In zwakke wijken nooit meer doorleren naar havo, als ouders niet opletten

In zwakke wijken nooit meer doorleren naar havo, als ouders niet opletten

Door Metin Çelik op 21 oktober 2010 Delen  

VARA-Ombudsman Pieter Hilhorst kwam vorige week vrijdag via de televisie onze huiskamers binnen met een verontrustend bericht: wie als twaalfjarige een havo-schooladvies misloopt, kan het vergeten om toch nog door te leren naar de havo. Vroeger kon dat, doorleren van de mavo naar de havo. Hoeveel kinderen zijn de afgelopen eeuw op die manier niet geëmancipeerd! Nu is de mavo weg. Het is voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs geworden, vmbo; maar het hoogste niveau van het vmbo, de theoretische leerweg, staat wel degelijk gelijk aan mavo, is ons altijd verzekerd. Het Rijk blijft er heus wel degelijk voor zorgen dat leerlingen kunnen dóór leren. Echt waar! Maar niet heus.

Een ingekorte versie van dit artikel verscheen eerder in NRC Handelsblad (Opinie, 20 oktober 2010). Mijn collega-Kamerlid Ahmed Marcouch is co-auteur.

Het vmbo-t en de havo zijn nu gescheiden van elkaar, in aparte gebouwen en met aparte profielen voor schoolvakken. De truc van de havo om vmbo-geslaagden buiten te houden is: selectie aan de poort. Nou, daar sta je dan met je IQ en je diploma als je later naar de hogeschool wilt, of misschien zelfs wel naar de universiteit. De selectie aan de poort hebben havo’s overal anders geregeld. De ene havo stelt als toelatingseis een gemiddelde zeven voor de examenlijst, de andere havo vraagt achten voor Nederlands en Wiskunde.

Juist in achterstandswijken zijn de leerlingen flink de klos. ‘Ik zie geen enkel kind uit heel Overvecht naar de havo  gaan’,  vertelde een basisschooljuf in mei tijdens een grote bijeenkomst in het centrum van Utrecht over de leerlingen uit haar Utrechtse achterstandswijk: ‘Al jaren gaat uit Overvecht geen enkel kind naar de havo’.

Het leek niet echt tot de politici door te dringen, daar bij die bijeenkomst in het centrum, dit jaar in mei. Dit was echter een noodkreet van een betrokken schooljuf die het verdient zich te nestelen in ons hoofd en daar nog heel lang na te echoën.  Niks mis met het vmbo, landelijk gaat daar zestig procent van alle schoolkinderen naar het vmbo. Maar als dat honderd procent is in achterstandswijken, is er iets goed mis.

Overvecht is niet de enige achterstandswijk waar het onderwijs dreigt te mislukken. In Amsterdam Nieuw-West is het negentig procent van de kinderen die naar het vmbo gaat, slechts één op de tien gaat naar de havo of het vwo. Althans, van de Marokkaanse kinderen in Amsterdam Nieuw-West en Bos en Lommer. En dat terwijl de kinderen gemiddelde intelligentieniveaus hebben. De scholen beweerden dat wel: ‘wij zijn zwakke scholen omdat wij in zwakke wijken zitten waar zwakke kinderen wonen’.

De Amsterdamse wethouder Lodewijk Asscher heeft dit uit laten zoeken en het bleek niét waar te zijn. Amsterdams onderzoek  wees uit dat het gemiddelde IQ gewoon honderd is, zowel in welvarend Zuid als in arm West – net zoals in heel Nederland. De scholen die het wél goed doen in achterstandswijken, die zijn er, met verbeteringsprogramma’s, zijn de scholen die strakke structuur bieden in kleine klassen met goede docenten die alle nadruk op rekenen en taal leggen. Deze scholen leveren wél kinderen af met havo-advies.  Wilders kan wel roepen dat investeringen in allochtonen tevergeefs zijn, maar hij kan er beter achteraan gaan om te checken of onze instituten hun werk wel goed doen, de VOC-mentaliteit is daar helaas vaak ver te zoeken. En de leerlingen, vaak allochtone leerlingen, zijn de pineut.

Het hoort bij de deal dat scholen ervoor zorgen dat leerlingen kunnen doorleren. Daar worden zij voor betaald. De wet rept van ‘doorstroom’. Dus wij hebben de minister van Onderwijs gevraagd hoe dat nou kan, dat die scholen daar toch mee sjoemelen. Want wat moeten vmbo-leerlingen dán, als ze niet kunnen doorleren naar de havo. Wel, u raadt het al, die zijn aangewezen op het middelbaar beroepsonderwijs, het mbo. Hij is fijn.

De goede niet te na gesproken, zoals de meubelacademie, de hotelschool of groenopleidingen, zijn veel opleidingen ten onder gegaan in een mastodontisch ROC. En laten de leerlingen hier nou te weinig lessen Nederlands en Engels krijgen. Dat wordt verhuld met nepuren, zoals stageverlenging, excursies, zelfstudie of een onderwijsassistent voor de klas. Zo komt de school toch nog aan die ruim achthonderd uur die het Rijk voorschrijft. Maar de leerlingen zijn de pineut, ze mislukken  op de hogeschool wegens gebrek aan bagage. Dus daar sta je dan met je onderwijsstapeling van vmbo via mbo naar de hogeschool. In het land van de Hollandse Droom, waar iedereen van een dubbeltje een kwartje worden kan door gestaag door te zetten.

Die ellende maken de jongens van de straat niet mee in de achterstandswijken, die gaan niet voor dertien jaar moeizaam onderwijs om uiteindelijk ergens in een middelmatig betaalde baan terecht te komen. Die verdienen elke week duizend euro op straat, met roven, helen, opslag regelen of drugskoerieren. De brede weg via het onderwijs heeft een moeilijke concurrentiepositie tegenover de smalle weg naar het snelle straatgeld.

Dit kunnen wij onze wethouders van achterstandsbuurten niet aandoen. Leerlingen met een voldoende IQ moeten meteen havo-advies krijgen en anders gaan ze een jaar taalleren in een tussenklas. Wordt het toch vmbo, dan moet een kind kunnen doorleren naar de havo. Dóórleren, de slagader van onze emancipatie en vooruitgang. Dé manier om kinderen te verheffen!

De VARA-Ombudsman toont aan dat het helpt als ouders assertief zijn. Dus ouders uit de achterstandsbuurten, zit er bóven op bij je kinderen! Ga niet wachten op de minister, ga er zelf achteraan. Wie de slag mist, is de pineut.