Vrouwenemancipatie vrijheidsideaal of linkse hobby?

Vrouwenemancipatie vrijheidsideaal of linkse hobby?

Door Keklik Yücel op 28 juni 2011 Delen  

Staat vrouwenemancipatie op het lijstje linkse hobby’s waar het voornamelijk uit oudere heren bestaande kabinet van Mark Rutte korte metten mee wil maken? Alle tekenen wijzen erop. Werd het thema in het regeerakkoord nog doodgezwegen (of – oeps – vergeten?), begin april stuurde het gedoogkabinet van Rutte een emancipatiebrief naar de Tweede Kamer die bol staat van de platitudes die we ook van andere beleidsterreinen kennen: vanwege ‘noodzakelijke bezuinigingen’ zullen burgers eerst en vooral hun ‘eigen kracht’ moeten benutten. Dat VVD en CDA onlangs uit politiek-strategische motieven de mannenbroeders van de SGP in de armen zijn gevallen, zal de vrouwenzaak ook geen goed doen. En dat terwijl er werk aan de winkel is.

Uit de SCP/CBS-publicatie Emancipatiemonitor 2010 blijkt dat meer dan de helft van de vrouwen in Nederland financieel afhankelijk is van hun partner of een uitkering. Overerving van kansongelijkheid treft vrouwen sterker dan mannen, het meest nog in migrantengezinnen. En aan de top van de arbeidsmarkt hangt nog altijd het glazen plafond.

Gaandeweg is het anderhalfverdienersmodel tot norm verheven, zowel in cultureel als in institutioneel opzicht. Ouders die grote banen combineren met zorgtaken lopen nogal eens tegen de grenzen van het model aan: ze racen door de dag om nergens gaten te laten vallen. Nu het kabinet-Rutte een forse ingreep heeft afgekondigd in de vergoeding voor kosten van kinderopvang zal aan menige keukentafel doorrekening van het huishoudboekje als uitkomst opleveren dat het kostwinnersmodel van weleer toch voordeliger is.

Voor zzp’ers met een fluctuerende opdrachtenportefeuille en een bijscholende of studerende ouder is de ellende al helemaal niet te overzien, vanwege het voorstel om de financiële tegemoetkoming te koppelen aan het aantal concreet gewerkte uren.

Het kabinet vaart een zwalkende koers. In zijn emancipatiebrief deinst het er niet voor terug om de ‘tweeverdienersamenleving’ onomwonden tot ideaal te promoveren, om vervolgens een reeks beleidsvoorstellen te presenteren die zo mager zijn dat vrouwenemancipatie de facto wordt gereduceerd tot een zaak van ieder voor zich. Die keuze is riskant en uiterst kortzichtig.

Stagnatie in de vrouwenemancipatie staat op gespannen voet met fundamentele grondrechten van vrijheid en gelijkheid. En: het kost geld. Gegeven de toenemende last van de vergrijzing en de geringe economische groei kan ons land zich dat absoluut niet veroorloven.

Er zijn idealen te schetsen, keuzes te maken en daden te stellen ,want vanzelf komt het niet goed.  Waarom stelt het kabinet het grove schandaal van beloningsverschillen tussen mannen en vrouwen niet aan de kaak, bijvoorbeeld in de Sociaal-Economische Raad (SER)? In veel sectoren verdienen vrouwen voor hetzelfde werk bijna een vijfde minder dan mannen. Investeren in de kwaliteit, beschikbaarheid en betaalbaarheid van kinderopvang – inclusief naschoolse opvang en brede scholen –  zou een topprioriteit moeten zijn. En welke verlichte politicus gaat de boeken in als degene die het recht op een substantieel vaderschapsverlof in de wet liet verankeren?

In zijn emancipatiebrief belooft het kabinet dat via wetgeving op het gebied van arbeid en mobiliteit het Nieuwe Werken zal worden gefaciliteerd, teneinde combinaties van werk- en zorgtaken te vereenvoudigen. Maar laat de overheid hier zelf dan ook in voorlopen! Uitbreiding van het aantal vrouwen in topfuncties binnen het bedrijfsleven en de (semi-)publieke sector is een zaak van organisaties en instellingen zelf, vindt het kabinet. Meer dan een ‘monitor’ om de voortgang te toetsen zit er niet in. Maar om een doorbraak te bewerkstelligen zijn quota onvermijdelijk.

De meerwaarde van gemengde teams zal zich in de praktijk bewijzen, niet alleen in mannenwerelden, maar ook in als ‘soft’ bekendstaande sectoren als het onderwijs, waar zich een zorgwekkende trend van feminisering voltrekt.

Bijzondere aandacht vraagt de forse maatschappelijke achterstand die vrouwen uit allochtone kring hebben in te lopen. Mijn partijgenoot Eberhard van der Laan heeft zich hierover eens gefrustreerd laten ontvallen dat hij ‘verdomme naar de herhaling zat te kijken’. Hij heeft gelijk. Wat de actuele situatie onderscheidt van die van vroeger is vooral de grotere diversiteit aan bevolkingsgroepen.

Dat meisjes en vrouwen te vaak in hun vrije ontplooiing en zelfbeschikkingsrecht worden belemmerd door religieus of cultureel gemotiveerde sociale (soms subtiele) druk –  bijvoorbeeld in de vorm van hoofddoekjesdwang, gedwongen partnerkeuze en eerkwesties – is ronduit onaanvaardbaar. Over hun rechten, wensen en belangen moet een open debat worden gevoerd, bevrijd van de stemmingmakerij waarin vooral de PVV excelleert. Hierbij kunnen wij ook vaststellen dat degenen die het vrije woord bedreigen zelf helaas en onaanvaardbaar nog nergens staan met hun sociaal en culturele emancipatie in onze democratische en vrije samenleving.

Aan Mark Rutte, die zo graag de premier van alle Nederlanders wil zijn, de nobele opdracht om de ‘vrouwenzaak’ tot prioriteit te verheffen. Als zijn liberale inborst onvoldoende motief kan zijn, laat dan de Hollandse koopmansgeest een woordje meespreken: wie in woord en daad aan meisjes en vrouwen alle ruimte geeft om hun talenten te ontplooien via het onderwijs en op de arbeidsmarkt bewijst heel Nederland een goede dienst. Dan zal de kassa rinkelen.