon dat anderen, die kritiek op de PVV uiten, de mond
wordt gesnoerd. In beide gevallen eist zij actie van het kabinet. Als een
minister verstandig is, reageert zij of hij met schouderophalen of beantwoordt
hij of zij de onvermijdelijke Kamervragen met humor, zoals minister Van
Bijsterveldt (Onderwijs, CDA) deed toen Martin Bosma maatregelen eiste tegen
aandeelhouder Derk Sauer van NRC Handelsblad vanwege diens sympathie voor de SP.
De tekstschrijvers van de minister maakten een even elegant als geestig
kluitje-in-het-riet-briefje en Bosma droop af.

Helaas zijn er ook ministers die meegaan in de pathologische rancune van de
PVV. Minister Rosenthal (Buitenlandse Zaken, VVD) zelfs twee keer in een week
tijd. Eerst werd de toorn gewekt door een Duitse brochure over
rechts-extremisme, waarin ook een tweetal foto’s van Wilders stond. Nergens
legde die brochure een verband tussen de PVV en neonazi’s, maar Wilders stelde
Kamervragen waarin hij de schrijvers van de brochure verweet dat verband wel te
leggen. Niets was makkelijker geweest voor Rosenthal dan naar waarheid gewoon te
antwoorden: ‘Er wordt nergens een verband gelegd tussen de PVV en neonazi’s’.
Kluitje in het riet, tot ziens. Maar nee, de minister vond het nodig omzichtig
aan te geven dat als de suggestie zou zijn gewekt, hij zich hier uiteraard van
distantieerde. Hoe genuanceerd zijn poging tot antwoord misschien ook was, de
conclusie van de buitenwereld was duidelijk: Rosenthal is het met Wilders eens.
Hetgeen bij onze oosterburen op z’n minst tot gefronste wenkbrauwen zal leiden,
aangezien men daar nu iets onzinnigs in de schoenen geschoven krijgt.

Maar Rosenthal is bereid nog veel verder te gaan in het voeden van de
PVV-rancune. Eerder deze week stelden Louis Bontes en Geert Wilders weer eens
Kamervragen over iemand die voorzichtig had laten blijken niets voor de PVV te
voelen. Iemand had namelijk het gore lef gehad op zijn privé-Facebookpagina het
‘vind ik leuk’-hokje aan te vinken van de pagina ‘Geen regering met steun van de
PVV’. Die persoon bleek een ambtenaar te zijn, in dienst van het ministerie van
Buitenlandse Zaken. Als Facebookjunkie moest ik enorm lachen om die vragen. Er
wordt wat afgevinkt op Facebook, waarschijnlijk honderdduizenden keren per dag,
je moet wel een perfect functionerende PVV-gedachtenpolitie hebben om die ene
ambtenaar ertussenuit te halen. Iemand die bovendien slechts 210 ‘vrienden’ op
zijn pagina heeft, dus nauwelijks in het publieke domein aanwezig is. En die
zich ook van ieder commentaar had onthouden, zich nog nooit publiekelijk over de
PVV heeft uitgelaten en kennelijk naar volle tevredenheid Nederland in den
vreemde vertegenwoordigt.

Ik verheugde mij op het antwoord van Rosenthal. Was ook benieuwd of de
tekstschrijvers van Buitenlandse Zaken over evenveel humor en
relativeringsvermogen zouden beschikken als hun collega’s van Onderwijs. Toen ik
de antwoorden ontving, viel ik van mijn stoel. De ambtenaar ‘had zich moeten
onthouden van het publiekelijk uitspreken van een dergelijk persoonlijk politiek
oordeel op zijn persoonlijke Facebookpagina. Hij is hierop aangesproken en heeft
de betreffende pagina inmiddels ‘ge-unliked’’. Hoewel gebrek aan humor een
ernstige tekortkoming is en op zich reden genoeg om eens van de stoel te
donderen, was ik toch vooral verbaasd over de wijze waarop Rosenthal met zijn
mensen omgaat. Een medewerker wordt berispt omdat hij op zijn privépagina een
vinkje plaatst bij een Wilders onwelgevallig bericht. Welk signaal gaat hiervan
uit naar alle overheidsdienaren? ‘Als u iets zegt of alleen maar naar iets wijst
wat Wilders niet bevalt, kunt u worden berispt.’

De kracht van de Nederlandse bestuurlijke cultuur is juist dat wij kunnen
rekenen op de loyaliteit van onze ambtenaren, ook al hebben zij afwijkende
politieke opvattingen. Als staatssecretaris heb ik mogen werken met mensen die
in hun vrije tijd actief waren voor een hele reeks politieke partijen, inclusief
de beweging van Wilders, en ik heb nimmer ook maar één seconde het gevoel gehad
aan hun loyaliteit te moeten twijfelen. Die loyaliteit wordt juist versterkt
door een ontspannen houding over privéopvattingen, van politieke en andere aard.
Het is die loyaliteit die door Rosenthal met zijn antwoorden wordt ondergraven.
Hij voedt een angstcultuur en stimuleert juist dat ambtenaren in hun werk
politiek strategisch gedrag gaan vertonen. Daarmee ondermijnt hij de Nederlandse
bestuurlijke cultuur.

In zijn onbedwingbare neiging Wilders over de bol te aaien, maakt Rosenthal
meer kapot dan mij lief is.’

Delen: